Discriminatie is in vele facetten van onze samenleving een probleem. Gelukkig zijn er overal in het land mooie, interessante en innovatieve interventies (methoden) te vinden om discriminatie, vooroordelen of stereotypen te verminderen. Vaak gebeurt dat op basis van jarenlange ervaring en intuïtie. Maar hoe weet je nu als ontwikkelaar van een antidiscriminatie-interventie of deze echt werkt? KIS maakte een checklist om na te gaan of een interventie werkelijk effectief is.

Werkzame mechanismen om individuen te veranderen

Wetenschappelijke kennis kan je inzicht geven in hoe plausibel het is dat je interventie het gewenste effect bereikt. Om die reden heeft KIS een checklist ontwikkeld, gebaseerd op honderden wetenschappelijke peer-reviewed studies over wat werkt om discriminatie, vooroordelen en stereotypen te verminderen. In de checklist staan werkzame mechanismen beschreven zoals voortgekomen uit wetenschappelijk onderzoek.

Bekijk de checklist voor antidiscriminatie-interventies

Werkzame mechanismen zijn de processen die ertoe leiden of eraan bijdragen dat een gewenst effect optreedt. Simpel gezegd geven werkzame mechanismen dus antwoord op de vraag: hoe en waarom werkt iets? (lees hier meer over werkzame mechanismen). Uit stapels wetenschappelijke literatuur, zoals van de sociale psychologie, heeft KIS werkzame mechanismen gedistilleerd die vooroordelen, stereotypen en discriminatie verminderen.

Met vooroordelen (‘prejudice’) worden door psychologen negatieve gevoelens bedoeld ten aanzien van mensen omdat ze worden gezien als onderdeel van een bepaalde groep. Met stereotypen wordt gedoeld op overdreven denkbeelden over bepaalde groepen mensen. En met discriminatie doelen we op het nadelig behandelen van mensen uit een bepaalde groep. Vooroordelen gaan dus over gevoelens, stereotypen over het denken en discriminatie over het handelen van mensen. Deze zijn alle drie aan elkaar verbonden: wanneer je bijvoorbeeld inzet op het inleven in mensen die worden gediscrimineerd (zie in dit filmpje hoe dat werkt) dan worden vooroordelen verminderd, maar soms ook stereotypen. Uiteindelijk draagt dit ook bij aan een vermindering in uitingen van discriminatie.

 

Meer weten over wat werkt tegen discriminatie?Lees over wat werkt bij het verminderen van discriminatie?

Baat het niet, dan schaadt het soms wel

In de checklist staat ook opgenomen wat niet werkt en zelfs averechts kan werken. Zo zijn er interventies die inzetten op het mechanisme van bewustwording van eigen onbewuste stereotypen bij kinderen en pubers. Dit werkt echter vaak niet, want kinderen en pubers zijn nog niet in staat om, als ze weet hebben van hun onbewuste stereotype beelden, deze onder de duim te houden. Wanneer zij zich bewust worden van hun vooroordelen, kunnen zij hier dus weinig aan veranderen. Soms kan het zelfs averechts werken, omdat bij het bespreken van dit thema verschillende stereotypen worden benoemd die worden onthouden door de kinderen en de kans op discriminatie juist vergroten (zie dit artikel voor meer uitleg).

Instituties en organisaties veranderen

Discriminatie is niet alleen een probleem tussen mensen, maar speelt ook op institutioneel niveau. Denk bijvoorbeeld aan institutioneel racisme: daarvan is sprake als de processen, het beleid en de (geschreven en ongeschreven) regels van instituten of organisaties ertoe leiden dat er ongelijkheid is tussen mensen van verschillende afkomst, huidskleur of religie. Maar andere vormen van discriminatie kunnen ook op institutioneel niveau spelen. Als instanties er bijvoorbeeld standaard van uitgaan dat wanneer een vrouw getrouwd is of samenwoont dat dit met een man is of als ervan uitgegaan wordt dat een kind altijd één vader en één moeder heeft, kun je spreken van institutioneel heterosekisme. Of als een instantie alleen gericht is op mensen zonder beperking en mensen met beperking niet van de diensten gebruik kunnen maken, kun je spreken van institutioneel validisme. Om die reden staan in de checklist ook die mechanismen benoemd die discriminatie op institutioneel niveau kunnen verminderen. Hier is nog minder onderzoek naar gedaan, maar het onderzoek wat er is (zie bijvoorbeeld dit rapport), geeft enig zicht op deze mechanismen én op dat wat niet werkt.

Auteur: 
Hanneke Felten, René Broekroelofs, met dank aan Serena Does
Uitgever: 
Kennisplatform Inclusief Samenleven
Jaar uitgave: 
2022