Meerdere vormen van discriminatie tegelijkertijd verminderen: hoe doe je dat?
Discriminatie gebeurt vaak op meerdere gronden tegelijkertijd. Deze haken ook weer in elkaar en zorgen daardoor voor specifieke vormen van discriminatie. Bijvoorbeeld door combinaties van afkomst, religie en gender. In 2018 bracht KIS daarom een rapport uit: Meerdere vliegen in een klap. Dat ging over het aanpakken van meerdere vormen van discriminatie tegelijkertijd. In dit artikel lees je drie nieuwe inzichten anno 2025 vanuit wetenschappelijk onderzoek. Dit is in het bijzonder relevant voor mensen die aanpakken en beleid maken tegen discriminatie.
Discriminatie hangt sterk samen met machtsverschillen in de samenleving. Het gaat om verschillen in macht op basis van onder andere afkomst, huidskleur, religie, sekse en gender, seksuele oriëntatie én alle combinaties. Seksisme, racisme en ‘klassime’ bijvoorbeeld zijn in de praktijk vaak gecombineerd met elkaar. Discriminatie moet daarom intersectioneel worden aangepakt. In het kader Uitleg: intersectionaliteit lees je wat dit betekent.
Een voorbeeld van een combinatie van discriminatiegronden. Moslima’s worden op een andere manier gestereotypeerd dan moslimmannen of niet-moslimvrouwen (Wiemers et al., 2024). Moslima’s hebben te maken met een specifieke vorm van discriminatie op grond van afkomst, religie én gender. Interventies die zich enkel richten op het verminderen van seksisme zijn dan niet voldoende (Wong et al., 2022). Interventies tegen discriminatie zouden zoveel mogelijk verschillende vormen van discriminatie tegelijkertijd moeten aanpakken. KIS onderzocht in 2018 hoe je dit kunt doen volgens de wetenschappelijke literatuur. Inmiddels zijn er weer nieuwe inzichten. Deze inzichten helpen interventie-ontwikkelaars om effectievere interventies te maken.
Uitleg: intersectionaliteit
Discriminatie komt voor op meerdere gronden tegelijkertijd die in elkaar haken. Intersectionaliteit gaat ervan uit dat sociale categorieën zoals gender, etniciteit, seksualiteit en klasse niet los van elkaar werken, maar elkaar kruisen en versterken (Crenshaw, 1989; Wekker & Lutz, 2001). Daardoor kunnen mensen te maken krijgen met meerdere, onderling verbonden vormen van discriminatie, stereotypering en ongelijkheid (Hudson et al., 2024). Deze verwevenheid creëert specifieke patronen van achterstelling die niet kunnen worden begrepen door elke factor afzonderlijk te bekijken. Welke combinatie van kenmerken iemand heeft, bepaalt welke vormen van macht, normativiteit en uitsluiting die tegenkomt. Zo geldt een witte, cisgender heteroman in veel contexten als ‘de norm’. Dit bevoordeelt hem structureel en levert privileges op (Hudson et al., 2024; Wekker & Lutz, 2001). Mensen die in veel contexten als de norm worden gezien, hoeven bijvoorbeeld niet te vrezen dat de politie hen met wantrouwen benadert. Lees meer over intersectionaliteit in interventies in dit artikel.