Het is zomer en de Nederlanders met een Turkse en Marokkaanse achtergrond beginnen langzaam te bewegen richting moederland. Dit jaar gaat men vanwege de chaos en de hoge prijzen, die tegenwoordig bij het vliegen horen, massaal de autoweg op. Een nieuwe werkelijkheid waar ik met mijn gezin ook niet omheen kan.

De autoweg naar het moederland; als de oude geliefde die stiekem van je blijft houden. Haar asfalt de mantel der liefde waarmee het jarenlange bedrog met het vliegtuig is toegedekt. Die oude geliefde heeft geduldig gewacht op ons. Een hereniging die niet te vermijden was, omdat de autoweg naar het moederland net zo vertrouwd is als de schoot van overleden opa’s en oma’s die ooit dezelfde rit hebben gedaan.      

Het is zomer en de Nederlanders met een Turkse en Marokkaanse achtergrond beginnen langzaam te bewegen richting moederland. Dit jaar gaat men vanwege de chaos en de hoge prijzen, die tegenwoordig bij het vliegen horen, massaal de autoweg op. Een nieuwe werkelijkheid waar ik met mijn gezin ook niet omheen kan.

Het moet langer dan vijfentwintig jaar geleden zijn dat ik me op de route Nederland-Duitsland-Oostenrijk-Hongarije-Servie-Bulgarije-Turkije begaf. In een witte Volkswagen Golf, met voldoende kleine bankbiljetten, pakjes sigaretten en de blikjes cola om onderweg uit te delen aan de Servische en de Bulgaarse politie.

Het schijnt dat de weg tegenwoordig veel beter is en dat overal goede hotels zijn zodat je niet al vechtend tegen de slaap door hoeft te rijden. Zelfs de Bulgaarse politie zou niet meer kleine vallen opzetten om aan steekpenningen te komen. Nieuws dat ik met gemengde gevoelens tot me neem. Want, om terug te komen op de metafoor aan het begin van dit stuk, wat heeft het voor zin als de oude geliefde je na zoveel jaren in de armen sluit als in dat lichaam een andere ziel, een ander karakter tot de groei is gekomen?

We gaan dus straks met de auto naar Turkije. Eerst in één stuk door naar Boedapest. Daar een nachtje slapen in een hotel. Daarna weer de weg op. Om een traditie in ere te herstellen die van vader op zoon over gaat. Met de angst dat in de tussentijd dat we die weg hebben vermeden weinig is overgebleven van de weg van voorheen.

Zitten de mensen ook nu met het hele gezin op de velden, bij de beekjes, op parkeerplekken de watermeloen, de tarwerijst, de broodjes met fetakaas naar binnen te werken? Is de roemruchte solidariteit onder de reizigers intact? Kun je nog steeds over de ‘weg naar het moederland’ praten als het door de navigatie onmogelijk is geworden om te verdwalen en in provinciegebieden en steden te belanden waar je anders nooit een stap zou zetten?

Met die witte Volkswagen Golf was ik wel verdwaald. En wel in de bergen van Bulgarije. Nooit zou ik vergeten hoe helder de hemel was die nacht en hoe prachtig het zicht op de miljarden sterren.

Straks mijn vrouw en ons acht jarige zoontje in een andere witte auto. Eerst in één ruk door naar Boedapest. Daar op krachten komen en dan weer de weg op. Om de kleine jongen in de auto naar de begraafplaats te brengen waar zijn opa en oma sinds een half jaar liggen te rusten. Een auto met een missie. Vooruitkomend onder de miljarden sterren van Bulgarije. Het licht van die sterren net zo fel als de blije ogen van alle mensen die de route naar het moederland hebben gedaan.