Ik wil beginnen met de stelling dat iedereen een migrant zou kunnen zijn. Of zelfs dat iedereen een migrant is zonder zich dat te realiseren. Laten we met de tweede stelling beginnen.

We zeggen vaak dat reizen of het lezen van vertaalde romans onze kennis van de wereld vergroot en ons rijker aan ervaringen maakt. Niet voor niets ook noemt de Duitse filosoof Georg Gadamer elke vertaling van een boek een nieuwe schepping. Een creatie waarbij het niet alleen om het vertalen van woorden gaat, maar om het verbinden van werelden. Juist in deze tekstuele ontmoeting van werelden wordt volgens Gadamer een nieuwe creatie geboren waarin horizonversmelting (Versmeltung) plaatsvindt. En dat is de kracht van een goede boekvertaling: het is geen letterlijke vertaling van woorden, maar de kunst om werelden te verbinden. Door het lezen van goed vertaalde boeken worden we in onze verbeelding een migrant in een andere wereld. Dit soort virtuele migratie vinden we verrijkend en mooi, maar laten we het ook over feitelijke migratie hebben.

Tussentoestand

Feitelijke migranten kunnen ook worden gezien als vertalers, als mensen die constant bezig zijn diverse werelden met elkaar te verbinden. Zowel een migrant als een vertaler bewegen zich in een toestand van zogeheten ‘in-betweenness’, een soort tussentoestand waarin zij tegelijkertijd met ten minste twee referentiekaders te maken hebben en pogingen doen om deze twee te verbinden. Niet elke vertaler slaagt erin om deze verbinding op een mooie wijze mogelijk te maken en niet elke migrant slaagt erin het beste uit diverse werelden te combineren. Maar het bestaan van deze toestand van ‘in-betweenness’ is een gegeven dat op zichzelf al een basis kan zijn voor verrijking en vernieuwing.

Waar baseer ik dit op? We zijn als mensen min of meer gevangen in de vanzelfsprekendheid van onze culturen en gewoontes. Als kind groeien we op binnen culturele grenzen en systemen. De Franse socioloog en filosoof Pierre Bourdieu gebruikt de term ‘habitus’ voor het proces waarmee iemand bepaalde elementen van de sociale omgeving en cultuur internaliseert. Delen van deze habitus ervaren we bewust, maar er zijn ook elementen waar we ons niet altijd op rationeel niveau bewust van zijn en die op de automatische piloot werken. We hebben doorgaans genoeg aan dit praktisch bewustzijn om onszelf te redden. Maar gelukkig willen we vaak als individuen meer dan alleen onszelf praktisch kunnen redden. Soms willen we weten waarom we bepaalde keuzes maken en waarom niet. Waarom we bepaald gedrag als normaal beschouwen en ander gedrag niet. En vooral de vrije geesten willen weten op welke wijze hun gedrag wordt gedisciplineerd door sociale patronen en vooral hoe ze, voor zover mogelijk, zich kunnen bevrijden van de dwingende aspecten van deze patronen.

Contextuele alertheid bron van originaliteit

Het feitelijke noodlot van verplaatsing heeft als gevolg dat een migrant, in alles wat hij of zij doet of meemaakt, met een vergelijking tussen diverse referentiekaders te maken krijgt. Dit betekent dat een migrant bij voorbaat een tweeledig perspectief heeft, waardoor niets op zichzelf staat. Deze constante vertaling van contexten en praktijken maakt het migranten mogelijk om dingen niet simpelweg te zien zoals ze zijn, maar zoals ze tot stand zijn gekomen. Ze hebben het privilege om de structuren waarin ze zich bewegen niet als vanzelfsprekend te nemen. Deze wat ik 'contextuele alertheid' noem, ervaren migranten niet altijd als privilege, maar eerder als zeer vermoeiend. Migranten en vluchtelingen willen vaak deze altertheid kunnen uitschakelen en genieten van de rust van vanzelfsprekende comfortzones. Zeer begrijpelijk natuurlijk. Maar tegelijkertijd kan deze contextuele altertheid fungeren als bron van originaliteit en het anders denken.

De tussenpositie (of in-between positie) van migranten heeft dus twee kanten. Aan de ene kant kunnen zij op hun nieuwe plek nooit er helemaal bij horen, omdat het thuis-zijn zijn vanzelfsprekende onschuld of betekenis voor hen heeft verloren. Het leven wordt dan een constante strijd om erkenning. Maar aan de andere kant kunnen migranten, omdat ze ook de kunst van verbinding kennen, overal voor zichzelf een thuis maken. Dan is het thuis een soort tabula rasa die kansen heeft om opnieuw ingevuld te worden.

Vrije denkers

'De ware intellectuelen willen nooit inburgeren. Ze zetten zich af tegen de vastgeroeste patronen van hun eigen cultuur'

De Palestijns-Amerikaanse literatuurwetenschapper Edward Said, gebruikt deze toestand van ‘in-betweenness’ van migranten (al spreekt hij van ballingen) als metafoor voor de ware intellectuelen of vrije denkers. Ware intellectuelen zijn net migranten die nergens tot rust kunnen komen. Ze nemen er geen genoegen mee te zijn wat van hen verwacht wordt, maar zijn voortdurend op zoek naar nieuwe manieren om zichzelf te definiëren en te positioneren. De ware intellectuelen willen als het ware nooit inburgeren. Ze zetten zich af tegen de vastgeroeste, als vanzelfsprekend beschouwde patronen van hun eigen cultuur en samenleving en worden daardoor hoeders van vernieuwing en van de vrije geest. Zelfs als ze door hun positie in het centrum van de macht verkeren, blijven ze zich als intellectueel marginaal positioneren.

'Ik stel echter wel dat de intellectueel, wil hij even marginaal en onbeteugeld zijn als balling (ofwel migrant), veeleer moet openstaan voor de reiziger dan voor de machthebber, voor het onzekere en hachelijke dan voor het gewone, voor vernieuwing en experiment dan voor de van hogerhand opgelegde status quo. De intellectueel in ballingschap geeft geen gehoor aan de logica van het conventionele, maar aan de vermetelheid van de durf; hij belichaamt verandering en vooruitgang, niet stilstand.' (Said 1995)

In deze zin is je in de marge bevinden geen toestand van geïsoleerd zijn, maar juist een voorwaarde voor vrij zijn van de beknellende banden van de vanzelfsprekendheid. Het is een voorwaarde om het anders-zijn te claimen. Het gaat erom je eigen plek of je eigen subjectiviteit op te eisen wanneer de gemakkelijkste weg zou zijn om mee te gaan met het dominante discours of weg te zinken in alledaagse routinematigheid.

Reizigers durven te experimenteren

Als we de potentiële kracht van de migranten zien als de kracht van vertalers die werelden verbinden, dan zouden velen van ons een migrant willen zijn. Met deze stap kiest de gekozen migrant als vrije denker voor een constante productie van nieuwe creaties in plaats van enkelvoudige beelden van het zelf en de ander. Deze vrije denkers zijn reizigers die durven te experimenteren met de grenzen van het zelf en de ander om in beweging te kunnen blijven. Want een reiziger vindt een vreemdeling niet eng, maar een potentiele bron voor een nieuwe wereld en verruiming van de eigen horizon.

We zijn allen virtuele migranten die via romans en films grenzen overgaan om te genieten van de vele werelden die het leven rijk maken. Maar in hoeverre zijn we in staat om ook de feitelijke en metaforische migratie toe te laten  in ons eigen leven? Ofwel, hoe vaak kiezen we ervoor buiten de grenzen van de eigen comfortzones te treden om meer te zien en beleven dan deze vanzelfsprekende comfortzones toelaten?

Deze column is uitgesproken als onderdeel van een duo-optreden met Marli Huijer (Denker des Vaderlands) tijdens de Filosofie Nacht, op 15 april 2016 in Amsterdam.

2 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Fantastisch opgeschreven. Iedereen is uiteindelijk een migrant. Ofwel door de eigen ervaring, ofwel via generaties terug. Chapeau!
Helder en herkenbaar verhaal Halleh.

Jouw bijdrage

5 + 0 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.