Als het in beleidsstukken over buurten gaat, is er meestal een probleem. Buurten verloederen, ze zijn onveilig, te divers – kortom, als buurt kun je maar beter niet ontdekt worden door beleidsmakers en hun onderzoeksvrienden, dan is er iets mis. Ik ben er eerlijk gezegd zelf ook zo een, een beleidsfluisteraar die al gauw problemen ziet. Zo pleit ik in het essay Weerbare wijken tegen ondermijning (Verwey-Jonker Instituut, 2019) met enkele collega’s voor een offensief wijkenbeleid om criminaliteitsproblemen tegen te gaan. Daar zijn goede redenen voor.

Wijken met weinig perspectief fungeren als voedingsbodem voor (drugs)criminaliteit. Omgekeerd ondermijnt georganiseerde misdaad de sociale kwaliteit van de wijk. Het een versterkt het ander. Het kan dan gaan om ‘witte’ wijken, waar men van oudsher de overheid en politie liever ziet gaan dan komen. Ze hebben een gesloten cultuur met een eigen moraal - denk aan de vreugdevuren in Den Haag. Maar vaak zijn het superdiverse stadswijken, waar de professionals verdwaald raken in een complexe mix van culturen, informele economische activiteiten en gesloten groepen.


Foto door Eric Brinkhorst, gemaakt tijdens de jaarwisseling in Duindorp, Den Haag

Het in ons essay voorgestelde beleid bestaat uit een combinatie van criminaliteit aanpakken en kansen creëren – een tweeledig sociaal offensief waarmee het slechte wordt begrensd en het goede wordt bevorderd. Toch bekruipt me het gevoel dat we daarbij vaak iets over het hoofd zien – laat ik het maar ‘de multiculturele factor’ noemen. Lange tijd taboe, maar wel de realiteit. Dan gaat het niet alleen om verschillende etnische groepen, maar vooral om de migratiecontext van (taal)achterstand, cultuurverschillen, vooroordelen en uitsluitingsmechanismen.

Nederland is een goed georganiseerd land. Toch hebben veel mensen in de multiculturele wijken niet het gevoel dat die organisaties er ook voor hen zijn. Er wordt gesproken van institutioneel racisme –ik zie vooral veel institutionele onmacht en ook wel onverschilligheid. De organisaties zien het niet, willen het niet zien of het lukt ze eenvoudigweg niet om aan te sluiten bij de multiculturele belevingswereld. In wijken met weinig kansen bestaat de neiging om zich af te keren van de samenleving – die kans is groter als mensen het gevoel hebben dat ze onvoldoende gezien en begrepen worden.

Een emancipatiebeweging in deze wijken – het doel van het sociale offensief voor weerbare wijken – zal niet op gang komen als de migratiecontext niet wordt begrepen. Dat geldt ten kwade en ten goede. Naïviteit rond shisha-lounges kan niet meer, net zo min als duistere handel in geldwisselkantoortjes, belwinkels, kapperszaken en vage horeca. Voor te veel jongeren in deze wijken is de drugshandel een te gemakkelijke vluchtheuvel voor een moeizaam schooltraject. De eigen groep is voor instanties vaak moeilijk toegankelijk en kan zo een schuilplaats vormen voor slechte bedoelingen.

Wijken kunnen een weg omhoog vinden als ze goed begrepen worden

We moeten een goed begrip hebben van de multiculturele aspecten van weerbare wijken: zowel qua problematiek als qua veerkracht. Een sociaal offensief om wijken weerbaar te maken tegen ondermijnende criminaliteit kan in die zin niet anders dan positief getoonzet zijn zonder de problemen te ontkennen. Wijken kunnen een weg omhoog vinden als ze goed begrepen worden. Er is een samenhang tussen illegaal afhaken en perspectief hebben. Het komt erop aan mensen ‘de juiste afslag te laten nemen’ (dixit Ahmet Marcouch). Dat vraagt om serieuze extra inspanningen.

Dan gaat het om kansen in het onderwijs, bij het zoeken naar stages, bij de begeleiding naar werk; om het steunen van ouders in het begeleiden van hun kinderen en begrenzen van hun (vooral) jongens; om het creëren van aanspreekpunten door en voor wijkagenten; om het betrekken van sleutelpersonen met een migratieachtergrond bij beleid en uitvoering. Bewoners het gevoel geven dat ze er ook buiten hun eigen kring toe doen. Deze opgaven vragen van organisaties een echte omslag – de wil tot cultuurverandering. Een gekleurd perspectief is noodzakelijk om bij achterstand tot een gelijke uitkomst te komen.

Een andere organisatiecultuur vraagt om intensieve, langdurige investeringen

Het is natuurlijk makkelijk gezegd, maar een andere organisatiecultuur vraagt om intensieve, langdurige investeringen. En dat mag best wat kosten. Aan het doelgroepenbeleid kwam terecht een einde. De ‘nieuwe verscheidenheid’ – een term van de WRR - is er te complex voor. Maar van de weeromstuit lijkt de multiculturele realiteit te zijn vergeten. Get real – we kunnen ons niet beperken tot een debat over het racismedebat (zoals onlangs in een uitzending met Jort Kelder). Het gaat erom de institutionele onmacht of onwil te doorbreken.

Multicultureel samenleven vraagt inspanningen, erkenning en strijd. Het is opnieuw tijd voor lokaal diversiteitsbeleid, zoals maatwerk in organisaties, door rekening te houden met (taal)achterstanden, cultuurverschillen en uitsluitingsmechanismen, en daaraan te werken. Dat vraagt om een lange mars door de instituties, waarbij de wederkerigheid tussen organisatie en bewoner centraal staat. Wij leveren betaalbare huisvesting, draag jij bij aan een leefbare omgeving. Of, wij bieden zo goed mogelijk onderwijs, zorg jij ervoor dat je kind kan meedoen. Een algemene boodschap die multicultureel verpakt moet zijn.

Nederland blijft te vaak steken in een houding van praten, praten, praten - alsof samenleven een kwestie van gespreksvoering is. Ja, dat is het ook, een beetje. Maar een ontwikkelde samenleving draait op zijn organisaties en instituties – die kunnen niet langer wegkijken voor de vraagstukken van vandaag. Weerbare wijken zijn veerkrachtige wijken, zijn diverse wijken waarin het multiculturele perspectief vanzelf spreekt. Niet door het te negeren, maar door het te incorporeren. Dat geldt zowel voor het bieden van kansen als voor het begrenzen van ondermijnende activiteiten.

Jouw bijdrage

13 + 3 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.