Waarom gaan jonge moslims weg uit Nederland? Het is een vraag die ons al enige tijd bezighoudt naar aanleiding van het conflict in Syrië en de aanwezigheid van facties als IS en Jabhat al-Nusra. Hoewel het aantal Nederlandse irreguliere strijders in Syrië en Irak ongekend hoog is, gaat het ook om niet meer dan 250 op 825.000 moslims. Dat is 0,03 procent. Maar zij zijn beslist niet de enigen die vertrekken.

Amin vertrok naar Engeland

Amin is 29 jaar en acht jaar geleden vertrokken van Nederland naar Engeland. Nadat hij bekeerde tot islam en terechtkwam in kringen van zogeheten salafisten genoot hij, bij insiders althans, enige bekendheid. Volgens zijn eigen verhaal zijn er vier rationaliseringen om te vertrekken. Allereerst raakte hij na 2001 in toenemende mate ontevreden over het maatschappelijk klimaat. De verharding, aangesproken worden op school over daden van andere moslims uit naam van islam, leidde volgens hem tot een wens om met rust gelaten te worden. Ook de onderlinge roddel en achterklap binnen de kringen waarin hij verkeerde waren hem een doorn in het oog. Hij vond iemand om mee te trouwen, maar zij kon Nederland niet in; Engeland wel. Tevens ging hij ervan uit dat de bescherming in Engeland tegen racisme en islamofobie beter geregeld zou zijn en dat hij daar meer vrijheid zou hebben om als moslim te leven. Amin is ervan overtuigd dat als er grootschalig geweld komt tegen moslims, de Nederlandse overheid niets zal doen om moslims te beschermen. Tegelijkertijd vindt hij Nederland ook beter georganiseerd, rechtvaardiger en schoner dan Engeland.

Sara kwam niet aan de bak

Sara is 25 jaar en cum laude afgestudeerd in een talenstudie. Ondanks haar werkervaring als freelance vertaler komt zij in Nederland niet aan de bak. Zij wijt dit deels aan de economische crisis en deels aan discriminatie. Die zijn volgens haar niet los te zien aangezien bij economische crises vrouwen en allochtonen vaak de eerste zijn die hun werk verliezen of niet aan werk kunnen komen. Ze heeft er ook meer dan genoeg van om tijdens sollicitatiegesprekken vragen te beantwoorden over haar geloof, haar gezinssituatie (als je trouwt, moet je dan thuisblijven van je man?) en over terrorisme (hoe sta je tegenover Al Qaida?). Via via hoort ze dat een Nederlands bedrijf dat gevestigd is in het land van herkomst van haar ouders, op zoek is naar mensen. Ze besluit het erop te wagen: ze gaat erheen en wordt aangenomen. Met haar vrienden uit dezelfde etnische kring als die van Sara in Nederland, organiseert ze Nederlandse avonden, surprises met Sinterklaas, bezoekt ze het koningsdagfeest, enzovoorts. 

Regime van surveillance

Uit hun verhalen blijkt hoe zeer het debat over islam en moslims dat zich afspeelt in media en in politiek, doordringt in het dagelijks leven

Dit zijn slechts twee verhalen, maar zo zijn er nog meer. De twee verhalen duiden erop dat de intensivering van securitisering en islamofobie na 9/11 en Fortuyn zich heeft doorgezet. De inkijkjes wijzen op een regime van surveillance: een situatie waarin jonge moslims zich voortdurend geïnterpelleerd voelen door een optelsom van onderzoeken, debatten, berichten in de media en beleidsmaatregelen waarin islam en de aanwezigheid van moslims wordt gereduceerd tot een veiligheidskwestie of een integratiekwestie. Binnen het kader van dat regime presenteren de genoemde jongeren hier zich als jongeren, als moslims en als mensen met ambitie; iets waar eerder mijn collega Nadia Fadil van de Katholieke Universiteit Leuven ook al op wees.

Uit hun uitgebreidere verhalen blijkt hoe zeer het debat over islam en moslims dat zich afspeelt in media en in politiek doordringt in het dagelijks leven. Via gesprekken in school, bij de koffieautomaat op het werk, bij de sportclub: als er weer eens wat gebeurt, weten ze precies waar ze de volgende dag over worden aangesproken en bij alle twee voelt dat ter verantwoording geroepen worden. We moeten deze verhalen niet zien als representatief (ik heb geen idee daarover), maar als inkijkjes in de belevingswereld van sommige jonge moslims. Het zijn niet zozeer motieven, als wel verhalen over motieven, legitimeringen en rationaliseringen. Wat deze verhalen gemeen hebben met de verhalen van de mensen die naar Syrië zijn vertrokken, is onder andere het proberen te ontwijken van het surveillanceregime. ‘Met rust gelaten worden’ is een voortdurend terugkerend punt of dat nu gaat om degenen die naar Syrië vertrekken, naar Engeland of naar Turkije. 

De verhalen zijn ook niet stabiel of eenduidig. Hun ideeën over Nederland zijn zowel positief als negatief en de verhouding daartussen kan wisselen afhankelijk van wat er gebeurt, of ze in hun naaste omgeving anderen hebben die hun beelden doorbreken. De verhalen zeggen vooral iets over hoe mensen nu in het leven staan. Ze tonen vooral aan dat er geen eenduidige relatie te vinden is tussen wat mensen doen en zeggen.

Jouw bijdrage

9 + 5 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.