In mijn wijk heb ik een tijdje geleden een Pools gezin leren kennen. De twee kinderen zitten inmiddels op de basisschool en leren de Nederlandse taal. De ouders daarentegen spreken geen Nederlands, ze hoeven ook niet in te burgeren.

We hadden een keer afgesproken dat onze zonen met elkaar zouden gaan voetballen. De dag, tijd en plaats zijn vastgelegd en ook hebben we nummers uitgewisseld voor verder contact. De bewuste dag brak aan en tot mijn verbazing geen spoor van de jongen of zijn vader. De mobiel werd niet opgenomen. Na een tijdje gewacht te hebben zijn mijn zoontje en ik teruggegaan naar huis. Hij teleurgesteld, ik geïrriteerd.

Een aantal dagen later kwam ik de vader toevallig weer tegen. Ik herinnerde hem aan onze afspraak en vroeg waarom hij niet was komen opdagen. In een gebrekkig Engels probeerde hij uit te leggen dat het die dag toch niet goed uit kwam. Ik raakte nog meer geïrriteerd. Of hij niet kon bellen en waarom hij dan zijn mobiel niet opnam? Uit zijn reactie merkte ik op dat hij niet goed begreep waarom ik er zo'n punt van maakte. Waar hij vandaan kwam, was dit allemaal geen probleem. Je maakt een afspraak en je merkt vanzelf of die wel of niet doorgaat, zo begreep ik uit zijn verhaal. Ik twijfelde even of ik niet te star was maar voelde tegelijk hoe belangrijk ik het vond om duidelijkheid te hebben.

Deze situatie heeft mij een lange tijd beziggehouden. Niet alleen als ouder maar ook als professional. Deze man kan zich qua taal misschien redden in Nederland, dacht ik, maar een redelijke kennis over de Nederlandse samenleving, onze gewoontes, mist hij mijn inziens volkomen. Hij weet kennelijk niet, of niet zo goed, hoe onze maatschappij in elkaar steekt en hoe belangrijk onze sociale codes zijn, wat volgens mij cruciaal is voor het kunnen meedraaien in een samenleving. Als je je in een nieuw land gaat vestigen en je leert die nieuwe samenleving niet kennen, dan word je een buitenstaander.

Buitenstaander
Foto: Flickr, jinterwas

Recent onderzoek van het Kenniscentrum Integratie & Samenleving wijst uit dat er binnen gemeenten weinig aandacht is voor integratie van migranten uit de nieuwe EU-landen. Ik ben blij dat dit door onderzoek wordt aangetoond, maar ik denk dat buurtwerkers - vooral in de grote steden - dit al lang zien.

Als sociaal makelaar heb ik gezien hoe de buurten waarin ik werk, diverser werden en worden. Mijn ervaring is dat buurtbewoners het buitengewoon frustrerend vinden wanneer er nieuwkomers in hun straat komen die de taal niet spreken en ook nog geen enkele kennis hebben van de sociale codes, van de gewoontes die we als vanzelfsprekend beschouwen. Dat is ook erg frustrerend. Probeer iemand wier kind voor overlast zorgt eens uit te leggen wat die overlast met je doet als de ander je niet begrijpt. Dat alleen al zorgt ervoor dat mensen niet bereid zijn om toenadering te zoeken en hun wereld met elkaar te delen. Integendeel, mensen stoten elkaar af omdat ze niets gemeenschappelijks kunnen vinden. Dat is de realiteit die ik zie.

Is het niet zo dat kennis van burgerschap de kansen van mensen om mee te kunnen doen in de maatschappij vergroot?

Wat mij betreft zouden alle nieuwkomers, of ze nou uit Irak of Syrie komen, Roemenië of Spanje, moeten inburgeren. Er kan wat mij betreft niet genoeg aandacht zijn voor inburgering van nieuwe groepen. De nieuwkomers moeten Nederlands leren en kennis opdoen over Nederland. Hoe kunnen we rechtvaardigen dat we groepen toelaten die deze verplichting hebben en tegelijkertijd een andere groep vrijstellen van inburgering? Zouden niet alle nieuwkomers moeten leren hoe ons land in elkaar steekt, en wat Nederland eigenlijk Nederland maakt? Is het niet zo dat kennis van burgerschap de kansen van mensen om mee te kunnen doen in de maatschappij vergroot? Voor mij is het namelijk niet relevant waar mensen vandaan komen maar waar ze hun toekomst zien en -belangrijker nog- ook bereid zijn ook hun steentje bij te dragen aan die toekomst. Want het is die burgerschap die de toekomstkansen vergroot. Voor iedereen. Europees en niet-Europees.

Jouw bijdrage

8 + 7 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.