De Kracht van het Verschil

Deze interventie is geschikt voor plekken waar professionals samenkomen in scholen, op werkplekken en binnen organisaties waar mensen ervaren dat er sprake is van racisme, discriminatie en ongelijkwaardigheid. Soms raken we verstrikt in ongelijke machtsverhoudingen, vooroordelen en systemen van uitsluiting. Voor buurtwerkers, ambtenaren, docenten of politiemensen kan deze interventie van twee dagdelen hierin een waardevolle opening bieden.

Racisme en discriminatie zijn niet altijd zichtbaar of uitgesproken. Ze sluipen door in blikken, aannames, stiltes, grapjes en ongeschreven regels. Ze raken mensen tot in hun dagelijks bestaan: wie zich veilig voelt om zichzelf te zijn, en wie zich moet aanpassen, zwijgen of voortdurend bewijzen.

Tegelijkertijd verlangen veel mensen juist naar verbinding, naar gezien worden in wie ze zijn, mét hun verhaal. De uitdaging zit in hoe je dat gesprek voert: zonder dat het ongemakkelijk wordt of escaleert, zonder dat het oppervlakkig blijft of juist dichtklapt.

Deze methodiek biedt een veilige, menselijke en eerlijke manier om verschil bespreekbaar te maken en om samen taal te vinden voor uitsluiting, erkenning en verandering.

Deze tekst is opgesteld door de interventie-eigenaar en aan de hand van de verandertheorie door KIS getoetst. Neem voor meer informatie contact op met de contactpersoon.

  • Organisatie: De Kracht van het Verschil
  • Algemeen e-mailadres: info@dekrachtvanhetverschil.com
  • Contactpersoon: Esma Curuk
  • E-mailadres: esmacuruk@gmail.com
  • Kosten: Per training ongeveer 1500,- voor organisaties zonder winstoogmerk en 2000,- voor commerciële organisaties. 

Doelgroepen van de interventie

Deze interventie is bedoeld voor professionals in scholen (lesgevend én ondersteunend personeel), op werkplekken en in organisaties waar ongelijkwaardigheid en uitsluiting spelen. Denk aan docenten, buurtwerkers, ambtenaren of politiemensen.

Voor vrijwilligers of buurtbewoners is er een aangepaste vorm beschikbaar. Gaat het om jongeren, dan werken we met andere werkvormen die aansluiten bij hun bewustwording en reflectievermogen.

Doel van de interventie

Bij onderling onbegrip in ogenschijnlijk homogene groepen doen de deelnemers kennis en inzicht op over de diversiteit in zichzelf en in de groep. Het bewustzijn in de groep over hoe het fenomeen insluiten en uitsluiten kan werken en wat de rol van machtsverschillen en privileges hierin is, wordt vergroot. 

Deelnemers gaan hierdoor minder snel af op hun stereotiepe beelden en ideeën en staan (meer) open voor het andere en/of onbekende van de ander. Deelnemers zijn beter in staat met elkaar te leven of werken. In de buurt, op school of op het werk. 

Subdoelen

  1. Weten: Deelnemers weten nu dat iedereen bestaat uit heel veel verschillende identiteitsdelen, dat iedereen veel verschillende verhalen met zich meedraagt en dat de levens van mensen er heel anders uit kunnen zien en hoe het leven ervaren wordt heel anders kan zijn. Deelnemers krijgen meer zicht op wat hun gezamenlijke rituelen zijn.
  2. Vinden: Na de interventie vinden de deelnemers dat mensen niet of minder snel in hokjes mogen worden geplaatst. Vinden deelnemers dat goed naar elkaar luisteren belangrijk is om elkaar beter te begrijpen en beter met elkaar om te gaan.
  3. Willen: Na deze interventie zijn deelnemers gemotiveerder om naar elkaar te luisteren en elkaar te begrijpen. Ze oefenen om hun eerste oordeel uit te stellen, voorbij het hokje te kijken en open te staan voor het meervoudige verhaal van de ander. Bovendien worden ze uitgenodigd om samen nieuwe rituelen en afspraken te ontwikkelen, wat kan leiden tot een ander handelingsperspectief in hun dagelijks werk.
  4. Kunnen: Na deze interventie hebben deelnemers een ander handelingsperspectief en kunnen deelnemers meer open staan voor een ander en beter naar elkaar luisteren. En ze zijn in staat om hun oordeel voor de duur van het gesprek uit te stellen. Ze kunnen ook makkelijker woorden vinden om open gesprekken te voeren die gaan over uitsluiting, ongelijkwaardigheid en gewoonten en rituelen.
  5. Voelen: Na deze interventie zijn de deelnemers meer in staat om begrip en/of empathie op te brengen voor de ander in de groep. 

Werkzame mechanismen

Inleving en empathie

  1. De trainer start met het delen van persoonlijke verhalen rondom de 19 deelidentiteiten. Deze verhalen raken meerdere leefdomeinen: privé, werk, school, buurt, familie. Door eerlijk, open en zonder oordeel te spreken over de eigen zoektocht, ontstaat empathie en herkenning.
  2. In kleine groepen kiezen deelnemers drie kaarten en stellen zichzelf voor aan de hand van die kaarten. Ze doen dit in een setting van "zindelijk luisteren" waarbij de anderen slechts luisteren, zonder onderbreken of vragen stellen. Hierdoor ontstaat een sfeer waarin verhalen kunnen landen en verschil erkend wordt.
  3. De laatste ronde waarin iedereen zich voorstelt aan de hand van één kaart aan de hele groep, versterkt dit gevoel van verbinding en inleving in elkaars perspectieven.
  4. Inleven als mechanisme leidt tot een subdoel waarin inzicht centraal staat in samenleving en verschillende posities en de invloed ervan
  5. Empathie als mechanisme leidt tot een subdoel over ‘gevoel’: positief staan ten opzichte van de ander, en aandacht hebben voor de ander, positief ervaren) en ‘willen’: dat het belangrijk is hier iets aan te doen

Bewustwording

  • Tijdens de individuele verkenning van de 19 deelidentiteiten (de kaarten) lopen deelnemers langs de kaarten en kiezen er vijf. Dit moment van persoonlijke reflectie helpt bewust te worden van eigen identiteiten en hoe deze zich tot elkaar verhouden. Hier wordt niet gesproken, iedereen doet dit voor zichzelf.
  • In het gesprek over masculine/feminine wordt zichtbaar hoe deelnemers zichzelf categoriseren of juist buiten categorieën vallen. Door hierover na te denken in kleine groepjes en vervolgens in de ruimte te positioneren, ontstaat inzicht in hoe (en waarom) mensen zichzelf plaatsen. Maar ook hoe ze anderen plaatsen.
  • Nadat de deelnemers meer zicht hebben op hun eigen deelidentiteiten en welke persoonlijke verhalen ze daarbij hebben, reflecteren ze op eigen vooroordelen over anderen.
  • Bewustwording als mechanisme leidt tot een subdoel met betrekking tot zelfinzicht: ‘vinden’ dat het belangrijk is hier iets aan te doen 

Sociale norm

  • De methodiek benadrukt het belang van "zindelijk luisteren" als sociale norm: niet interrumperen, geen oordeel, geen invulling geven aan andermans verhaal. Dit creëert een gedeelde gedragsnorm van aandachtig en respectvol aanwezig zijn.
  • Door gezamenlijk een ondergrens te formuleren van wat echt niet kan, ontstaat een collectieve norm die gebaseerd is op veiligheid en wederzijds respect. Deze grens wordt onderbouwd met voorbeelden én landelijke/internationale onderzoeken.
  • In de gesprekken over dagelijkse rituelen of gewoontes die leiden tot in- en uitsluiting wordt de groep zich bewust van hun eigen sociale normen en waar die mogelijk moeten worden opgerekt.

Anti-stereotypering

  • De trainer geeft uitleg bij de 19 deelidentiteiten zonder oordeel maar mét erkenning van complexiteit. Bijvoorbeeld: het benoemen van de combinatie van feminien en masculien, of de niet-eenduidigheid van migratieachtergrond of klasse. Hier komt inzicht in wat men noemt counter stereotypering aan de orde, omdat men andere verhalen verwachten dan de werkelijke verhalen.
  • Door eigen voorbeelden te gebruiken die herkenbaar zijn voor meerdere opleidingsniveaus en lagen van de samenleving, worden stereotypen doorbroken over wie ‘aangesproken’ zou moeten worden door deze methodiek.
  • In de opstellingsoefeningen rond introvert/extravert, geografische afkomst, gezinspositie en aantal gesproken talen wordt zichtbaar dat mensen niet in één hokje passen. De bewustwording van het automatisch ‘ranken’ van mensen laat deelnemers nadenken over hun eigen neiging tot stereotypering.

Angst verminderen

  • De setting waarin deelnemers hun verhaal mogen doen zonder dat er vragen worden gesteld of reacties komen, zorgt voor een veilige bedding. De opdracht om elkaars verhaal alleen te ontvangen verlaagt de sociale druk.
  • Door geen ‘juiste antwoorden’ te vereisen en ruimte te geven voor het niet-weten, wordt de angst verminderd om iets fout te zeggen of te doen.
  • Het niet definiëren van termen zoals masculien/feminien maakt ruimte voor persoonlijke invulling, wat de drempel verlaagt voor deelname.

Gezamenlijke taal ontwikkelen

  • Door de trainer wordt actief taal gegeven aan complexe identiteitslagen, op een eerlijke en persoonlijke manier. Dit moedigt deelnemers aan om ook hun eigen woorden te vinden.
  • In gesprekken over rituelen van in- en uitsluiting worden deelnemers gestimuleerd om hun eigen ervaringen te benoemen — met hulp van de trainer als vertaler tussen gevoel en taal.
  • De inzet van de 19 kaarten biedt visuele en talige ondersteuning bij het verkennen van identiteit. De termen helpen om woorden te vinden voor wat eerder misschien onbenoemd bleef.

Kennis

De theoretische duiding aan het eind van de training met de ijsberg van McClelland en de piramide van Bateson maakt helder dat veel van onze oordelen en uitsluiting gebaseerd zijn op zichtbare gedragingen, terwijl de diepere lagen vaak onzichtbaar zijn.

Handelingsperspectief

  • Doordat deelnemers de opdracht krijgen anders te luisteren en geen vragen te stellen, krijgen ze een andere uitkomst uit een gesprek dan ze gewend zijn. Dit kan leiden tot een ander handelingsperspectief.
  • Doordat deelnemers nieuwe termen aangereikt krijgen, de woorden op de kaarten en ze met elkaar in gesprek hierover in gesprek gaan, kunnen ze makkelijker woorden vinden om open gesprekken te voeren die gaan over rituelen en gewoonten en in- en uitsluiting.

Verandertheorie

Bekijk het schema

Evaluatie

Evaluatie en onderzoek

In 2020 heeft Hogeschool InHolland onderzoek gedaan naar de leergang van de gemeente Amsterdam, waarin wij één dagdeel hebben verzorgd.

Uitkomst van ons dagdeel

De training Diversiteitskaarten raakte aan diversiteitsthema’s die verbonden zijn met intersectionaliteit, zoals geografie, gender, relationele status, migratieachtergrond, gezinssituatie, familiegeschiedenis en IQ. Tijdens ons dagdeel zijn gesprekken gefaciliteerd rondom de thema’s die op dat moment het meest speelden bij de deelnemers.

Onze doorontwikkeling

Naar aanleiding van deze pilot hebben wij onze training verder aangescherpt door:

  • werkvormen toe te voegen die beter aansluiten en meer verbinding, interactie en openheid creëren;
  • meer ruimte voor vertraging en rust in te bouwen wanneer dat nodig is;
  • extra tijd te nemen voor oefeningen en nabesprekingen, zodat reflectie een vaste plek krijgt.

Onderzoek

  1. Cumulatieve, intersectionele discriminatie (SCDR, 2025)

    Onderzoekt hoe mensen in Nederland discriminatie op meerdere terreinen ervaren, zoals arbeid, wonen, onderwijs en zorg. Brengt in kaart hoe overlappende vormen van uitsluiting elkaar versterken. Gebruikt data en analyse om beleidsaanbevelingen te doen voor een meer inclusieve aanpak.

    Bron: Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme, 2025. 

  2. Pilot Intersectionele blik in discriminatieaanpak (SZW, 2023)

    Bevat praktijkervaringen en concrete handelingskaders om beleid inclusief te maken. Geeft beleidsprofessionals tools om intersectionaliteit te integreren in hun werk, inclusief deelverslagen en stappenplannen.

    Bron: Rijksoverheid, 2023. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/04/05/eindrapportage-pilot-intersectionele-blik-in-de-discriminatie-aanpak 

  3. Kennistafels Intersectionaliteit (BKB/SZW, 2021–2022)

    Experts en ervaringsdeskundigen discussieerden over intersectionele benaderingen tegen racisme en discriminatie. Het resultaat is een set van tien handelingsperspectieven gericht op bewustwording, participatie en beleidsimplementatie.

    Bron: BKB, 2022. https://bkb.nl/kennistafels-intersectionaliteit/ 

  4. Literatuurstudie: Intersectionaliteit in (zorg)beleid (ECHO/VWS, 2024)

    Analyseert theoretisch en met casussen hoe intersectionaliteit in zorgbeleid geïntegreerd kan worden. Bevat het IBPA-framework voor beleidsontwikkeling en praktische aanbevelingen.

    Bron: ECHO/VWS, 2024.

  5. Intersectionaliteit in pedagogische praktijk (KIS, 2023)

    Literatuurverkenning naar hoe identiteitslagen zoals gender, ras, klasse en validiteit meespelen in opvoeding en onderwijs. Benoemt institutionele vooroordelen en pleit voor structurele interventies.

    Bron: Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS), 2023.

  6. Les over vooroordelen en stereotypen op school: is bewustwording wel echt de eerste stap?
  7. Waarom contact werkt