Op 8 oktober jl. bereikte mij het verdrietige bericht dat Ella Vogelaar is overleden. Ik was in schok. In 2005 begon ik als bijzonder hoogleraar Management van Diversiteit en Integratie (vanuit de PaVEM-commissie geïnitieerd). In 2007 werd Ella minister van Wonen, Wijken en Integratie (WWI), dus het integratievraagstuk verbond ons. Mede door haar achtergrond in de vakbeweging had ze een vechtersmentaliteit voor een rechtvaardiger samenleving en die was, en is, naar mijn gevoel zeer nodig voor een mensgerichte integratiebenadering.

Nederland verkeerde destijds in moeilijke tijden. Na twee politieke moorden in 2002 (Fortuyn) en 2004 (Van Gogh) was het onrustig in politiek Nederland en rondom het integratievraagstuk. Los van politieke richtingen en kleuren begonnen in die periode twee sterke stromingen rond het integratievraagstuk zich steeds verder te ontwikkelen. Eén (zeker ook in linkse kringen) legde de nadruk op een sterkere aanpassing van migranten aan Nederlandse normen en waarden, eerder assimilatie dus dan integratie. De andere (ook in liberale kringen) begreep de noodzaak van een inclusief integratiebeleid dat erkenning geeft voor de plek en inzet van migranten in Nederland.

De radicalisering van de politieke islam en de groeiende anti-islam- en anti-migrantsentimenten in Nederland, gaven samen met de kritiek op het politiek establishment extra impuls aan de dominantie van de eerste benadering. Op aanpassing dus. Migranten en vluchtelingen die jarenlang zich in hadden gezet in Nederland en zich voor een groot deel onderdeel van de samenleving voelden, werden geconfronteerd met harde taal in het publieke domein, die hun inzet en loyaliteit ter discussie stelde. Er werd, om maar een voorbeeld te noemen, een zeer problematisch inburgeringsbeleid doorgezet dat de verantwoordelijkheid bij de markt (met winst als uitgangspunt) en bij nieuwkomers (zonder kennis van Nederlandse structuur) legde. Een formele protestbrief van deskundige hoogleraren werd terzijde geschoven. Nu betalen we voor de desastreuze gevolgen van dat beleid.

‘Islam wordt deel Nederlandse cultuur’

Maar er was meer: migranten werden speelbal in het publieke domein: zij moesten meer doen, kleur bekennen en hun loyaliteit bewijzen aan Nederland. Nederland, dat ooit als open en tolerant werd beschouwd, moest nu afrekenen met het verleden en zeggen waar het op staat: dat Nederlandse cultuur superieur is en migranten zich moeten aanpassen. Gelukkig waren er ook in die tijd gewichtige politici die zich hiertegen verzetten, al werd hun leven en werk er daardoor niet makkelijker op. Ella Vogelaar was een van die politici.

Ella toonde enorm lef door te beweren dat de islam in de toekomst als een onderdeel van de Nederlandse traditie beschouwd zou worden

Ella toonde enorm lef door te beweren dat de islam in de toekomst als een onderdeel van de Nederlandse traditie beschouwd zou worden. Een uitspraak die voor een enorme uitbarsting in de politiek en media zorgde. Maar waarom was deze uitspraak zo raar? Als derde en vierde generaties van migranten met een islamitische achtergrond Nederland als hun thuis beschouwen, is het vreemd te constateren dat de Nederlandse traditie ook islamitische gewoontes en feesten omarmt? Die ophef was wederom een bevestiging dat generaties migranten met een islamitische achtergrond vooral als tweederangsburgers werden weggezet: hun aanwezigheid wordt getolereerd, maar helemaal gelijk zouden ze nooit worden. Ruim tien jaar later zien we waar deze harde en duidelijke taal van uitsluiting ons gebracht heeft. De afstand tussen (klein)kinderen van migranten en vluchtelingen en een groot deel van Nederland is groter en zelfs radicaler geworden. Hoe kunnen we een vredige samenleving voorstellen als we zo doorgaan?

Obama en Vogelaar

Voor het wegnemen van maatschappelijke spanningen is het essentieel om een positief toekomstbeeld te schetsen. Een sterk voorbeeld dat in 2008 de wereld inspireerde, was Barack Obama. In zijn verhaal verweefde hij een hoopvolle en inclusieve toekomst in een gedifferentieerd beeld van het verleden. Zijn benadering creëerde een opening om anders naar politiek te kijken: het ging om een politieke en publieke betrokkenheid die van betekenis was voor mensen van verschillende leeftijd, ras, etniciteit, cultuur en klasse, maar tegelijkertijd deze verschillen te boven ging.

Als er iemand is geweest in de Nederlandse politiek die keer op keer een positief verhaal over migratie naar voren wilde brengen en zich sterk maakte tegen controversiële categorisering van etnische groepen, was het Ella Vogelaar

In dezelfde periode dat Nederland Obama op de handen droeg, werd gek genoeg het werk van minister Ella Vogelaar, die soortgelijke ideeën had, onmogelijk gemaakt. Zelfs haar eigen partij (PvdA) zegde het vertrouwen in haar op en haar ministerschap werd beëindigd. Als er iemand is geweest in de Nederlandse politiek die keer op keer een positief verhaal over migratie naar voren wilde brengen en zich sterk maakte tegen controversiële categorisering van etnische groepen, was het Ella Vogelaar. Ze was niet zo mediageniek als Obama en minder goed in het formuleren van pakkende oneliners, maar haar ministerschap, hoe kortdurend ook, is van grote waarde geweest voor een basisgevoel van vertrouwen en respect onder Nederlandse burgers met een migratieachtergrond, die zich ongemakkelijk voelden door de negatieve, kwetsende woorden die toen (en helaas nog steeds) de publieke ruimte beheersten.

Vrouw van het volk

Evelien Tonkens noemt Vogelaar terecht 'de vrouw van het volk'. Zij was niet alleen benaderbaar en toegankelijk, maar had ook een groot inlevingsvermogen. Dat maakte het mogelijk dat zij met verve in gesprek ging met bewoners uit de naar haar genoemde Vogelaarwijken. Ze straalde oprechte betrokkenheid uit naar mensen die op grote afstand van haar stonden (in termen van etniciteit, religie en sociaaleconomische achtergrond). Zij ging geduldig in gesprek met mensen over hun zorgen en hun dromen en was tegelijkertijd ongeduldig jegens sensatiemedia. Ze wist goed waar ze haar energie en tijd in moest stoppen. Ze nam burgers serieus en daarom kan ze oprecht de koningin van de participatiesamenleving genoemd worden. Zoals Tonkens stelt: ‘Wat ik wel weet is dat zij [Ella Vogelaar] een stimulerende kracht was achter het overheidsbeleid ten aanzien van burgerinitiatieven. Tegenwoordig hebben bijna alle gemeenten zulk beleid. Waar zou Nederland zijn zonder betrokken en actieve burgers? Vogelaar kwam daarvoor op.’

Meer dan ooit nodig

Nu meer dan tien jaar later is de verbindende kracht van politici en publieke figuren meer dan ooit nodig. Er is een groeiende ongelijkheid en polarisatie. Door digitale ontwikkelingen denken we slimmer te zijn geworden, maar het zijn vooral de algoritmes die steeds slimmer worden. Zo slim dat we in onze smaken en keuzes steeds vaker worden gestuurd met een steeds verdere verkokering tot gevolg. We kijken en lezen de media niet, maar worden erdoor gelezen.  
Daarom is slim niet wijs. In een tijd dat alles ons voedt richting polarisatie en afstand, betekent wijs zijn het relationele vermogen bezitten om verder te kijken dan onze beperkte horizon. Wijsheid vraagt om inlevingsvermogen, vooral in mensen die ver van ons staan. Alleen dan is maatschappelijke verbinding mogelijk. Ella Vogelaar was niet alleen slim, maar ook wijs, omdat ze een relationele tovenaar was. Zij maakte verbinding met mensen van wie vele publieke figuren een totaal verkeerde voorstelling hadden of die ze simpelweg vergaten. Ella gaf deze mensen hun waardigheid terug. Nederland zal haar kracht en wijsheid missen.

Ella Vogelaar

Halleh Ghorashi is hoogleraar diversiteit en integratie aan de afdeling sociologie van de faculteit sociale wetenschappen aan de VU en tevens kroonlid van de SER.

Foto rechtsboven van Hollandse Hoogte/Arenda Oomen, portretfoto van Hollandse Hoogte/Jean-Pierre Jans

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

3 + 7 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.