Vorig jaar interviewde ik Regillio Vaarnold voor een artikel op De Correspondent over de vraag hoe om te gaan met het Nederlandse koloniale verleden. Hij is mensenrechtenjurist en zet zich daarnaast in voor herstelbetalingen aan de nazaten van tot slaaf gemaakten, al denkt hij daarbij niet meteen aan geld. Vaarnold zoekt het vooral in het onderwijzen van de jonge generaties. Het cliché 'de jeugd heeft de toekomst' is voor hem levende materie.

Neem Michel de Ruyter. De verfilming van zijn leven levert twee jaar geleden flinke protesten op van mensen die de held uit de vaderlandse geschiedenisboekjes vooral een kolonialistische zeeschurk vinden. Dat die discussie op social media woedt en niet in het klaslokaal is veelzeggend. Over De Ruyter valt namelijk meer te zeggen dan het feit dat hij wel eens een zeeslag won. Voor Afrikanen was hij de belichaming van het kwaad: nadat hij het fort Elmina in Ghana had heroverd op de Engelsen kon de West-Indische Compagnie de handel in tot slaaf gemaakten hervatten. Het is maar één voorbeeld.

Een klaslokaal is de uitgelezen plek om meerdere kanten van een verhaal te belichten om leerlingen zo een afgewogen standpunt mee te geven. Als de politiek dan ook serieus werk wil maken van een samenleving waarin iedereen zich thuis kan voelen, is het belangrijk iedereen deel te laten uitmaken van onze vaderlandse geschiedenis. Dit betekent concreet meer aandacht geven aan die andere kant van het koloniale verleden van Nederland. Dit gebeurt aantoonbaar te weinig.

Herdenken

Wie weet dat Nederland een vredesverdrag sloot met de Ndyuka in Suriname omdat Nederlanders dreigden te verliezen?

Een vaak gehoord verwijt is dat mensen als Vaarnold zeuren over iets wat hun niet is overkomen. 'Dat is een slecht argument', zegt hij resoluut. 'Christenen herdenken nog altijd gebeurtenissen die hun heiligen tweeduizend jaar geleden zijn overkomen, moslims idem dito. Binnen mijn gemeenschap zijn onze voorouders heilig.' Hij wijst op het feit dat er veel kennis is van en veel begrip voor de Tweede Wereldoorlog en de slachtoffers van toen. 'Waarom? Omdat het uitvoerig aan bod is gekomen op school.'

Nu lijkt het alsof Nederland op alle fronten superieur was, vindt hij. 'Maar wie weet dat Nederland in 1760 een vredesverdrag sloot met de Ndyuka, waar ik vanaf stam, omdat ze dreigden de strijd te verliezen? Bewustwording maakt dat onbegrip plaats maakt voor begrip.' Het verhaal van Adyáko Benti Basiton is hier van belang. Halverwege de 18e eeuw komt hij via Jamaica in Suriname terecht en sluit zich aan bij de Ndyuka die al eigen gebieden bevolken in het oosten van het land. Steeds vaker vallen zij de plantages aan, roven eten, verbranden oogsten of vermoorden plantagehouders. Dit alles leidt tot zeer veel onrust. Het dwingt de Nederlandse kolonisators tot het sluiten van een verdrag dat tot op de dag van vandaag internationaal erkend wordt.

Geen zielige Afrikaantjes

Tot voor kort kende ik het verhaal niet, tot Vaarnold het me vertelde. Het werpt een geheel ander licht op de zielige Afrikaantjes uit de geschiedenisboeken die door Nederlandse welwillendheid eindelijk van hun slavernij worden ontdaan. De realiteit is dat er duizenden van plantages gevluchte Afrikanen in Suriname woonden, in eigen gemeenschappen en met een volstrekt eigen, onafhankelijke cultuur. En dat Nederland zo in het nauw kwam door herhaalde aanvallen van Ndyuka's, dat men zich genoodzaakt zag een verbond met ze aan te gaan.

Momenteel verricht het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies (NIOD) een onderzoek naar de dekolonisatie van Indonesië, voormalig Nederlands Indië. Van de uitkomsten mag worden aangenomen dat die worden meegenomen in toekomstige lesprogramma's op scholen. Dit kan een goede opmaat vormen naar een breder verhaal, waarbij ook de gebeurtenissen in Suriname en op de Antillen uitvoerig worden onderzocht. Opdat een pijnlijk koloniaal verleden onder ogen wordt gezien en nieuwe generaties de weg naar nationale verzoening kunnen inslaan.

Jouw bijdrage

11 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.