Blog

We moeten onze wederkerigheid weer zichtbaar maken

Blog - 11 april 2017

Wederkerigheid is het cement van een samenleving. Het principe – aan het begin van de twintigste eeuw door cultureel antropologen ontdekt – gaat verder dan gedeelde waarden en gemeenschappelijke belangen. De basisgedachte is dat samenleven vooral ook een deal is: het gaat om geven, ontvangen, teruggeven en zo verder. Maar dat principe zit heel diep weggestopt. We zouden de wederkerigheid weer meer zichtbaar kunnen maken.

Integratie, diversiteit, verkleuring. Welke term we ook gebruiken: de enige constante erin is de dynamiek. Het productief maken van diversiteit is nooit ‘af’. Maar het is bij voorkeur wel meer dan incidentenpolitiek. Dat is in ieder geval waar we met Kennisplatform Integratie en Samenleving aan willen bijdragen: verstandig beleid rond migratie en integratie. Panta rhei, alles stroomt, maar dan toch wel ingebed of zelfs gekanaliseerd.

Het lijkt wel of we – in al onze diversiteit – steeds minder weten waar we voor staan of waar we voor gaan

Onafgebroken verandering is immers niet zonder meer een geruststellende politieke boodschap. Verandering hoeft nog geen verbetering te betekenen, het kan ook leiden tot verlies. Menselijk samenleven is in belangrijke mate juist gericht op het creëren van cohesie, stabiliteit en evenwicht. Misschien is dat juist wel het probleem: veel mensen hebben weinig grip op de wereld waarin ze leven – of dat gevoel hebben ze. Of misschien denken alle mensen dat wel, af en toe.

Onze tijd is er een van onbehagen, ontevredenheid, boosheid – groeiende spanningen en polarisatie. Emoties en sentimenten die altijd weer lijken voor te kruipen bij de poging om nuchter en rationeel naar de feiten te kijken. Het lijkt wel of we – in al onze diversiteit – steeds minder weten waar we voor staan. Of misschien, populair gezegd, waar we voor gaan!

Meerstemmigheid

Voor het productief maken van diversiteit is groeiende polarisatie desastreus. De helft van de mensen in Nederland meent dat de kloof tussen migrantengroepen en autochtonen groter wordt. Toch komt uit ons onderzoek (te verschijnen in 2017) een ander beeld naar voren, een beeld van meerstemmigheid. Als we met mensen in gesprek gaan over de diverse samenleving, gebruiken ze soms wel dertig verschillende argumenten in hun verhalen over migratie en diversiteit.

Polarisatie of niet, het antwoord is sociale cohesie: verbinding. Alle politieke partijen – een enkele uitzondering daargelaten - hadden dat woord centraal staan in hun verkiezingsprogramma. Maar er wordt soms wel erg gemakkelijk vanuit gegaan dat we gedeeld burgerschap moeten nastreven of vertrouwde omgangsvormen moeten delen. Of dat we weten wat ‘normaal doen’ is. Niemand zal daar tegen zijn, maar wat betekent het eigenlijk?

Het vinden van een overkoepelende ‘waarheid’ zal niet zo gauw lukken. Tegenover iedere waarheidsaanspraak staat die van een ander. Tot op zekere hoogte dan, de vrijheid van de een mag die van de ander niet in de weg staan. Dit uitgangspunt ligt ten grondslag aan de instituties van de liberale democratische rechtsstaat - een unieke verworvenheid, historisch en cultureel. Iedereen mag zijn eigen God kiezen, of denken er zelf een te zijn.

Toch lijkt dit fundamentele gedachtegoed enigszins te zijn verwaarloosd. Misschien was het wel te vanzelfsprekend, en hadden we het idee dat we het aan juristen konden overlaten. Maar de rechtsstaat is geen technische wetskennis. Het is gestolde ervaringskennis over het omgaan met conflicten en tegenstellingen die onderhouden moet worden, steeds weer opnieuw geformuleerd en begrepen binnen de nieuwe maatschappelijke omstandigheden.

meerstemmigheid

Sociale orde

Ik waag ik me aan een klein sociologisch uitstapje. Emile Durkheim (1958-1917), een van de grondleggers van de sociologie, ontwikkelde in zijn leven twee grote antwoorden op de vraag naar sociale orde. Het eerste antwoord is ‘het collectieve bewustzijn’. Dat is het geheel van opvattingen, sentimenten en sociale verhoudingen die gedeeld worden zonder dat er veel over getwist hoeft te worden. Gemeenschappelijke waarden - zeg ik maar even voor het gemak.

Met de modernisering werd zo’n collectief bewustzijn steeds ingewikkelder. De samenleving viel uiteen in verschillende vormen van arbeid, functieniveaus, beroepen en opleidingen. Durkheims tweede antwoord was daarom: het besef van onze onderlinge afhankelijkheid. We kunnen niet zonder elkaar. Dat weten we en dat leidt tot solidariteit. Het is welbegrepen eigenbelang dat ons bij elkaar houdt.

Gedeelde waarden en gemeenschappelijke belangen – het zijn beide nog steeds belangrijke principes waarmee de samenleving bij elkaar wordt gehouden. Maar dit is nog niet het hele verhaal.

Geven en nemen

Marcel Mauss, een neef van Emile Durkheim, kwam in 1924 nog met een ander inzicht. Hij bestudeerde andere culturen en zag een ander sociaal mechanisme: de uitwisseling van geschenken. Niet zozeer het collectieve bewustzijn of de onderlinge afhankelijkheid, maar wederkerigheid bepaalt de sociale verhoudingen: de plicht om te geven, de plicht om te aanvaarden en de plicht om terug te geven, en zo verder.

Met het schenken van armbanden en kettingen komen we niet meer zo ver, maar op basis van wederkerigheid zijn uiteindelijk complexe samenlevingen mogelijk

Ook aan moderne sociale verhoudingen ligt ‘het principe van geven en nemen’ ten grondslag. In Nederland heeft de sociologe Aafke Komter het idee van wederkerigheid uitgebreid onderzocht en beschreven. Zij ziet een subtiele mengeling van altruïsme en egoïsme: ‘men is vrijgevig uit eigen belang’. Zo zou je de hulp van vrijwilligers aan vluchtelingen kunnen zien als barmhartigheid, maar het is wel degelijk ook een investering waarmee mensen een goede verhouding met nieuwkomers willen realiseren.

Er is ook wederkerigheid op basis van gelijkwaardigheid, een afspraak over wat je elkaar te bieden hebt. Je kunt het zien als een transactie, eventueel zelfs met een contract. Daar kan vaak een hele tijd tussen zitten. En de relatie kan abstract zijn - neem de belastingen of de zorgverzekering. Wederkerigheid ziet er in elke historische periode weer anders uit. Met het schenken van armbanden en kettingen, zoals de Papoea’s van de Trobiand-eilanden deden, komen we niet meer zo ver. Afgezien van persoonlijke relaties natuurlijk: ‘Dat had je nou niet moeten doen!’

Maar op basis van wederkerigheid zijn uiteindelijk complexe samenlevingen mogelijk. Wederkerigheid is dan ‘een duurzame, intersubjectieve verhouding waarin over en weer onbepaalde prestaties worden verricht in het vertrouwen dat die op termijn worden verevend’ aldus Dorien Pessers. Je zou van diepe wederkerigheid kunnen spreken. Het is de basis onder solidariteit die niet zonder meer uitgaat van gedeelde waarden of gemeenschappelijke belangen. Het ziet verhoudingen tussen mensen als een kwestie van geven en nemen.

geven en nemen

Diep weggezakt

Maar dat moeten we dan wel willen? In een wederkerig proces schuilt volgens Pessers de gelijktijdige erkenning en opheffing van tegenstellingen. Men verplicht zich aan elkaar, en men weet dat! En men zal zich ernaar moeten gedragen. Zoals Marcel Mauss heeft gezegd: ‘eerst moet de speer worden neergelegd’. Ik denk dat we moeten constateren dat we de speren te vaak oppakken. De wederkerigheid staat onder druk, of ze is wel heel diep weggezakt.

Misschien zijn de sociale afstanden te groot, is de noodzaak vergeten, wordt de deal als onevenwichtig ervaren. Misschien gaan we er te vanzelfsprekend vanuit dat mensen de ‘vrijgevigheid uit eigenbelang’ wel begrijpen of aanvoelen. ‘Solidariteit is diefstal’ stond eens boven een reportage over achterstandswijken – deze mensen ervaren geen wederkerigheid, maar vooral verlies. Maar daarin schuilt wel de mogelijkheid van een normatief programma, dat bestaat uit het zichtbaar maken van de wederkerigheid in onze sociale verbanden, of uit het herstellen van het evenwicht daarin.

Wanneer we spreken over sociale orde en verbinding zijn we drie kandidaten tegengekomen: collectieve waarden, gedeelde belangen en wederkerigheid. Waarschijnlijk zijn ze alle drie relevant. Maar wederkerigheid laat ons vooral iets zien van de diepe potentie van menselijke verhoudingen. En het doet ons beseffen dat onze verzorgingsstaat dusdanig is verbureaucratiseerd en geprofessionaliseerd, dat de basis daarvan onherkenbaar is geworden. Een nieuw sociaal contract, zoals ook SCP-directeur Kim Putters in de Machiavelli-lezing van dit jaar heeft bepleit.

Diversiteitspact

Ik zou in KIS-verband liever spreken van een diversiteitspact, dat vooral lokaal zijn beslag zou kunnen krijgen. Het is erop gericht onze diversiteit productief te maken. Wat zou zo’n diversiteitspact op grond van wederkerigheid nu betekenen? Wanneer we kijken naar de rechtsstaat en de rechtsorde, dan zien we haar terug in de gelijkheid voor de wet. We worden geacht ons te houden aan de wet, die is gebaseerd op democratische besluitvorming. Daar staat tegenover dat die wet ons beschermt via het recht op vrije meningsuiting en godsdienstvrijheid.

Als we kijken naar de economie dan is er de verwachting dat alle mensen bijdragen aan de continuïteit van Nederland. Van ieder van ons wordt gevraagd te werken naar vermogen en belasting te betalen. Maar daar staat veel tegenover: onderwijs, ontplooiing, bestaanszekerheid, de fysieke en culturele infrastructuur en ga zo maar door. De economie is goed beschouwd een deal tussen de markt, de overheid en de samenleving, die bol staat van de wederkerigheid, meer en minder abstract. Dat kan heel concreet zijn: stagediscriminatie bijvoorbeeld moeten we niet willen. Dat staat de wederkerigheid in de weg, of leidt tot een negatieve spiraal.

Het land dat zijn diversiteit productief weet te maken, heeft de beste papieren voor de toekomst

En dan zijn er nog de cultuur, de identiteit, de religie, de waarden en normen, de omgangsvormen. Daarin is Nederland heel vrij, overigens nog niet eens zo heel lang. Het homohuwelijk is bijvoorbeeld van 2001, maar Nederland liep daarin internationaal wel weer voorop. De godsdienstvrijheid en het recht op een vrije pers en vergadering zijn veel ouder. Ook hier is een wederkerige verhouding van betekenis. Ik ben vrij om te doen en laten wat ik wil als ik jouw levenshouding ook respecteer, en omgekeerd.

In de samenleving schuilt een diepe wederkerigheid. Maar die zit soms zo diep weggestoken dat we haar niet meer herkennen. Het voorgestelde diversiteitspact is erop gericht de wederkerigheid zichtbaar te maken. Alles stroomt, en is toch ingebed. Dan gaat het gesprek over gedeelde waarden en over gemeenschappelijke belangen, maar toch vooral over dat diepe principe van samenleven: de plicht te geven, de plicht te aanvaarden en de plicht om terug te geven. Het land dat zijn diversiteit productief weet te maken heeft uiteindelijk de beste papieren voor de toekomst – en daar heeft iedereen wat aan.

Deze blog is een verkorte versie van het essay van Hans Boutellier dat onderdeel is van het KIS jaarbericht 2016. Download de volledige versie en bekijk ons jaarbericht.

 

Meer lezen?

 

Blogger

Hans Boutellier
Hans Boutellier is wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar Veiligheid & burgerschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij houdt zich met name bezig met (jeugd)criminaliteit, veiligheid, moraliteit en strafrecht.

Reageer