Paul Scheffer waarschuwde onlangs in het Financieel Dagblad dat de komst van vluchtelingen betekent dat we in plaats van menselijk kapitaal 'vooral veel menselijk ongeluk' erbij krijgen. De Nederlandse samenleving zal zich hiertoe inderdaad moeten verhouden: een migratie naar het verleden van anderen is onvermijdelijk.

Vanuit zijn 'humanitair realisme' bepleit Scheffer te erkennen dat de ellende van de vluchtelingen, hun verhalen, een onderdeel zullen worden van Nederland. Hoewel hij deze situatie betreurt om betwistbare redenen – 'we raken onze relatief ontspannen, harmonieuze samenleving kwijt' – is het opmerkelijk hoe centraal het geheugen is in zijn betoog. Hij waarschuwt voor verhalen die de sociale cohesie kunnen bedreigen: 'Ik zit in een comité ter herdenking van de Armeense genocide. Je moest eens weten hoe daar over gedacht wordt in Turkse kringen', maar benadrukt ook het pijnlijke 'geheugenverlies van de Hongaren, die hun grenzen dichtgooien'. Ergens bevalt me de sceptische toon van Scheffer wel, namelijk dat het leven niet altijd een win-winsituatie is of hoeft te zijn: vluchtelingen komen hier niet alleen om iets van hun leven te maken, maar brengen ontzettend veel droefenis met zich mee.

Filosofie aan de Postjesweg

Jaren geleden was mijn moeder ook een vluchteling in Nederland, een weduwe die haar zoontje een kans op een beter leven wilde geven. Ze schilderde haar huis zelf, werkte en studeerde maar was altijd thuis om het avondeten voor te bereiden. In onze sociale woning op de Postjesweg begon een proces van heling en groei maar ik weet ook hoe in moeder werd geleden. Mede vanwege deze achtergrond heb ik me tijdens mijn studententijd verdiept in de filosofie. 'De filosofische verwondering is welbeschouwd vervuld van ontzetting en droefenis' leerde Schopenhauer mij, gewoon op de eerste verdieping boven Snackbar Break Even. In deze buurt ook keek ik voor het eerst naar Shoah, een urenlang durende documentaire over de vernietiging van de Joden van Europa. Ik las er de strip Barefoot Gen, over de atoombom die op Hiroshima werd gegooid. En uiteraard werd er thuis urenlang gediscussieerd over onze eigen achtergrond, over de Islamitische Revolutie in Iran en de daaropvolgende oorlog tegen Saddam Hussein.

Plakband op de ramen in Isfahan

Ik herinner me goed hoe hij plakband aanbracht op de ramen in Isfahan, zodat de glasscherven na een bombardement ons niet zouden deren. Op de Postjesweg heb ik vaak aan dit verleden gedacht.

Toen mijn ouders in de jaren tachtig in Isfahan woonden, waren ze niet anders gewend dan zich te bekommeren om wat elders in de wereld gebeurde. Het bekendste boek van Eduardo Galeano, die dit jaar is overleden, werd daar door mijn wijlen vader vertaald naar het Farsi. Las Venas Abiertas de América Latina, de open aderen van Latijns-Amerika, gaat over vijf eeuwen kolonisatie en uitbuiting van een continent. Terwijl mijn vaders geboortestad Abadan (vlakbij de grens met Irak) werd verwoest door Saddam was hij bezig met het vertalen van een boek over mensen op een ander continent, in andere landen, die andere talen spraken, die kortom in een andere wereld leefden. Hij had deze mensen nooit ontmoet en had überhaupt Iran nooit in zijn leven verlaten. Toch vond hij het de moeite waard om in zijn denken te migreren naar het verleden van deze anderen. Ondertussen was zijn familie samen met duizenden anderen gevlucht uit Abadan. Ik herinner me goed hoe hij plakband aanbracht op de ramen in Isfahan, zodat de glasscherven na een bombardement ons niet zouden deren.

Het vergeten of ontkennen van het verleden

Op de Postjesweg heb ik vaak aan dit verleden gedacht. Ook al was ik een klein jongetje, ik kan me goed herinneren hoe onze straat werd getroffen, hoe het geluid alle ramen deed barsten en dat mijn oom en ik op straat stonden te wachten op moeder, die terug naar huis snelde van werk. Ik zal de paniek op haar gezicht nooit vergeten. Kort daarna waren we in Nederland. Die oom heb ik pas tien jaar later weer gezien, gewoon op de Postjesweg. De duizenden kilometers afstand tussen ons doet nog steeds elke dag een klein beetje pijn, een melancholie die alle vluchtelingen delen en die nooit echt verdwijnt. Het zijn zulke ervaringen waardoor ik denk dat we ons moeten verdiepen in het verleden van anderen. Ook al ondergaat iemand geen fysieke migratie in zijn of haar leven, een migratie naar het verleden van anderen is onvermijdelijk in een steeds beter verbonden wereld. Toch is onze tijd, waarschuwde Eduardo Galeano, ook nog in veel opzichten een tijd van het vergeten of zelfs het ontkennen van het verleden. We hebben dat dit jaar gezien toen de Armeense genocide onderwerp van debat werd in Nederland dankzij de documentaireserie Bloedbroeders.

Klaarmaken voor onze eigen migratie

Ondanks zijn eigen nadruk op het geestelijk lijden van vluchtelingen en het belang van het geheugen, is Paul Scheffer kritisch over wat hij de 'gewetensethiek' van Duitsland noemt, dat honderdduizenden vluchtelingen verwacht bescherming te bieden. Hij stelt dat een 'grenzeloze solidariteit' niet te dragen is voor Europa: 'De Duitse morele hoogmoed gaat verschrikkelijk ten val komen.' Natuurlijk, een duurzame en realistische aanpak is gewenst, maar je hoeft heus geen moraalridder te zijn om te beseffen dat er feitelijk geen sprake is van 'grenzeloze solidariteit', zeker niet in Nederland.

In plaats van ons te beklagen over het verlies van een fictief harmonieus verleden, zoals Scheffer doet, moeten we ons denken klaarmaken voor een eigen migratie naar het pijnlijke verleden van anderen.

Jouw bijdrage

1 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.