What’s in a word? Mijn antwoord: meer dan je denkt! In het politiek en maatschappelijk debat zijn we veel bezig met woorden, bijvoorbeeld welke je wel en niet (meer) mag gebruiken. Ook in mijn werk zijn woorden vaak onderwerp van discussie. Mag je het nog hebben over ‘niet-Westers’, over ‘laagopgeleid’ of over ‘Marokkaanse jongeren’? Maar zouden we het gesprek niet veel meer moeten voeren over de betekenis die achter de woorden schuilgaat? En de verschillen in betekenis voor wie ze gebruikt en voor wie ze hoort?

Thuis corrigeer ik mijn kinderen regelmatig als ze woorden gebruiken die in mijn ogen (groepen) mensen negatief labelen of die in het huidige discours niet meer kunnen. Dit leidt soms tot stevige discussies. Ik merk daarbij steeds vaker dat woorden voor hen en voor mij een verschillende betekenis en (emotionele) lading hebben waardoor we soms langs elkaar heen praten.

Bijvoorbeeld toen mijn zoon in een discussie tegen mij tegen zei: ‘Mama, je bent echt zo’n feminist’, waarbij hij een vies gezicht trok. Dat kon ik natuurlijk niet over mijn kant laten gaan, maar in plaats van hier weer tegenin te gaan, besloot ik deze keer te vragen wat ‘een feminist’ in zijn ogen dan wel was. En dat het voor mij betekent dat ik als vrouw hetzelfde behandeld wil worden als mannen en dat ik gelijke rechten heb. Bijvoorbeeld dat ik voor hetzelfde werk niet minder verdien dan mijn mannelijke collega's. Hij antwoordde dat hij daar natuurlijk ook voor was. Maar hij gebruikte ‘feminist’ voor meiden die heel hard roepen dat ze gelijk zijn aan jongens, maar als ze dan zo behandeld worden gaan piepen. Of met het feit dat (mannelijke) rappers hard aangevallen worden op hun vrouwonvriendelijke teksten – zoals bijvoorbeeld Boef die het over 'kechs' had. Maar dat intussen meiden teksten rappen over mannen die vaak nog erger zijn en daar zegt niemand wat van.  

Anders interpreteren

Ook als het gaat om het labelen van zichzelf en hun vrienden, zie ik dat zij woorden anders interpreteren. Zo labelen zij zichzelf nooit als ‘Nederlander’ maar eerder als ‘buitenlander’ of ‘Afghaan’. Aanvankelijk maakte ik me wel wat zorgen daarover. Volgens mij was er toch iets goed mis in onze samenleving als jongeren die hier geboren en getogen zijn en in ons geval nota bene half Nederlands/half ‘buitenlands’ zijn, zeggen dat ze geen Nederlander zijn.

Maar inmiddels kan ik dat wel relativeren. Want dit label betekent niet dat zij zich zelf niet zien als ‘Nederlander’ zoals veel anderen dat waarschijnlijk invullen. In de zin van dat je hier geboren en getogen bent, hier woont en ook je toekomst hebt. En het labelen van elkaar als ‘Marokkaan’, ‘Turk', of inderdaad gewoon ‘buitenlander’, heeft niet zozeer te maken met ‘nationaliteit’ of met waar je (groot)ouders vandaan komen. Het heeft veel meer te maken met waarden die zij aan deze labels toekennen.

Lokale context

In het Parool las ik onlangs een artikel over een onderzoek van taalkundig antropologe Pomme van de Weerd hierover. Zij onderzocht taalgebruik onder jongeren in een vmbo-klas en concludeert dat je labels het best kunt begrijpen in een lokale context. Ze krijgen betekenis in de directe sociale omgeving van degene die ze gebruikt. ‘Zo’n context kan letterlijk één klas op één school in één stad zijn’, aldus Van de Weerd.

En zo is ‘buitenlander’ niet alleen een geuzennaam, maar staat het bijvoorbeeld ook voor waarden als streetwise, loyaal of solidair met elkaar zijn. De keren dat ik mijn kinderen aansprak op het gebruik van ‘buitenlander’ werd ik dan ook al snel uitgelachen. En het idee om hen ‘jongere met een migratie achtergrond’ te noemen was bijna hilarisch. De betekenis en de emotionele lading die zij toekennen aan ‘buitenlander’ of ‘Marokkaan’ is absoluut anders dan die bijvoorbeeld iemand als Wilders hieraan geeft. Waar zij onderling deze woorden als ‘matties’ gebruiken en ze een zekere verbondenheid uitdrukken, leidt het gebruik ervan door politici juist eerder tot het apart zetten of uitsluiten van een hele groep mensen in de samenleving. 

We moeten oppassen voor te snelle conclusies op basis van interpretatie van woorden

Achter woorden kunnen dus verschillende ladingen schuilgaan, afhankelijk van de gebruiker. Daarom moeten we oppassen voor te snelle conclusies op basis van interpretatie van woorden. Van de Weerd richt zich met deze boodschap ook tot onderzoekers: ‘Wanneer uit een onderzoek van een instituut zoals het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat een flink percentage van de mensen met een migratie-achtergrond zichzelf Turk of Marokkaan noemt, zegt dat niet per se iets over de mate van integratie. Je vraagt om een label, maar niet om wat dat label voor die mensen betekent.’

Kortom: probeer voor je woorden invult en conclusies trekt of de discussie erover aangaat, eerst te achterhalen wat de ander ermee bedoelt. Uit eigen ervaring weet ik dat je dan een ander gesprek hebt en het bovendien heel wat misverstanden en verhitte discussie kan voorkomen.

2 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Exact, taal is alles! Zou heel fijn zijn als men het sociale niet als een klinische studie zou benaderen, maar echt de betekenisgeving centraal stelt. Ik merk het ook als ik met mensen praat over inclusie. Daar staat iedereen voor open. Maar het moet wel gezellig blijven. Het gesprek over vooroordelen wordt dan heel erg ontweken. Dus je wilt inclusief zijn en niet een check doen op je vooroordelen...? #Smh...
Om dicht bij de essentie van de blog te blijven, heb ik een paar vragen? Wat versta jij onder betekenisgeving, wanneer heeft iets betekenis? Wat versta jij onder inclusie? Heb je persoonlijk ervaring met dat gesprekken over vooroordelen heel erg worden ontweken en heb je dan gevraagd aan de ander of dat klopt en wat de gevoeligheden zijn en erover gesproken met elkaar? Ik merk ontzettend vaak in het maatschappelijke debat dat mensen/groepen langs elkaar heen praten, dat er zowel bij de ene als ook de andere partij vooroordelen over elkaar leidraad zijn in de gesprekken. Men vraagt het niet meer, men stelt vast en acteert op eigen vooroordelen voort. Het is opmerkelijk dat er altijd maar een kleine groep is die dit doet en niet in de gaten heeft dat door de ander iets in de schoenen te schuiven juist de ander in een positie brengt om te zwijgen of juist een extremer standpunt in te gaan nemen om zich te laten horen. De meeste mensen deugen en denken best genuanceerd over vele maatschappelijke kwesties. Woorden doen ertoe, dat is een feit dat waar is. Bewustzijn van de eigen oordelen en vooral die over een ander, is nog veel belangrijker. Begrijpen wat jezelf en ook de ander beweegt, helpt om met elkaar nieuwe betekenissen te geven en te snappen wat de lading is van woorden. Daarom stel ik de vragen ook, want het gaat erom dat we allemaal eerst zelf kritisch moeten zijn op onszelf en dan pas op een ander. Ik ben ervan overtuigd dat alle ego-dingen eerder in de weg staan dan helpend zijn. Inclusie begint bij de ander willen horen, bevragen en kritische zelfreflectie te doen. Dat helpt om met elkaar een idee te ontwikkelen dat naar een nieuw beeld kan leiden. Het is anders als een touwtrekwedstrijd; hoe harder je trekt, des te harder de tegenpartij terugtrekt en wie de sterkste is lijkt te winnen. In het maatschappelijke debat is de winnaar meestal ook de verliezer als de ander niet echt is gehoord. Groet.

Jouw bijdrage

14 + 6 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.