Na de aanslag in Brussel vecht ik zoals velen tegen angst, wanhoop en moedeloosheid. Het integratiedebat kantelt en verhardt. Het is één ding als een samenleving niet geïntegreerd is. Het is wat anders als groepen mensen elkaar naar het leven gaan staan.

Soms ben ik angstig en pessimistisch: is het ondenkbaar dat de vlam ook hier in de pan slaat? 'Hebben wij een Molenbeek?', werd in de nasleep van Brussel alom gevraagd. In Rotterdam-Zuid, waar ik woon, zie ik in zichzelf gekeerde, kwetsbare conservatieve gemeenschappen met nauwelijks belangstelling voor het feit dat ze ook Nederlander zijn. Het is wat mij betreft urgenter dan ooit om in sociale cohesie te investeren.

Het was een belangrijk statement dat onze koning maakte door daags na de bloedige aanslagen in Brussel naar de Haagse Schilderswijk te gaan. Een van die wijken waarvan een pessimist zou kunnen vermoeden dat het ‘een potentieel Nederlands Molenbeek’ is. De beelden waren ontroerend. Ik herinner mij vooral een Marokkaan van middelbare leeftijd, die glunderend ‘kijk, dat is onze koning!' riep. Ik betrapte mijzelf erop verrast te zijn door het feit dat hij ‘onze’ en niet ‘jullie’ koning zei.

Hard optreden

Ik ben van mening dat er hard moet worden ingezet op integratie. Dat betekent krachtig sturen op diversiteit, antidiscriminatie en inclusie enerzijds, en ferme grenzen stellen aan etnisch separatisme anderzijds. Hard optreden tegen anti-Nederlandse of antiwesterse sentimenten en radicalisering van moslims. Evenzeer hard optreden tegen opkomend rechts extremisme. Migranten aanspreken op de verantwoordelijkheid die ze hebben als burger van dít land, met deze seculiere normen en waarden. Nu we met één van de grootste vluchtelingenstromen uit de recente geschiedenis te kampen hebben, is de vraag evenzeer: hoe gaan we zorgen dat al die mensen zich tot op zekere hoogte Nederlander gaan voelen, en dus in zekere mate onze normen en waarden gaan verinnerlijken? Want dat is bij sommige oudere groepen migranten misgegaan.

Softe goedpraterij

Ik erger mij aan softe goedpraterij dat radicalisering aan een gebrek aan kansen in Nederland te wijten zou zijn

Radicalisering van jonge Nederlandse moslims is een probleem. Sommigen pleegden gruwelijke terreurdaden in het kalifaat. Ik erger mij aan softe goedpraterij dat dit aan een gebrek aan kansen in Nederland te wijten zou zijn. Andere groepen migranten hebben deze kansen toch ook niet? Ik durf te stellen dat Antilliaanse jongeren het nog slechter op de Nederlandse arbeidsmarkt getroffen hebben en dat zij, in vergelijking met Marokkaanse jongeren, lager opgeleid zijn. Imam Yasin Elforkani waarschuwde voor geradicaliseerde Amsterdamse jongeren die in staat zouden zijn een aanslag te plegen op de stad waarin niet hun eigen wieg stond, maar ook die van hun ouders. Ik weet soms niet waar ik het zoeken moet als ik dit soort berichten lees. Ik ben woedend, verdrietig en bang.

Het romantisch multiculturalisme van mijn jeugd heeft inmiddels plaatsgemaakt voor iets wat ik als multicultureel realisme zou willen typeren. Kosmopolitisme vormt de basis van een multiculturele samenleving die stabiel is en waarin alle groepen, arm, rijk, oud en nieuw Nederlands, zich geborgen, gehoord en, vooruit, een beetje gelukkig voelen. Het kán. Maar alleen als er een helder, nuchter en doortastend integratiebeleid gevoerd wordt. Solidariteit en barmhartigheid met het grote menselijke drama dat zich dagelijks in de buurregio van Europa voltrekt, is een prachtig iets. Maar het wil niet zeggen dat er geen eisen gesteld kunnen worden aan nieuwkomers.

Integratie aanmoedigen én afdwingen

Integratie moet je met ondubbelzinnig beleid aanmoedigen en afdwingen want het gaat niet vanzelf. Als je het op zijn beloop laat, ontstaat meestal een verlangen tot verzuiling, tot separatisme. Dan bouwen migranten zelf een etnische zuil op waarbinnen men zo veel mogelijk tracht te handhaven hoe men het thuis gewend was en waarin men zich veilig waant.

Integratie gaat over gelijke kansen, gekoppeld aan culturele diversiteit, in een sfeer van wederzijdse tolerantie. Nieuwkomers hebben recht op het behoud van een eigen identiteit zonder de illusie te hebben dat de eigen cultuur uit het land van herkomst ongeschonden kan worden bewaard. Want dan is er geen sprake meer van wederzijdse tolerantie. Integratie gaat ervan uit dat de samenleving genoeg elasticiteit heeft om culturele diversiteit te kunnen dragen zonder dat daarmee haar stabiliteit in het geding komt. Op basis van de veronderstelling dat er waarden en opvattingen zijn die we allemaal moeten onderschrijven. Dat gaat verder dan alleen ´houdt u zich aan de wet´. Het vergt een voortdurende reflectie op wat het betekent burger te zijn in een nieuwe samenleving en in de wereldgemeenschap. Het vergt inschikkelijkheid en de bereidheid om, zonder zichzelf te verliezen, tot ook iets gezamenlijks te transformeren. Kosmopolitische barmhartigheid staat sterk in haar eigen waarden en daarom haaks op cultuur relativistisch wegkijken voor misstanden die voortkomen uit bijvoorbeeld religieuze orthodoxie of politiek extremisme die de rechtsstaat wensen te ondermijnen.

Ik woon in een bonte volkswijk. Werelds en toch ook oer-Hollands, of tenminste oer-Rotterdams. Turken, Marokkanen, Chinezen, Surinamers, Antillianen, Kaapverdianen, Oost-Europeanen, Polen, Bulgaren, Hongaren, Grieken, Portugezen, Brazillianen, Nigerianen, Puerto Ricanen, Antillianen, Dominicanen en Mexicanen. Het zijn er meer, maar deze groepen hebben in de buurt hun eigen winkels. De moskeeën zitten vol, de zwarte kerken ook. De Latijns-Amerikaanse kerk viert eens per jaar een optocht door mijn straatje. De hele wereld zoekt dus rommelig zijn weg in mijn straatje.

Ik wil dat we ons beraden op datgene wat we gemeenschappelijk hebben. Dat is meer dan het feit dat we de publieke ruimte met elkaar delen. Je zou kunnen zeggen dat kosmopolitisch multicultureel realisme de basis van de nieuwe Nederlandse identiteit moet zijn. Een houding die van elke burger, van welke afkomst dan ook, wordt gevraagd.

 

Foto Harriet Duurvoort: Els Zweerink

Jouw bijdrage

4 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.