Schrijver en publicist Celal Altuntas spreekt in zijn blog voor KIS over een aanpassingsprobleem bij een grote groep jongeren met een migratieachtergrond. Altuntas stelt dat zoals nieuwkomers ondersteund worden in het integratieproces, een dergelijke aanpak eveneens zou moeten gelden voor tweede en latere generaties jongeren. Onderzoeker Mehmet Day denkt daar anders over.

Volgens Altuntas zouden deze jongeren de waarden en normen van Nederland niet eigen maken en evenmin respecteren. De normen en waarden die hij bedoelt specificeert Altuntas niet in zijn blog, maar hij stelt wel dat deze groep niet in, maar naast de Nederlandse maatschappij leeft. Hij pleit voor een oprechte emotionele binding met Nederland, en met het oog op de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen oppert hij vooral niet te stemmen op partijen als NIDA en DENK.

'De blanke Nederlander'

De auteur onderbouwt zijn stellingname door te verwijzen naar zijn eigen ervaringen met jongens van Turkse of Marokkaanse afkomst. Jongens van wie hij vaak gehoord zou hebben dat ze geen enkele emotionele binding hebben met Nederland, noch met de blanke Nederlander. Los van wie hij precies bedoelt met ‘de blanke Nederlander’ en het feit dat individuele ervaringen niet voldoende zijn om algemene uitspraken te legitimeren, doet deze uitspraak bij mij de vraag rijzen hoe Altuntas überhaupt tot deze conclusie komt. Kreeg hij letterlijk van deze jongens te horen dat ze ‘geen enkele emotionele binding’ hebben met Nederland? Want dat strookt dan weer niet met mijn ervaring. Niettemin omdat binding vooral een beleidsterm is die voornamelijk wordt gebruikt in ambtelijke nota’s en publieke of politieke discussies, terwijl de term an sich voor jongeren zelf vrijwel nietszeggend is.

Kreeg hij letterlijk van deze jongens te horen dat ze ‘geen enkele emotionele binding’ hebben met Nederland?

Nu is het mijn woord tegen dat van Altuntas en zo komen we niet verder. Daarom is het verstandig om terug te vallen op wetenschappelijke inzichten rondom dit vraagstuk. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (Werelden van verschil, 2015) blijkt dat veel jongeren met een migratieachtergrond (met name van Marokkaanse en Turkse herkomst) het gevoel hebben dat ze in Nederland systematisch op afstand worden gezet, als afwijkend worden gezien en anders worden behandeld. Onder deze jongeren leeft een sterk en breed gedeeld gevoel van uitsluiting: ze zouden niet als individu worden gezien, maar enkel als lid van een migranten- of religieuze groep. Tegelijkertijd zou het zwaartepunt van identificatie op de herkomstgroep liggen.

Nederlanderschap

Jongeren voelen zich dus op afstand gezet, en dat leidt weer tot een vorm van reactionaire identificatie met de herkomstgroep. Dat laatste wordt in het publieke en wetenschappelijke debat vaak geïnterpreteerd als een vorm van gebrek aan binding. Volgens deze visie is de mate waarin je jezelf Nederlander voelt lakmoesproef voor binding met Nederland. Binding wordt hier eenzijdig afgemeten aan de nationale (Nederland) en etnische (herkomstland) identificatie. Dat is echter een te enge definitie van het begrip binding. Immers, een sterke binding met Nederland wil nog niet automatisch zeggen dat mensen zichzelf ook als Nederlander beschouwen. Andersom geldt dat evengoed voor een zwakke binding met Nederland: je ontdoet je niet direct van het Nederlanderschap. Een Marokkaanse Nederlander kan zich in een bepaald gezelschap sterk Marokkaans voelen, op andere momenten en in ander gezelschap sterk Nederlands. Ze sluiten elkaar in veel gevallen ook niet uit. De mate van identificatie is vaak situatie-, domein- en contextafhankelijk. Identificatie met de nationale of etnische identiteit als meetlat voor binding van jongeren aan de samenleving schiet derhalve tekort.

De mate van identificatie is vaak situatie-, domein- en contextafhankelijk

Een noodzakelijke vraag dringt zich op: hoe moeten we dan naar binding kijken? In Nederland zien we de primaire reflex om binding te benaderen vanuit een integratiebril. Binding wordt beperkt tot een vermeende loyaliteitskwestie: kies je Nederland of je herkomstland? Voel je je op de eerste plaats Nederlander of niet? Deze manier van denken, in termen van integratie of aanpassing, doet geen recht aan de dynamische en vaak hybride identiteitsbeleving van jongeren, die in Nederland een alledaagse werkelijkheid kent. De functionele verbinding van jongeren met de maatschappij, zoals het zijn van een student, werknemer, stadsbewoner of lid van een sportschool wordt in deze benadering nauwelijks meegenomen en verdwijnt daarmee op de achtergrond. Ook de wetenschap maakt zich hieraan schuldig.

Onbegrijpelijk

Terug naar de blog van Celal Altuntas. Het is onbegrijpelijk dat hij een dermate uitsluitende uitspraak doet door een zeer diverse groep te generaliseren. Voor wat het waard is, hij plaatst hiermee tienduizenden jongeren buiten de maatschappij. Jongeren die hier zijn geboren en opgegroeid, de Nederlandse taal vaak beter spreken dan de taal van hun (groot)ouders, in Nederland onderwijs genieten of hun kost verdienen. Dat ik nu de behoefte voel om deze alledaagse werkelijkheid te benoemen om daarmee te bewijzen dat deze jongeren ‘gewoon’ onderdeel zijn van de Nederlandse samenleving, is al een indirecte en subtiele vorm van een inmiddels genormaliseerde uitsluiting op zich.

Jongeren zijn méér dan alleen lid van een etnische groep of een streepjes-Nederlander

Eigenlijk zegt Altuntas niets nieuws met zijn dwingende pleidooi voor binding. Zijn uitspraken passen naadloos in de maatschappelijke en politieke discours die sinds enkele decennia dominant is in Nederland. Als Nederlander met een migratieachtergrond ben je pas volwaardig lid van de samenleving wanneer je voldoet aan bepaalde voorwaarden en wanneer je je in culturele zin verhoudt tot het voorgeschreven beeld van ‘de Nederlander’.

Realiteitszin

De realiteitszin in dit denken is echter ver te zoeken. Jongeren zijn méér dan alleen lid van een etnische groep of een streepjes-Nederlander. De kern is dat ieder individu zelf bepaalt op welke wijze zij of hij binding heeft met Nederland. Alleen al de enorme onderlinge manifestaties in denken, handelen en binding is illustratief voor deze diversiteit. Door de integratiebril af te zetten en het dagelijkse als uitgangspunt te nemen, zie je dat deze jongeren per definitie onderdeel zijn van onze samenleving, alsmede op hun eigen manier verbonden zijn met Nederland. Ook wanneer ze op partijen als NIDA of DENK stemmen.

Succesvolle integratie en aanpassing begint bij oprechte emotionele binding

Celal Altuntas stelt in zijn blog: 'Voor een grote groep van de kinderen met een migratieachtergrond die hier geboren en getogen is, is ook een dergelijke aanpak nodig. Zij hebben geen integratie- maar een aanpassingsprobleem: ze maken zich de normen en waarden van dit land niet eigen en respecteren ze niet. Deze groep wil niet in, maar juist náást de Nederlandse maatschappij leven. Vaak genoeg heb ik van jongens van Turkse of Marokkaanse afkomst gehoord dat ze geen enkele emotionele binding hebben met Nederland en ook niet met de blanke Nederlander.'

Lees hier de volledige blog.

 

Jouw bijdrage

5 + 12 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.