In zijn zoektocht naar de oorzaak van integratieproblemen, komt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uit bij nieuwkomers met een migratieachtergrond. Maar het gaat mis aan de top van instituties, waar men vooral probleemdossiers en achterstand ziet. De kanteling van de samenleving naar een minder eenkennige is alleen mogelijk door een deel van deze monoculturele elite van de apenrots te jagen. 

‘Sociale samenhang komt meer onder druk bij grotere diversiteit’ opende NRC op woensdag 30 mei met koeienletters. De sociologen van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waren tot deze conclusie gekomen. Drie dagen later, op 2 juni maakt Maurice Crul – hoogleraar sociologie - gehakt van het rapport in het opiniekatern van dezelfde krant: ‘Is er dan geen probleem?Jawel, maar het is het probleem van de integratie in superdiverse wijken van nieuwkomers van Nederlandse afkomst, die uit minder diverse, kleinere steden komen. Zíj hebben aanpassingsproblemen. Maar omdat de onderzoekers van de WRR door een verouderde lens hebben gekeken, zoeken ze de oorzaak bij nieuwkomers met een migratieachtergrond. De gedachte dat Nederlanders aanpassingsproblemen hebben, komt simpelweg niet bij hen op’, aldus Crul. Als ik het rapport wat preciezer doorpluis, wordt mij gauw duidelijk dat er bar weinig nieuws in staat en dat het ook weinig inzichten verschaft over hoe we ons kunnen bevrijden van het huidige collectieve xenofobische chagrijn. 

Babylonische samenleving

De WRR is in zijn zoektocht naar de bron van onvrede aan het verkeerde adres. Onze samenleving is al ruim twee decennia in de ban van een xenofobisch discours en onze belangrijkste maatschappelijke instituties - onderwijs, arbeidsmarkt, politiek en media – weten zich geen raad met globalisering en superdiversiteit als lokale vertolking hiervan. Dat komt volgens mij voort uit de grote contradictie tussen sociale representatie van wat en wie Nederland is en de werkelijke populatiedynamiek van dit land anno 2018. We worden in de media, op de politieke fora en in onze schoolboeken gepresenteerd als een homogene samenleving. Uit één stuk solide beton. Terwijl we in het leven van alledag geconfronteerd worden met een duizelingwekkende diversiteit. Een Babylonische samenleving, die van ons een zekere elasticiteit eist, een zekere cognitieve lenigheid vraagt om met verschillende contexten te kunnen omgaan. 

Sociologisch vergrootglas

Het ligt niet aan mijn buren, vrienden en collega’s in de grote steden dat hun kosmopolitisme van onderop geen weerklank vindt aan de top van instituties, die onze collectieve representatie genereren. Het sociologische vergrootglas moet op de top van deze instituties worden gericht. De top van de Nederlandse (bestuurlijke) elite – weliswaar met een modern en kosmopolitisch zelfbeeld -  is in feite erg homogeen en daardoor eenkennig. Vaak 50-plussers, vaak mannen. De zilverrug-gorilla’s op de apenrots. Zij zijn in hun vormende jaren opgegroeid in een tamelijk monocultureel Nederland. Als er allochtonen in beeld waren, werden zij gezien als hulpbehoeftige, zielige en vreemde wezens die getolereerd moesten worden, zonodig gepamperd. Op den duur zouden ze toch wegwezen of assimileren. Dat de superdiversiteit van het huidige Nederland tot een nieuwe, interessantere, interculturelere en kosmopolitischere samenleving zou kunnen leiden, valt niet in hun blikveld. Ze zien vooral probleemdossiers, achterstand. Ze hebben geen enkele interculturele ambitie voor Nederland. Hun statische beeld bepaalt het zelfbeeld van Nederland en daarmee de huidige onzorgvuldige en knullige manier waarop in Nederland met diversiteit wordt omgegaan. 

De kanteling van de samenleving naar een minder eenkennige – het interculturele momentum – is alleen mogelijk door een deel van deze zittende monoculturele elite van de apenrots te jagen en te zorgen voor interculturele leiders van de toekomst. 

Cultuur als inspiratie

Om dit te bewerkstelligen, is een nieuwe coalition of willing nodig. Een nieuw wij. Met dat ‘wij’ bedoel ik overigens niet een exclusief etnisch lobbyclubje. Ik weiger om mij gevangen te laten nemen in de huidige tribale ordening van de samenleving. Een deel van de etnische minderheden zit - gedesillusioneerd door een samenleving die niet thuis geeft – in een etnische en/of religieuze reflex. Of het nu Iraniërs zijn, Turken of Marokkanen. Eerlijk gezegd benauwt het me gauw als ik alleen met Iraniërs omga. Waarom zou ik mijn hart afsluiten voor de rijke sensatie van het interculturele en het inzicht en de vrijheid die omgaan met verschillende culturen mij geeft? Het is me te lui, te gemakkelijk, de monoculturele van meerderheid en de eveneens in eigen cultuur en geloof schuilende reflex van vele minderheden daarop. Laten we tot vernieuwing komen door niet gevangen te zitten in onze afkomst maar ook niet gedwongen zijn om onze wortels te verloochenen. Laten we onze culturen als inspiratiebron gebruiken en ook als een (kritische) historische spiegel.

Ik werp een blik op de samenstelling van de WRR. Zes mannen, drie vrouwen, die allemaal een 55-plus-indruk wekken en luisteren naar namen als Casper, Marianne en Arnoud. Ik zie niemand onder de vijftig en ik zie ook geen Arzu, Mimoun of Fouzia ertussen. Wil de WRR werkelijk een bijdrage leveren aan nieuwe inzichten over hoe we beter met diversiteit kunnen omgaan? Ik zou zeggen: maak je eigen raad eerst eens wat diverser! 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

6 + 11 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.