Het debat over integratie van migranten in Nederland gaat vaak gepaard met problemen rondom dit thema. De focus ligt op wat er niet goed gaat. Maar er is ook goed nieuws. Want als er één groep nieuwe migranten is die met kop en schouders boven de rest uitsteekt, dan is dat de Iraanse gemeenschap wel.

Dit beeld wordt bevestigd in het Jaarrapport Integratie 2014 van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De Iraniërs doen het opvallend goed vergeleken met de gevestigde migrantengroepen zoals Turken en Marokkanen, én vergeleken met de nieuwe groep migranten uit bijvoorbeeld Irak en Afghanistan en delen van Afrika. Iraniërs scoren beter op het gebied van onderwijs, participatie op de arbeidsmarkt en hoogte van het inkomen. Hoe is dit te verklaren? Waarom is er een specifieke groep die zo goed scoort op het gebied van integratie? En even belangrijk: wat kunnen andere groepen eventueel leren van de Iraniërs? Hoe kan deze groep een voorbeeldfunctie zijn voor anderen?

Aangezien mijn eigen roots in Iran liggen en ik de Iraanse cultuur goed ken, kan ik hier wel iets over zeggen. Niet op basis van wetenschappelijk onderzoek maar op basis van wat ik persoonlijk ervaar. Want ja, zelfs ik raak regelmatig verrast door mijn ontmoetingen met Iraniërs die erin zijn geslaagd na een relatief korte tijd een succesvolle carrière te beginnen.

Iraniërs beheersen de taal

Allereerst, ik denk dat dit het allerbelangrijkste is, speelt de combinatie van een hoge opleiding en goede taalkennis een rol. Alles begint met taal. De meeste Iraniërs beheersen de Nederlandse taal erg goed. En dat hebben de Iraniërs goed door;  waar ze ook naar toe migreren, ze leren de taal. Of het Zweeds, Deens, Nederlands of Duits is. Het overgrote deel van de Iraanse migranten is bovendien in Iran al hoogopgeleid en dat wordt doorgegeven aan de nieuwe generatie Iraniërs in Nederland. Zo zijn de meeste Iraanse jongeren in verhouding tot jongeren van andere culturen het hoogst opgeleid.

Een andere verklaring is het feit dat de meeste Iraanse migranten met een verblijfsstatus zich niet geconcentreerd hebben op één plek. Ze zijn verspreid over het hele land waardoor ze meer op henzelf zijn aangewezen en als gevolg hiervan de weg in de samenleving sneller kunnen vinden. Dit zou een pleidooi kunnen zijn voor meer verspreiding van nieuwe migrantengroepen in Nederland.

Status

De culturele norm is dat Iraniërs ‘iemand’ willen zijn

Verder zijn Iraniërs statusgevoelig. Ik realiseer me overigens dat ik sterk generaliseer maar ik meen nu eenmaal mijn eigen vaderlandse cultuur goed te kennen. En een van die culturele normen is dat Iraniërs ‘iemand’ willen zijn. Ze hebben behoefte aan status. De prikkel om het vooral financieel goed te hebben, zorgt er bovendien voor dat ze een enorm doorzettingsvermogen hebben om hun doel te bereiken. Iraniërs vinden het dan ook niet erg om jarenlang te studeren en zich verder te ontwikkelen omdat ze weten  dat ze daarna gegarandeerd zijn van een goede baan en dito salaris.

Nog iets wat als drijfveer of motivatie genoemd kan worden is het feit dat de meeste Iraniërs naar elkaar kijken en elkaar willen overtreffen. Niet dat alle Iraniërs zo in elkaar zitten, maar die competentiedrang is een intrinsieke motivatie om verder te willen komen en het beter te hebben dan anderen.

Tot zover deze generalisatie. Zijn er ook Iraniërs in de bijstand of die zich onderaan de arbeidsmarkt bevinden? Absoluut. Maar de meeste Iraniërs hebben in ieder geval bewezen dat ‘hun’ succesformule werkt als het gaat om geslaagde integratie. En ik vind dat zij hiervoor ook eens geprezen mogen worden. Gewoon een oprecht compliment. Niets meer en niets minder.