‘Polarisatie en verzet zijn belangrijk in een democratie’, zo betoogde de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema vorige maand in de door haar uitgesproken Abel Herzberglezing. Verzet tegen uitsluitende maatschappelijke normen en opvattingen is noodzakelijk om emancipatie van minderheidsgroepen in gang te zetten. Als groepen - die minder rechten hebben of gediscrimineerd worden - voor zichzelf opkomen, dan levert dit ongemak en spanningen op. Maar dit ongemak is, zo laat de geschiedenis zien, vaak tijdelijk. Uiteindelijk ontstaat een nieuw maatschappelijk evenwicht waarin groepen meer gelijk zijn aan elkaar. Voorbeelden hiervan zijn het vrouwenkiesrecht, de afschaffing van de slavernij en de emancipatie van homoseksuelen in de jaren 80.

Polarisatie kan echter ook destructief uitpakken. Bij destructieve polarisatie komen groepen steeds meer tegenover elkaar te staan. Bestaande verschillen worden vergroot en leiden tot hardnekkige tegenstellingen; de dialoog verdwijnt. Er ontstaat hierdoor een maatschappelijk conflict dat kan resulteren in online scheldpartijen (op sociale media) of zelfs intimidatie en bedreigingen in de publieke sfeer.

Goed polariseren

Kortom, polariseren moet .. maar dan wel goed! Polariseren kan constructief zijn als maatschappelijke misstanden scherp aan de orde worden gesteld. Als de inhoud in het debat centraal staat én tegelijkertijd begrip aanwezig is voor de zorgen of verliesgevoelens van de ‘ander’. Als onderzoeker bij KIS, zie ik regelmatig dat debatten en gesprekken ontsporen, omdat de randvoorwaarden van een constructief debat verdwenen zijn. Wat gaat er dan mis, en waarom? En hoe kan het anders?

Destructieve polarisatie

Het eerste wat destructieve polarisatie kan voeden is dat in de media vooral aandacht is voor de extremen in een debat, en dat de extremen zichzelf ook luidruchtig laten horen. Vooral op sociale media. Deze kakofonie van scherpe meningen en bipolaire stellingnames (‘zwart’ of ‘wit) heeft niet als doel om mensen met een sterke mening ‘uit het andere kamp’ te overtuigen maar richt zich juist op het meekrijgen van de grote middengroep van Nederlanders die genuanceerd denken. Mensen voelen zich onder druk gezet om ‘een kant’ te kiezen wat extra brandstof geeft aan de polarisatie.

De meeste mensen zijn niet te reduceren tot groepen met zwart-wit opvattingen maar verenigen tezamen tal van nuances

Een tweede, wat mij betreft kwalijker mechanisme bij destructieve polarisatie, is de negatieve ‘labeling’ van groepen of meningen die niet stroken met de eigen positie of opvatting. Dit kan een bewuste strategie zijn van opiniemakers en gebeurt ook veel op Twitter en andere sociale media. Mensen met een tolerante opvatting over de komst van vluchtelingen worden bijvoorbeeld weggezet als ‘elite’, ‘linkse kerk’ of ‘naïef’. Aan de andere kant worden mensen met zorgen over de cultureel-diverse samenleving soms over één kam geschoren als racistisch of intolerant. Feitelijk worden zo groepen gecreëerd die niet in werkelijkheid bestaan. De meeste mensen zijn immers niet te reduceren tot groepen met zwart-wit opvattingen maar verenigen tezamen tal van nuances. Door een versimpelde werkelijkheid van tegenstellingen te construeren creëren (radicale) opiniemakers de sfeer van ‘ben je niet voor ons dan ben je tegen ons’. Dan is een open gesprek niet meer mogelijk en zal men zich meer en meer terugtrekken in het eigen gelijk.

‘Othering’

Het mechanisme waarbij personen of standpunten van een ‘andere groep’ op negatieve wijze worden gelabeld en over één kam worden geschoren wordt in de wetenschappelijke literatuur ook wel ‘othering’ genoemd. Othering beschrijft een proces waarin hiërarchisch en stereotiep denken valt te onderscheiden en waarbij de ‘other’ (groep of overtuiging) negatief wordt neergezet en als ‘slecht’ of ‘vreemd’ wordt geclassificeerd; en de eigen groep of overtuiging als ‘goed’ of ‘normaal’.

 

Sociale media

Destructieve labeling van groepen of meningen in het maatschappelijk debat is niet altijd een doelbewuste strategie om polarisatie aan te wakkeren. Het gebeurt vaak achteloos. Bijvoorbeeld omdat een opiniemaker zich niet kan of wil inleven in mensen met een andere opvatting of achtergrond. Twitter geeft hiervan vele voorbeelden, waarvan ik een recente opmerkelijke casus wil uitlichten ter illustratie van het polariserende mechanisme. Op 5 september vond in Amsterdam een grote demonstratie plaats tegen de coronamaatregelen, meer in het bijzonder werd gedemonstreerd tegen het idee om coronabewijzen in te voeren voor horeca, musea en sportwedstrijden. Op de demonstratie waren vele duizenden mensen aanwezig van allerlei pluimage, linkse en rechtse burgers. Een aantal vertegenwoordigers van rechts-populistische partijen hadden de demonstratie aangegrepen om zichtbaar aanwezig te zijn en de eigen politieke agenda te pluggen. Tevens liepen er enkele mensen mee met een zogeheten prinsenvlag (een nationalistisch symbool) of een Jodenster opgespeld. Als reactie op de demonstratie plaatste D66-parlementslid Jan Paternotte de volgende tweet: ‘Radicalisering. Vandaag op de Dam in een ranzige cocktail van homohaat, antisemitisme, fake news en intimidatie. Met een prinsenvlaggetje erin.’

De tweet maakte veel los op het internet. Een paar illustratieve voorbeelden: ‘Ik stem GroenLinks en liep mee. Ben ik nu ook extreem rechts?’, ‘Er liepen Marokkanen, bejaarde mensen, moeders, kinderen, en vooral hele bezorgde burgers. En ja er liepen ook mensen mee die er niet horen. Maar die heb ik niet gezien dus doe niet alsof de meerderheid zo is.’, ‘Je pakt 2 extreme voorbeelden terwijl er tienduizenden mensen waren zonder spandoeken in normale kleding. Hoogstens met een gele paraplu. Je hebt geen idee waar mensen mee zitten.’

Er is wat mij betreft inhoudelijk zeker veel in te brengen tegen de standpunten van mensen die tegen coronamaatregelen zijn. Inhoudelijk reageren op zorgen van mensen is echter niet wat in deze tweet gebeurde. De tweet is een duidelijk voorbeeld van labeling: een heterogene groep over één kam scheren met als gevolg meer brandstof voor polarisatie. Door in de tweet de demonstratie als extremistisch te labelen werd enerzijds juist aan extremisten het podium geboden dat men wilde en anderzijds werd aan ‘gewone’ demonstranten het gevoel gegeven dat zij kennelijk rechtsextremisten zijn. Het gevoel van burgers niet te worden gehoord is één van de belangrijkste redenen waarom het vertrouwen in de politiek en overheid onder druk staat.

Het is belangrijk dat de media én overheden meer aandacht geven aan zorgen en ideeën die leven binnen het veelstemmige midden in plaats van te focussen op groepen met extreme opvattingen

Tegen destructieve polarisatie

Wat kunnen we doen tegen destructieve polarisatie en dan in het bijzonder tegen het negatief labelen van groepen en meningen? Het is belangrijk dat de media én overheden meer aandacht geven aan zorgen en ideeën die leven binnen het veelstemmige midden in plaats van te focussen op groepen met extreme opvattingen. Ook zou het goed zijn om op scholen in lessen ‘mediawijsheid’ prominent aandacht te geven aan het herkennen van negatieve labeling. Een goed voorbeeld van hoe de overheid een potentiële situatie van destructieve polarisatie kan doen kantelen naar een positieve ‘win-win’ situatie is de casus ‘Plan Einstein’ in Utrecht.

Casus Plan Einstein: destructieve polarisatie voorkomen

In de wijk Overvecht in Utrecht leidde de aankondiging van de komst van een AZC tot veel zorgen en onrust onder buurtbewoners. Bijeenkomsten liepen uit de hand en er werden demonstraties gehouden tegen de komst van het AZC. In plaats van kritische bewoners weg te zetten als ‘NIMBY’s’ (not in my backyard) of intolerant is de gemeente echter in gesprek gegaan met de tegenstanders: waarom zijn ze tegen, wat zijn hun zorgen. Hieruit bleek dat het aantal echte tegenstanders van de komst van vluchtelingen naar de wijk zeer beperkt was. De bezwaren van de buurt richten zich niet zozeer tegen de komst van vluchtelingen zelf, maar tegen de gevolgen voor de buurt. Sentimenten waren: ‘Overvecht is al zo’n moeilijke buurt met een stapeling van problemen, waarom krijgen we dit er ook nog bij?’ ‘Overvecht is het afvoerputje van de stad’. De bezwaren richtten zich met name tegen de omvang van het AZC. Buurtbewoners konden wel leven met een kleiner AZC.

Door rekening te houden met deze bezwaren (het AZC werd minder groot) en het betrekken van (georganiseerde) tegenstanders werd het ook mogelijk om te verkennen hoe en wanneer de komst van het AZC door de buurtbewoners als meerwaarde voor de buurt zou worden ervaren. De oplossingen die het sentiment hebben doen kantelen van negatief naar ‘win-win’, gaan ervan uit dat de buurt profijt zou moeten hebben van het AZC. Concreet betekende dit dat de cursussen voor statushouders (zoals cursussen ondernemen en Engels), ook open zijn gesteld voor jongeren uit de buurt. Bijkomend voordeel was ontmoeting tussen buurtbewoners en vluchtelingen. Conclusie van deze casus, bekend geworden onder de naam Plan Einstein, is dat het niet productief is om buurtbewoners op te delen in voor- en tegenstanders. De posities aan de polen worden door weinig mensen gedeeld, de middengroep is daarentegen heel groot. Voorkom polarisatie door bezorgde burgers niet weg te zetten als ‘tegenstanders’, want dan gaan ze zich ook zo gedagen. Beter is om hen te betrekken, kennis te nemen van bezorgdheid en te streven naar oplossingen waarin zo veel mogelijk burgers zich kunnen vinden.