Kennisgids Nederlandse Sinti en Roma

Je werkt misschien op het thema, en weet er dus ook zeker wel iets vanaf, maar nog niet alles. Deze kennisgids vertelt je wat er nu speelt rond het thema en geeft je handige tips waar je verdere informatie kunt vinden over het thema. Deze kennisgids wordt met regelmaat geüpdatet.

1. Waar gaat deze kennisgids over?

Deze kennisgids beschrijft de geschiedenis van mensen met een Sinti- en Roma-achtergrond, de discriminatie die zij zowel institutioneel als in persoonlijke interacties ondervinden, en hun leefsituatie in het licht van Nederlands beleid.

Ondanks kleine positieve veranderingen blijft de maatschappelijke positie van Nederlandse Sinti en Roma zorgwekkend. Onderzoek laat zien dat Nederlandse Sinti en Roma ondervertegenwoordigd zijn in het hoger onderwijs, dat de arbeidsdeelname relatief laag is en discriminatie op verschillende vlakken wordt ervaren. Dit komt niet alleen in Nederland voor, maar in heel Europa, waar volgens de Europese Commissie (2020) Roma met 10 tot 12 miljoen mensen de grootste etnische minderheid vormen. 

Binnen de factsheet van de Europese Commissie wordt de term ‘Roma’ als overkoepelende aanduiding gebruikt voor diverse groepen, waaronder Roma, Sinti, Kale, Romanichels, Boyash/Rudari, Ashkali, Jenische, Dom, Lom, Rom en Abdal, evenals groepen zoals Travellers, gens du voyage en Camminanti. Omdat er geen exacte cijfers beschikbaar zijn over de verdeling van deze groepen binnen het genoemde cijfer 10 tot 12 miljoen, wordt er ter uitzondering in de tekst enkel de term Roma gehanteerd. In de kennisgids maken wij echter een duidelijk onderscheid tussen Sinti en Roma, omdat het niet om een uniforme groep gaat.

2. Wie zijn de Nederlandse Sinti en Roma?

Sinti en Roma zijn tijdens verschillende perioden in de geschiedenis naar Nederland getrokken. Het is mede daardoor geen uniforme gemeenschap of groep. Wat weten we over de Nederlandse Sinti en Roma? 

In Nederland worden Sinti en Roma vaak gezamenlijk genoemd, maar het is belangrijk om te beseffen dat het niet over een uniforme ‘groep’ gaat: Nederlandse Sinti en Roma behoren niet tot één gemeenschap. Er bestaan onderling verschillen, ook tussen Sinti-gemeenschappen onderling en tussen Roma-gemeenschappen onderling (Smits van Waesberghe et al., 2020). 

Verschillende subgroepen zijn uiteenlopend in historische en culturele achtergronden (Van Eden et al., 2023; Seidler et al., 2024). Daarnaast bestaan er ook verschillen in de aansluiting die mensen met een Sinti- en Roma-achtergrond ervaren met Nederland. Er is een voorzichtige ontwikkeling zichtbaar waarbij sommige jonge Nederlandse Sinti en Roma meer aansluiting zoeken en vinden bij de bredere Nederlandse samenleving. Dit geldt overigens niet alleen voor jongvolwassenen: in het algemeen ervaren Nederlandse Sinti en Roma een verschillende mate van binding met Nederland. Diegenen die meer aansluiting zoeken, ervaren vaak dat ze ‘leven tussen twee culturen’, wat kan leiden tot identiteitsvraagstukken (Seidler et al., 2024). Dit betekent echter niet dat men de eigen cultuur opgeeft, want cultuur is – net als overal ter wereld – altijd in beweging.

Bij twijfel over de juiste benadering, kun je het beste rechtstreeks aan de persoon vragen hoe die zich identificeert.

Bij het definiëren van de Nederlandse Sinti en Roma is het enerzijds van belang om de beleidsmatige indeling als houvast te gebruiken, anderzijds is het minstens zo belangrijk om te begrijpen hoe de groep zichzelf identificeert. Een duidelijke definitie voorkomt eenzijdige of onjuiste benaderingen van Nederlandse Sinti en Roma en hun subgroepen. Beleid onderscheidt Nederlandse Sinti en Roma vaak op basis van hun vestigingsperiode in Nederland en heeft in dat kader ook verschillende keuzes gemaakt, bijvoorbeeld bij het toekennen van verblijfsvergunningen. Tegelijkertijd hanteren Nederlandse Sinti en Roma zelf diverse benamingen en onderverdelingen. Erkenning hiervan voorkomt misrepresentatie en bevordert passende ondersteuning.

Definiëring volgens Roma en Sinti zelf

Voor Nederlandse Sinti en Roma voelt de categorisatie naar vestigingsperiode vreemd aan. Binnen hun eigen gemeenschappen ligt het accent op onderlinge verschillen in families, tradities en beroepen die men vroeger beoefende. Bij Sinti komen bijvoorbeeld beroepen zoals muzikant, verkoper en woonwagenbouwer regelmatig voor. Ook binnen de Roma-gemeenschap zijn er subgroepen met specifieke specialisaties. De Kalderash staan als beroepsgroep bekend om hun vakmanschap in koper- en metaalbewerking, terwijl de Lovara oorspronkelijk paardenhandelaren waren (Seidler et al., 2024).

Definiëring op basis van vestigingsperiode

Binnen onderzoek en beleid wordt de vestigingsperiode in Nederland vaak als categorie gebruikt om Nederlandse Sinti en Roma van elkaar te onderscheiden. Hierbij moet men echter niet vergeten dat elke periode diverse individuen kent, met uiteenlopende achtergronden en verschillende landen van herkomst. In Nederland wordt het volgende onderscheid gemaakt:

1. Sinti

Sinti reisden en woonden al eeuwen in West-Europa, waaronder in Nederland. Vanaf de negentiende eeuw schreven sommige Sinti zich in bij de Nederlandse bevolkingsregistratie en kregen zij de Nederlandse nationaliteit. In de jaren 30 van de twintigste eeuw kwamen Sinti naar Nederland om te ontsnappen aan de nazi-vervolging. De overlevenden vestigden zich na de oorlog in Nederland. Voorheen werd deze groep gecategoriseerd als ‘Vooroorlogse Sinti’ (Seidler et al., 2024).

2. Roma ‘van oudsher’

Vanaf de vijftiende eeuw tot aan de twintigste eeuw migreerden Roma in verschillende periodes naar Nederland (Lucassen, 1990). Een groot deel van hen woont in woonwagens en voorheen werd deze groep ‘Vooroorlogse Roma’ genoemd (Seidler et al., 2024).

3. Generaal Pardon Roma

Deze Roma wonen sinds de jaren 60 en 70 in Nederland. Veel van hen kwamen uit het voormalige Joegoslavië, vaak zonder officiële documenten. Een Generaal-Pardonregeling zorgde ervoor dat 450 Roma in de tweede helft van de jaren 70 een verblijfsvergunning ontvingen (Dokters van de Wereld, 2010; Rodrigues & Matelski, 2004; Willems & Lucassen, 1990). Daarnaast werden deze Roma ondergebracht in elf opvanggemeenten, voornamelijk in sociale huurwoningen. Dit betrof de gemeenten Berkel-Enschot, Capelle aan den IJssel, Ede, Epe, Gilze-Rijen, Lelystad, Nieuwegein, Oldenzaal, het vroegere Spijkenisse, Utrecht en Veendam (Van Eden et al., 2023).

4. Voormalig Joegoslavische Roma

Deze Roma kwamen in de jaren 90 naar Nederland, vaak als vluchtelingen uit het voormalige Joegoslavië (Asante et al., 2022; Seidler et al., 2024).

5. Roma na 2003

Met deze term wordt verwezen naar Roma uit Centraal- en Oost-Europa die na de uitbreiding van de Europese Unie (vanaf 2004) naar Nederland migreerden (Seidler et al., 2024).

6. Roma en Sinti zonder verblijfsvergunning

Ongeveer twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog migreerden veel Roma-families naar Nederland. Niet alle Roma-families konden in de jaren 70 van de Generaal-Pardonregeling profiteren. Ook zijn er Roma die hun verblijfspapieren niet tijdig hebben kunnen verlengen. Hierdoor beschikt een deel van deze gemeenschap niet over officiële documenten en vallen sindsdien in Nederland onder de groep ‘ongedocumenteerden’ (Busser & Rodrigues, 2010). Het is belangrijk te benadrukken dat Sinti en Roma zonder verblijfsvergunning niet als aparte groep moeten worden gezien van de eerdergenoemde categorieën. In de praktijk zijn zij altijd onderdeel geweest van de Sinti- en Roma-gemeenschap, ongeacht de vestigingsperiode.

Identiteit en terughoudendheid

Er bestaan veel stereotiepe ideeën over mensen met een Sinti- en Roma-achtergrond. Veel Nederlandse Sinti en Roma houden hun identiteit dan ook liever voor zichzelf, uit angst voor afwijzing of ongelijke behandeling. Het is zorgelijk, maar ook begrijpelijk, dat jongeren die een opleiding volgen, carrière maken op de arbeidsmarkt of anderszins meedoen in de maatschappij deze terughoudendheid ervaren. Helaas verandert er hierdoor weinig aan bestaande beeldvorming. De beslissing van veel Nederlandse Sinti en Roma om hun identiteit verborgen te houden, vraagt van professionals om een zorgvuldige en respectvolle aanpak, waarbij het delen van deze identiteit niet vanzelfsprekend is.

2.1 Hoeveel Nederlandse Sinti en Roma zijn er?

Omdat registratie op etniciteit in Nederland niet is toegestaan, is het aantal Sinti en Roma in Nederland niet exact bekend.

Veel studies, ook meer recente, baseren zich nog steeds op cijfers die meer dan vijftien jaar oud zijn (Van Eden et al., 2023). Er zijn studies die suggereren dat het aantal kan liggen tussen de 32.000 en 48.000 personen, maar hierin worden ook woonwagenbewoners meegenomen (Cahn & Guild, 2010). Andere schattingen lopen uiteen van 2.000 tot 20.000 personen (Dagevos & Gijsberts, 2010). Hoe men tot deze schattingen komt en waarom de cijfers uiteenlopen, kun je nalezen in de Monitor Inclusie: Nulmeting (Movisie, 2013).

3. Wat speelt er rond het thema?

Dit hoofdstuk gaat in op wat er speelt rond het thema Nederlandse Sinti en Roma. We beschrijven de geschiedenis en de invloeden van het rondtrekkend bestaan. Daarna komen thema's aan bod die nog steeds aandacht nodig hebben: discriminatie, en beleid op het gebied van wonen, rondkomen, onderwijs en staatloosheid. 

3.1 Geschiedenis

Nederlandse Sinti en Roma kennen een lange, woelige geschiedenis. Hun leven en cultuur is niet los te zien van de invloeden van een rondtrekkend bestaan, maar wordt ook gekenmerkt door lange perioden van vervolging. Hieronder schetsen we een korte geschiedenis van de Sinti en Roma in Nederland. 

Van Noordwest India naar Europa

Onderzoek en de eigen geschiedenis van individuen met een Sinti- en Roma-achtergrond duiden op een oorsprong in het noordwesten van India (Kamp Westerbork, z.d.). Daarnaast zijn er taalkundige aanwijzingen die deze overtuiging onderbouwen, waaronder de overeenkomst tussen het Romanes, de taal van Sinti en Roma, en het Hindi (Bakker, 2012). De reden achter het vertrek uit India is moeilijker te verklaren dan de oorsprong. Historische gegevens laten zien dat in de vroege vijftiende eeuw de eerste nieuwkomers in West-Europa arriveerden, die zich als pelgrims uit ‘Klein-Egypte’ presenteerden. Dit leidde tot hun aanduidingen in verschillende landen als Egyptenaren, Gipten, Gypsies en Gitanos. In 1420 was de eerste aankomst in de Nederlanden, waar ze de namen ‘heiden’ en ‘Egyptenaar’ kregen (Lucassen, 1990). Roma en Sinti zijn door de jaren heen vaak omschreven met termen als gypsies, gitanos, tsigane en zigeuner. Deze woorden hebben echter een negatieve connotatie en worden door velen als beledigend beschouwd.

KIS hanteert het woord ‘cultuur’ met terughoudendheid, omdat cultuur geen vastomlijnd of statisch begrip is. Daarnaast wordt cultuur vaak misbruikt om groepen of maatschappelijke problemen te verklaren, een proces dat ‘culturalisering’ wordt genoemd. In plaats daarvan erkent KIS dat ongelijkheid vaak een mede bepalende factor is voor de positie van individuen. We kiezen er in dit geval bewust voor om de term ‘cultuur’ te gebruiken, omdat we eerst de context en geschiedenis van mensen met een Sinti- of Roma-achtergrond willen schetsen voordat we ingaan op de huidige ontwikkelingen.

Sinti en Roma in Nederland tot begin twintigste eeuw

Nederlandse publicaties over Sinti en Roma uit de negentiende eeuw schetsen een stereotyperend beeld. Dit beeld omvatte enkele romantische en positieve elementen, maar werd overschaduwd door negatieve associaties. Hoewel mensen met een Sinti- en Roma-achtergrond erkend werden voor hun muzikale en dansvaardigheden, werden ze ook vaak onterecht beschreven als minderwaardig en onbeschaafd (Lucassen, 1990; Nieuwenhuizen, 2004). In het midden van de negentiende eeuw vestigden nieuwe groepen, zoals de Kaldarasch en Ursari, zich in Nederland. De Nederlandse overheid was verdeeld in haar houding tegenover deze groepen. De Rijksoverheid was overwegend negatiever: die ging ervan uit dat deze groepen geen stabiele bestaansmiddelen hadden en probeerde hun komst te ontmoedigen. Gemeentelijke overheden stonden doorgaans positiever tegenover de nieuwe groepen dan de Rijksoverheid en faciliteerden hun verblijf door het afgeven van officiële documenten zoals reis- en verblijfsdocumenten, woonwagenvergunningen en bewijs van Nederlanderschap. Begin twintigste eeuw begon Nederland met een systematischer beleid ten aanzien van mensen met een Sinti- en Roma-achtergrond (Lucassen, 1990; Nieuwenhuizen, 2004). Dit werd uitgevoerd door een speciaal aangestelde Administrateur voor de Grensbewaking en de Vreemdelingendienst (AGVD), die zich als eerste structureel richtte op mensen met een Sinti- en Roma-achtergrond. De AGVD verzamelde persoonsgegevens van mensen die hij als ongewenste vreemdelingen beschouwde, met als doel hen uit het land te zetten. Ook onderzocht hij waarom gemeentelijke overheden niets deden om de vestiging van Sinti en Roma te voorkomen en waarom ze dit toestonden (Lucassen, 1990). Tegelijkertijd werd het maatschappelijke beeld negatiever: tot 1928 werden Sinti en Roma vaak beschouwd als lastig, maar na 1928 ontstond, mede door het stigma tegenover nomadische groepen, het idee dat zij een sterke neiging tot crimineel gedrag vertoonden (Lucassen, 1990; Nieuwenhuizen, 2004). Dit beeld weerspiegelt de sterke negatieve vooroordelen die in deze periode over Sinti en Roma bestonden.

Tweede Wereldoorlog

Onder het naziregime tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Sinti en Roma vervolgd. Na de machtsovername van de nazi’s werden de levens systematisch en steeds verder ontwricht. Nederlandse Sinti en Roma mochten hun beroep als musicus, dat een lange traditie kende binnen hun gemeenschappen, niet langer uitoefenen (Anne Frank Stichting, z.d.). Met ingang van 1 juli 1943 werd een trekverbod ingesteld, en in datzelfde jaar werd besloten dat woonwagens naar verzamelkampen dienden te worden overgebracht (Lucassen, 1990). Hierdoor werd het een jaar later eenvoudiger om Sinti en Roma op te sporen en op te pakken tijdens de razzia (Oorlogsbronnen, z.d.). In september 1939, vlak na het begin van de Tweede Wereldoorlog, besloot de SS om circa 30.000 Duitse Sinti en Roma naar werkkampen in het door Duitsland bezette Polen te deporteren. De deportaties begonnen in mei 1940. In Nederland vond in 1944, in opdracht van de Duitse bezetter, een razzia plaats waarbij 578 mannen, vrouwen en kinderen werden gearresteerd door de Nederlandse politie en gedeporteerd naar kamp Westerbork. In Westerbork bleek dat de selectie ‘zigeuner’ te breed was gehanteerd. Woonwagenbewoners en mensen met een nationaliteit uit een neutraal land werden vrijgelaten. De overgebleven groep van 245 personen werd naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd, waar de meesten door vergassing om het leven werden gebracht. Slechts 31 personen overleefden de oorlog, wat betekent dat ongeveer 215 Sinti- en Roma-slachtoffers uit Nederland zijn omgekomen (Kamp Westerbork, z.d.; Oorlogsbronnen, z.d.; Sijes, 1979). In Auschwitz-Birkenau werden ook Sinti en Roma uit andere bezette landen van Europa vermoord. De schattingen van het aantal Sinti en Roma slachtoffers in Europa variëren sterk. Vaak wordt een aantal van 500.000 genoemd, maar dit cijfer is niet gebaseerd op diepgaand of een internationaal vergelijkend onderzoek (About & Abakunova, 2016). Historici en academici die zich over deze kwestie hebben gebogen, schatten het aantal slachtoffers meestal tussen de 200.000 en 500.000 (Kenrick & Puxon, 1972; Bernadac, 1979; Huttenbach, 1991). Daarnaast moet worden erkend dat veel slachtoffers niet alleen in nazivernietigingskampen omkwamen, maar ook door massa-executies in Servië (Pisarri, 2014) en door de Einsatzgruppen in landen als Polen, Roemenië, Oekraïne en Rusland (About & Abakunova, 2016). Een bredere kijk, waarbij ook de slachtoffers onder het regime van de Sovjet-Unie worden meegenomen, zou de totale schatting aanzienlijk kunnen verhogen (About & Abakunova, 2016). De vervolging van Sinti en Roma wordt ook porajmos genoemd, een woord dat ‘de verslinding’ betekent (Anne Frank Stichting, z.d.).

Meer weten over de vervolging van Nederlandse Sinti en Roma tijdens de Tweede Wereldoorlog? Lees dan ook deze artikelen over tentoonstellingen die dit thema hebben belicht:

Nasleep Tweede Wereldoorlog

Slechts een handjevol Sinti en Roma keerde na de oorlog terug naar Nederland. Net als veel andere Nederlanders kregen zij na de oorlog geen steun van de overheid of vergoeding van hun geconfisqueerde bezittingen. Het duurde na de Tweede Wereldoorlog lang voordat werd erkend dat Sinti en Roma, net als Joodse mensen en andere vervolgde groepen, hetzelfde lot hebben gedeeld (Stichting Oorlogsverhalen, z.d.).

Een aangrijpend voorbeeld van deze vergeten geschiedenis is Settela Steinbach, die één van de vele mensen was die werden gedeporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Zij is bekend geworden door haar verschijning in een fragment van de Westerborkfilm van Rudolf Breslauer. In 1944 maakte Rudolf Breslauer, een gevangene van kamp Westerbork, namelijk uitgebreid filmopnamen op verzoek van de Duitse kampautoriteiten. De ‘Westerborkfilm’ wordt gezien als een uniek historisch document dat een bijzondere plaats inneemt binnen de bronnen over de Holocaust. Historicus Jacques Presser beschreef het als ‘onovertreffelijk’, wat gepast is, aangezien er geen vergelijkbaar filmmateriaal bekend is van andere naziconcentratiekampen (Kamp Westerbork, z.d.). Het beeld van het ‘meisje met de hoofddoek’ werd na de Tweede Wereldoorlog een symbool voor Joodse slachtoffers van de Holocaust. In 1994 ontdekte journalist Aad Wagenaar echter dat het meisje geen Joodse achtergrond had, maar een Sintezza was (Kamp Westerbork, z.d.) (binnen de Sinti-gemeenschap worden mannen aangeduid als ‘Sinto’ en wordt ‘Sintezza’ specifiek gebruikt voor vrouwen).

De pijn en het verdriet veroorzaakt door de Tweede Wereldoorlog leeft nog steeds bij Nederlandse Sinti en Roma. Binnen de Monitor Sociale Inclusie wordt er ook gewezen op het ervaren van intergenerationeel trauma. Daarnaast heeft de negatieve beeldvorming rond Nederlandse Sinti en Roma, die al eeuwenlang bestaat, vandaag de dag nog gevolgen. Dit komt met name tot uiting in persoonlijke en institutionele discriminatie tegen Sinti en Roma. Meer hierover in het volgende gedeelte.

Herdenking van de ‘porajmos’

De vervolging van mensen met een Sinti- en Roma-achtergrond wordt ook wel ‘porajmos’ genoemd, wat ‘de verslinding’ betekent. Nog steeds is hier relatief weinig aandacht en erkenning voor. Wel zien we de laatste jaren een toename van het aantal evenementen dat zich hiervoor inzet. Een voorbeeld hiervan is het evenement Memory with Love en het bevrijdingsfeest dat op 4 en 5 mei 2024 plaatsvond in Maastricht. Bekijk de video van het evenement: 

Conclusie

Ondanks de verschillende subgroepen en mate van aansluiting tot de maatschappij, zijn Nederlandse Sinti en Roma verbonden door een gemeenschappelijke geschiedenis van vervolging, reizen, vermoedelijke afkomst en culturele overeenkomsten. Vaak worden Sinti en Roma getypeerd als woonwagenbewoners of reizigers. Hoewel Roma en met name Sinti vaak in woonwagens wonen, is het een misverstand om hen met woonwagenbewoners gelijk te stellen. Niet alle woonwagenbewoners zijn Sinti of Roma, en niet alle Sinti en Roma zijn woonwagenbewoners. Waarbij het voornamelijk cruciaal is om te erkennen dat Sinti en Roma etnische minderheden zijn, die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vervolgd.

Meer weten over de geschiedenis van Nederlandse Sinti en Roma? Kijk dan ook eens naar:

3.2 Discriminatie

Discriminatie van Nederlandse Sinti en Roma komt helaas nog vaak voor, en gebeurt op diverse levensterreinen. 

Uit het onderzoek van de Monitor Sociale Inclusie blijkt dat vrijwel alle onderzochte Nederlandse Sinti en Roma dagelijks te maken krijgen met verschillende vormen van discriminatie (Seidler et al., 2024). 

Discriminatie en racisme jegens mensen met een Sinti- en Roma-achtergrond wordt ook wel ‘antiziganisme’ genoemd. Voor Sinti en Roma met families die al lange tijd in Nederland wonen, aldus de Monitor, kent deze discriminatie een lange geschiedenis. Er wordt zowel gerefereerd aan institutionele als persoonlijke discriminatie. Volgens Sinti en Roma die woonwagenbewoners zijn of dat willen worden, is het woonwagenbeleid van gemeenten en de landelijke overheid een voorbeeld van discriminatie (Seidler et al., 2024). Tussen 1999 en 2018 was er sprake van een gedecentraliseerd woonwagenbeleid, waarbij veel gemeenten kozen voor het afbouwen van het aantal woonwagens. Zo werd na het overlijden van een persoon de woonwagenstandplaats vaak opgeheven. Dit beleid staat in de volksmond bekend als het ‘uitsterfbeleid’ (Teodorescu et al., 2024). Omdat de ervaren discriminatie nauw samenhangt met beleid en in relatie staat tot het instituut de overheid, kan deze worden gekenmerkt als institutionele discriminatie. Dit komt doordat de regels en processen in het beleid van dit instituut hebben geresulteerd in ongelijke behandeling en/of uitkomsten (Felten et al., 2021).

De herkomst van het woord ‘zigeuner’ is omstreden, maar het staat vast dat veel Sinti en Roma het als kwetsend ervaren. Ook de term ‘antiziganisme’ is onderwerp van discussie, omdat het ‘zigan’ bevat. Toch wordt deze term nog in veel, ook recentere, studies, gebruikt en is er nog geen overeenstemming bereikt over een alternatieve term. In recente publicaties gebruiken wij de term daarom alleen indien noodzakelijk en tussen aanhalingstekens.

Wanneer het gaat om interpersoonlijke discriminatie, wordt bedoeld dat deze plaatsvindt tussen mensen. Sinti- en Roma-respondenten in het onderzoek van de Monitor Sociale Inclusie ervoeren dit door anders te worden benaderd op straat, in het verkeer of door winkels en bedrijven. Als reactie vermijden sommigen confrontaties of verbergen ze hun identiteit wanneer dat kan (Seidler et al., 2024; Smits van Waesberghe et al., 2024). Voorbeelden van interpersoonlijke discriminatie gegeven door Roma-respondenten waren onder andere het in de gaten gehouden worden in winkels of uitgescholden worden om hun afkomst.

Een overzicht van de cijfers

Uit het onderzoek van de Fundamental Rights Agency (2020) naar Sinti, Reizigers en Roma in Nederland blijkt dat:

  • 40 procent van Nederlandse Sinti en Reizigers discriminatie ervaart bij werk, onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en andere diensten.
  • 76 procent van Nederlandse Roma in Nederland discriminatie ervaart bij werk, onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en andere diensten.
  • 59 procent van Nederlandse Sinti en Reizigers op de hoogte is van organisaties voor gelijke behandeling, zoals Antidiscriminatiebureaus of het College voor de Rechten van de Mens.
  • 12 procent van Nederlandse Roma op de hoogte is van een nationaal orgaan voor gelijke behandeling.
  • 55 procent van Nederlandse Sinti en Reizigers op de hoogte is van antidiscriminatiewetgeving.
  • 5 procent van Nederlandse Roma op de hoogte is van antidiscriminatiewetgeving.
  • 21 procent van Nederlandse Sinti en Reizigers tussen 2013 en eind 2018 een melding heeft gemaakt van discriminatie.
  • 13 procent van Nederlandse Roma tussen 2013 en eind 2018 een melding heeft gemaakt van discriminatie.
  • 33 procent van de Nederlanders zich oncomfortabel voelt bij het idee van Nederlandse Sinti, Roma en Reizigers als buren.

In het onderzoek van de Fundamental Rights Agency (FRA) worden Sinti en Reizigers als één categorie beschouwd. In de kennisgids richten wij ons echter alleen op Sinti en Roma. Omdat de cijfers van de FRA belangrijk zijn voor het begrijpen van de leefsituatie van Nederlandse Sinti en Roma, hebben wij ervoor gekozen deze op te nemen. Volgens de FRA behoren Nederlandse Reizigers tot een lange lijn van families die werkzaam waren in seizoensgebonden, nomadische en/of voornamelijk pre-industriële beroepen. Toen deze ambachten geleidelijk verdwenen, gingen zij hetzelfde soort (nomadisch) werk doen als Sinti en Roma, wat resulteerde in een sterke verbondenheid tussen deze groepen.

Bij de interpretatie van de cijfers uit de FRA-studie moet worden opgemerkt dat Roma in Nederland, zoals de Generaal Pardongroep (verblijfsrecht sinds 1978) en de voormalig-Joegoslavische Roma, vaak verspreid over het land wonen. Voor onderzoekers was het moeilijk om voldoende deelnemers uit deze groepen te includeren, waardoor voorzichtigheid geboden is bij het generaliseren van de gegevens naar de gehele Roma-gemeenschap (Eden, Briels & Jorna 2023).

Discriminatie op het gebied van arbeid en dienstverlening

Volgens deelnemers aan dialoogsessies van het Verwey-Jonker Instituut is discriminatie op de arbeidsmarkt een veelvoorkomend probleem. Nederlandse Sinti en Roma ervaren dit zowel bij het solliciteren naar een baan als in de omgang met collega’s op de werkvloer. Werkgevers selecteren kandidaten volgens hen soms al op voorhand op basis van hun achternaam (Smits van Waesberghe et al., 2024). Ander onderzoek (Seidler et al., 2024) bevestigt dit, waarbij respondenten aangaven dat ze vanwege hun naam of postcode werden afgewezen voor een baan. Sommigen maakten zelfs mee dat ze werden ontslagen of klanten verloren. Daarnaast oordeelde het College voor de Rechten van de Mens dat er sprake was van discriminatie bij weigeren van dienstverlening aan verschillende Sinti- en Roma-individuen, onder andere bij het niet afleveren van huis-aan-huisbladen op woonwagenlocaties (2018), het weigeren van een autoverzekering (2019), en het niet verstrekken van geldleningen (2022).

Institutionele discriminatie

Uit het onderzoek Geen Ruimte voor Discriminatie blijkt dat discriminatie jegens Sinti en Roma is verweven in verschillende instituties, zoals overheids- en onderwijsinstellingen. De richtlijnen en procedures die in het beleid van deze instellingen worden toegepast, resulteren in ongelijke behandelingen en/of uitkomsten (Felten et al., 2021). Dit betreft bijvoorbeeld acties die gericht zijn op volledige groepen of gemeenschappen als reactie op handelen van enkele individuen, of gebaseerd zijn op stereotypen over de groep als geheel. Om deze reden hebben veel Nederlandse Sinti en Roma het gevoel dat ze allemaal over één kam worden geschoren.

Meer weten over discriminatie van Nederlandse Sinti en Roma? Kijk dan verder bij:

3.3 Wederzijds wantrouwen

Ontwikkelingen in de geschiedenis maar ook in de afgelopen jaren, hebben hun impact gehad op de verhoudingen tussen Nederlandse Sinti en Roma en overheidsinstanties. Dit wantrouwen gaat, ook in historisch perspectief, twee kanten op.

Wantrouwen vanuit Nederlandse Sinti en Roma

Veel Nederlandse Roma en Sinti wantrouwen officiële (overheids)instanties. Dit wantrouwen komt niet uit de lucht vallen. De Monitor Sociale Inclusie wijst hiervoor verschillende hoofdoorzaken aan:

1. Geschiedenis van de vervolging en woonbeleid

Het wantrouwen is geworteld in de eeuwenlange vervolging, met name de vervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog, en het woonbeleid dat sinds de twintigste eeuw wordt gevoerd.

2. Weinig zichtbare verbetering

Veel Nederlandse Sinti en Roma zien weinig zichtbare verbetering van overheidsbeleid, waarbij voornamelijk wordt gewezen naar het woonwagenbeleid. Dit hangt samen met de eerder genoemde discriminatie rondom het woonwagenbeleid. Hoewel gemeenten verantwoordelijk zijn voor het realiseren van meer standplaatsen, blijft dit in de praktijk vaak uit.

3. Wisselingen in personeel

Frequent wisselende functies binnen overheidsinstanties belemmeren de opbouw van vertrouwen, doordat contactpersonen regelmatig veranderen en eerder opgebouwde relaties verloren gaan. Hierbij wordt gewezen naar mensen met belangrijke posities (zoals wethouders, politiemensen, woningcorporatie-directeuren) en professionals (zoals wijkagenten, huisartsen, wijkcoaches, leerkrachten en leerplichtambtenaren).

4. Focus op handhaving

Nederlandse Sinti en Roma voelen dat overheidsinitiatieven vooral gericht zijn op handhaving en criminaliteitsbestrijding. Hierbij wordt vaak gewezen naar het landelijk programma gericht op de aanpak van mensenhandel onder Roma-kinderen (dat in 2016 eindigde). Ook spelen negatieve ervaringen met politie mee, zoals invallen op woonwagenlocaties.

Het programma ‘Aanpak uitbuiting Roma-kinderen’ werd in 2011 opgezet door de ministeries van Veiligheid & Justitie en Sociale Zaken & Werkgelegenheid, mede op verzoek van het VNG Platform Roma-gemeenten. Gemeenten hadden behoefte aan ondersteuning bij de aanpak van complexe problematiek binnen Roma-gezinnen. Veel Nederlandse Sinti en Roma ervoeren echter vooral een repressieve benadering, wat heeft geleid tot wantrouwen en terughoudendheid. Zij vermijden vaak open gesprekken over hun kinderen, uit angst voor vooroordelen en stigmatisering.

Wantrouwen richting Nederlandse Sinti en Roma

Ook vanuit (lokale) overheden bestaat er wantrouwen richting deze groepen. De Monitor Sociale Inclusie omschrijft dit als wederzijds wantrouwen. In dit onderzoek geven sommige professionals aan dat er vanuit historisch perspectief binnen overheidsinstanties minder vertrouwen is in Nederlandse Sinti- en Roma-gemeenschappen. Ook vandaag de dag bestaat bij sommige ambtenaren nog het beeld dat Sinti en Roma een onrustige groep zijn of betrokken zijn in de criminaliteit. Het is belangrijk op te merken dat deze opvattingen altijd voortkomen uit specifieke interacties en niet representatief zijn voor alle professionals. Ook laten diverse (historische) bronnen zien dat Sinti en Roma al voor de Tweede Wereldoorlog werden gezien als ‘lastig’ en in verband werden gebracht met criminaliteit. Deze denkbeelden komen deels voort uit stigma en discriminatie, en berusten niet altijd op feiten of bewijs (Lucassen, 1990; Nieuwenhuizen, 2004). In de laatste paar jaar is de maatschappelijke positie van Nederlandse Sinti en Roma verbeterd en zijn er ook meer positieve relaties tussen hen en de overheid. 

Spanningsveld met het veiligheidsdomein

Er is een spanningsveld met het veiligheidsdomein. Een deel van de Nederlandse Sinti- en Roma-gemeenschappen heeft het gevoel dat de aandacht vanuit beleidsmakers vooral gericht is op handhaving en criminaliteitsbestrijding. Zo wordt vaak verwezen naar de aanpak tegen mensenhandel gericht op Roma-kinderen vanuit een landelijk programma dat in 2016 werd afgesloten. Respondenten ervaren ook dat er soms buitenproportioneel grote politiecontroles en invallen zijn op woonwagenlocaties. Het is echter belangrijk te benadrukken dat de ervaringen met politie en handhaving variëren: niet alle Sinti- en Roma-respondenten in de Monitor Sociale Inclusie hebben negatieve ervaringen. Sommige respondenten geven juist aan positieve ervaringen te hebben met de politie. De groep respondenten in de Monitor Sociale Inclusie is divers, en hun ervaringen zijn niet uniform, wat nuance noodzakelijk maakt.

3.4 Leefsituatie en bijbehorend beleid

Het beleid ten aanzien van Sinti en Roma in Nederland heeft de afgelopen decennia belangrijke veranderingen doorgemaakt. 

Waar op nationaal niveau voorheen specifiek doelgroepenbeleid werd gevoerd, is dit vervangen door een generiek beleid. Diverse regelingen op het gebied van armoede, onderwijs en zorg gelden nu voor iedereen die daarvoor in aanmerking komt, inclusief Sinti en Roma (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, 2021). Op lokaal niveau voeren sommige gemeenten nog steeds specifiek beleid voor Sinti en Roma, maar dit is niet overal hetzelfde. Door decentralisatie is de verantwoordelijkheid voor beleid in de eerste plaats bij gemeenten gelegd, waardoor zowel de aanpak als de inspraakmogelijkheden voor Sinti en Roma per gemeente uiteenlopen (Seidler et al., 2024).

In de volgende hoofdstukken gaan we dieper in op het beleid rond Sinti en Roma, bijvoorbeeld op het gebied van wonen, onderwijs en staatloosheid. 

3.5 Wonen

Veel Nederlandse Sinti, en een deel van de Roma, wonen van oudsher in een woonwagen. Door verschillende beleidswijzigingen is de woonvorm van Sinti en Roma in de afgelopen decennia ingrijpend veranderd. Op deze manier zijn veel Sinti en Roma in een stenen woning terechtgekomen, dikwijls tegen hun zin. 

In de twintigste eeuw veranderde het leven van woonwagenbewoners aanzienlijk: het rondtrekkende bestaan maakte plaats voor vaste standplaatsen. De invoering van de Woonwagenwet in 1918 had hier een grote invloed op (OWRS, z.d.). Deze wet bepaalde dat woonwagens niet zomaar overal geplaatst mochten worden en stelde specifieke eisen aan zowel de woonwagen zelf als de woonwagenbewoners. Hoewel de wet de vrijheid van rondtrekken beperkte, bood ze ook bescherming tegen het opjagen en verdrijven van bewoners. In 1957 werd een wijziging doorgevoerd die gemeenten in staat stelde om een regionaal woonwagenterrein op te zetten, wat uiteindelijk resulteerde in grotere regionale wooncentra (OWRS, z.d.). In 1999 is de Woonwagenwet in Nederland ingetrokken en werd het woonwagenbeleid gedecentraliseerd naar de gemeenten. Vanaf dat moment viel de landelijke coördinatie van woonwagenvoorzieningen weg. Dit leidde tot grote verschillen tussen gemeenten in de uitvoering van het woonwagenbeleid. In veel gemeenten werd gekozen voor een afbouw van woonwagenstandplaatsen, wat bekend is geworden als het zogenoemde ‘uitsterfbeleid’ (Smits van Waesberghe et al., 2024; Teodorescu et al., 2024). Dit heeft tot veel kritiek geleid vanuit de gemeenschappen. Dankzij hun inspanningen heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inmiddels erkend dat woonwagenbewoners een minderheidsgroep vormen met een eigen culturele identiteit die bescherming van de overheid verdient. Ook de Nationale Ombudsman stelde in 2017 vast dat gemeenten onvoldoende het recht van woonwagenbewoners erkennen om volgens hun eigen gewenste woonvorm te leven. Het is opnieuw van belang te benadrukken dat woonwagenbewoners niet per definitie een Sinti- of Roma-achtergrond hebben. Desondanks speelt woonwagenbeleid een belangrijk rol, aangezien veel Roma en vooral Sinti in woonwagens wonen, of deze wens hebben, en dit hun leefomstandigheden direct beïnvloedt.

Meer weten over activisme vanuit de gemeenschappen? Kijk eens naar dit artikel van KIS: Strijd voor het behoud van de Sinti- en woonwagencultuur | KIS.

Woonwagenbeleid

In 2018 presenteerde het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een nieuw beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. Het geeft aan hoe gemeenten hun woonwagenstandplaatsenbeleid in overeenstemming kunnen brengen met de mensenrechtelijke uitgangspunten. Een onderdeel hiervan is het in kaart brengen van de behoefte aan standplaatsen en het inschatten van het aantal benodigde plekken voor woonwagenbewoners, spijtoptanten en kermisexploitanten. Voor een voorbeeld van een standplaatsenbehoeftenonderzoek, bekijk Labyrinth Onderzoek & Advies, 2019. Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) monitort sinds 2019 het aantal standplaatsen en stuurt iedere twee jaar de herhaalmeting woonwagenstandplaatsen naar de Tweede Kamer.

Spijtoptanten zijn mensen die in het verleden vanuit een woonwagen zijn verhuisd naar een reguliere (stenen) woning, maar graag opnieuw een woonwagen zouden willen betrekken.

In opdracht van de Nationaal Coördinator tegen Racisme en Discriminatie (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) is er in 2024 een verkennend onderzoek uitgevoerd naar het woonwagenbeleid in Nederland. De auteurs, Teodorescu, De Vries en Van Kan (2024), stellen dat het huidige beleid tot op heden nauwelijks tot concrete resultaten heeft geleid: meer dan 40 procent van de gemeenten heeft geen behoeftenonderzoek uitgevoerd, en waar dit wel is gedaan, blijft de daadwerkelijke realisatie van nieuwe standplaatsen vaak uit.

In het eerder genoemde onderzoek van Teodorescu, De Vries en Van Kan (2024) doen zij zeven aanbevelingen voor inclusief en effectief woonwagenbeleid:

  1. Het is belangrijk dat de Rijksoverheid een sterkere regierol krijgt, waarbij zij toeziet op het uitvoeren van behoefteonderzoeken, de realisatie van standplaatsen en uitbreidingsplannen, heldere regelgeving opstelt (omtrent standplaatsen en wachtlijsten) en deze punten verwerkt in een woonvisie.
  2. Erken woonwagens en toercaravans als volwaardige woonvorm en voorkom gedwongen innovaties.
  3. Verbeter financieringsmogelijkheden voor woonwagens via banken.
  4. De Rijksoverheid moet via structurele fondsen de verduurzaming van woonwagens ondersteunen.
  5. Leg het mandaat van tussenbureaus vast en beperk de kerntaak tot onderhoud.
  6. Vergroot ambtelijke kennis over woonwagencultuur en bestrijd discriminatie tegen Sinti en Roma.
  7. Erken het historisch leed van woonwagenbewoners door gevoerd woonwagenbeleid.

Wat belemmert de uitbreiding van standplaatsen? Twee perspectieven

Volgens Teodorescu et al. (2024) zorgt de combinatie van publieke weerstand, gebrek aan regie door lokale overheden en schaarste in woonruimte ervoor dat het tekort aan standplaatsen blijft bestaan. Woonwagenbewoners zelf merken vooral een patroon van weerstand bij omwonenden, die soms door gemeenten worden aangegrepen om uitbreidingsplannen op te schorten of te vertragen. Woonwagenbewoners hebben kritiek op het feit dat gemeenten bewonersavonden organiseren rondom uitbreidingsplannen, omdat dit de negatieve beeldvorming van woonwagencentra zou versterken.
 

Gemeenten geven verschillende redenen aan waarom de uitbreiding van het aantal standplaatsen niet snel verloopt. Uit de herhaalmeting woonwagenstandplaatsen 2023 (van Leer & Rottier, 2023) blijkt dat de meest genoemde knelpunten te maken hebben met de onrendabele exploitatie van woonwagenstandplaatsen, de discrepantie tussen het beleidskader en de gemeentelijke mogelijkheden en een gebrek aan locaties om standplaatsen te realiseren. Ook het gebrek aan personele capaciteit wordt door gemeenten als knelpunt benoemd.

3.6 Rondkomen

Ondanks positieve ontwikkelingen bevinden Nederlandse Sinti en Roma zich nog steeds in een lastige positie op de arbeidsmarkt. Er is veel werkloosheid en veel Sinti en Roma geven aan dat ze gediscrimineerd worden op de werkvloer en bij sollicitaties. Toch zijn er ook verbeteringen te zien. 

Ook naar het onderwerp 'rondkomen' heeft de Fundamental Rights Agency onderzoek gedaan.

Een overzicht van de cijfers

Uit het onderzoek van de Fundamental Rights Agency (2020) naar Roma, Sinti en Reizigers in Nederland blijkt dat:

  • 76 procent van de geïnterviewde mannelijke Roma, Sinti en Reizigers in de leeftijd van 20-64 jaar tijdens deelname aan het onderzoek geen werk had en daar ook niet naar op zoek was.
  • 90 procent van de geïnterviewde vrouwelijke Roma, Sinti en Reizigers in de leeftijd van 20-64 jaar tijdens deelname aan het onderzoek geen werk had en daar ook niet naar op zoek was.
  • 67 procent van de geïnterviewde Roma in de vijf jaar voorafgaand aan het onderzoek discriminatie ervoer bij het zoeken naar werk.
  • 54 procent van de geïnterviewde Sinti en Reizigers in de vijf jaar voorafgaand aan het onderzoek discriminatie ervoer bij het zoeken naar werk.
  • 36 procent van de geïnterviewde Roma in een huishouden woont dat moeite heeft om rond te komen.
  • 31 procent van de geïnterviewde Sinti en Reizigers in een huishouden woont dat moeite heeft om rond te komen.

Naast de gepresenteerde cijfers biedt de Monitor Sociale Inclusie een kwalitatieve inkijk in hoe professionals (waaronder beleidsmakers en belangenbehartigers) de arbeidsmarktpositie van Nederlandse Sinti en Roma ervaren. In de meting zijn zowel professionals als leden van de gemeenschap geïnterviewd. Hierin is bewust gekozen voor de term ‘rondkomen’, omdat deze term binnen de gemeenschap gebruikelijk is en niet alleen werken in loondienst omvat, maar verschillende inkomstenbronnen, zoals ondernemerschap, diverse uitkeringen, en andere middelen van bestaan.

Wat komt er uit de Monitor Sociale Inclusie?

Moeilijke arbeidsmarktpositie

Professionals geven aan dat Nederlandse Sinti en Roma het lastig hebben op de arbeidsmarkt (Seidler et al., 2024). De werkloosheid is nog steeds relatief hoog, vergelijkbaar met eerdere metingen, al zijn er wel signalen van lichte verbetering. Het is bovendien relevant te noemen dat de mate van werkloosheid varieert per regio en gemeente. Naast werkloosheid wordt er ook gesproken over een hoge mate van armoede en gebruik van uitkeringen (Seidler et al., 2024).

Houding ten aanzien van werk

Binnen de gemeenschappen van Nederlandse Sinti en Roma zijn volgens professionals scheidslijnen zichtbaar (Seidler et al., 2024). Een deel van de gemeenschap zoekt en vindt steeds meer aansluiting bij de reguliere arbeidsmarkt, al verbergen sommigen wel hun Sinti- of Roma-identiteit uit angst voor stigmatisering. Ook zijn er van oudsher veel Sinti en Roma die de voorkeur hebben voor werken als zelfstandige, bijvoorbeeld in de handel of de muziek. Deze voorkeur komt volgens hen voort uit hun gevoel voor ondernemerschap en de wens om samen te werken met familie en anderen binnen de gemeenschap. Daarnaast zorgt voor veel Sinti en Roma discriminatie en stigmatisering ervoor dat sommigen geen werk kunnen vinden op de reguliere arbeidsmarkt. Het starten van een eigen bedrijf biedt voor sommigen dan ook een manier om hun eigen inkomen te genereren (Seidler et al., 2024).

Genderrollen en arbeidsmarktparticipatie

Volgens de geïnterviewde professionals uit de Monitor Sociale Inclusie zijn het meestal de mannen die binnen gezinnen voor de inkomsten zorgen. Desondanks zijn er ook steeds meer vrouwen actief op de reguliere arbeidsmarkt (Seidler et al., 2024). Tegelijkertijd blijven in veel gezinnen vrouwen thuis om voor de kinderen te zorgen. Dit maakt hun arbeidsmarktpositie en economische zelfstandigheid vaak precair, zeker in vergelijking met die van mannen (Seidler et al., 2024).

De positie van jongeren

In sommige gemeenten signaleren professionals positieve ontwikkelingen op het gebied van arbeidsmarktparticipatie (Seidler et al., 2024). Zo lijken jongeren steeds meer de weg naar de reguliere arbeidsmarkt te vinden. Tegelijkertijd geven professionals voorbeelden van ouders, vaak moeders, die voor hun kinderen een ander soort carrière wensen. Ook zijn er meisjes die hun positie op de arbeidsmarkt willen veranderen, maar hierin geen steun ontvangen van hun ouders. Deze wrijvingen doen zich voor op verschillende niveaus, zoals binnen gemeenschappen, families en tussen generaties (Seidler et al., 2024).

3.7 Onderwijs

Nederlandse Sinti- en Roma-leerlingen bevinden zich van oudsher in een kwetsbare positie binnen het onderwijs. Zo is er sprake van onderadvisering, (stage)discriminatie en is het verzuim onder bepaalde groepen leerlingen hoog. De afgelopen jaren stijgt de deelname aan het onderwijs wel, ook onder meisjes. Steeds meer Sinti- en Roma-ouders hebben zelf (voortgezet) onderwijs gevolgd en stimuleren ook de onderwijsdeelname van hun kinderen. 

Een overzicht van de cijfers

Uit het onderzoek van de Fundamental Rights Agency (2020) naar Roma, Sinti en Reizigers in Nederland blijkt dat:

  • 28 procent van de ondervraagde Nederlandse Sinti en Reizigers van 45 jaar en ouder geen formeel onderwijs heeft voltooid of gevolgd.
  • 73 procent van de ondervraagde Nederlandse Roma van 45 jaar en ouder geen formeel onderwijs heeft voltooid of gevolgd.
  • 62 procent van de ondervraagde Nederlandse Sinti en Reizigers tussen 18 en 24 jaar maximaal het ‘lager middelbaar onderwijs’ (lower secondary education) heeft behaald.
  • 88 procent van de ondervraagde Nederlandse Roma tussen 18 en 24 jaar maximaal het ‘lager middelbaar onderwijs’ (lower secondary education) heeft behaald.
  • 38 procent van de ondervraagde Sinti en Reizigers (studenten en ouders/verzorgers) zich gediscrimineerd heeft gevoeld, in de afgelopen vijf jaar, in het contact met schoolmedewerkers.
  • 51 procent van de ondervraagde Roma (studenten en ouders/verzorgers) zich gediscrimineerd heeft gevoeld, in de afgelopen vijf jaar, in het contact met schoolmedewerkers.

Historisch gezien was, met name onder degenen die rondtrokken met een woonwagen, een meer vrijblijvende relatie met het onderwijs ontstaan, die pas veranderde toen de leerplichtwet in Nederland strenger werd gehandhaafd (Van der Hulst, 2022). Vandaag de dag is er onder bepaalde groepen leerlingen nog steeds sprake van hoog schoolverzuim, onafhankelijk van gender. Deels komt dat door het beperkte belang dat aan onderwijs gehecht wordt, maar het kan ook veroorzaakt worden door geldgebrek (Seider et al., 2024). Kinderen met een Sinti- of Roma-achtergrond stromen ook minder vaak door naar vervolgonderwijs, en dan met name meer theoretische niveaus zoals havo-vwo, hbo en wo. Discriminatie bij schooladviezen en bij het vinden van een stageplek speelt hierbij ook een rol. Daarnaast zijn ouders gewend om hun kinderen naar scholen te sturen waar al andere familieleden naartoe gaan. Door angst voor discriminatie durven veel jongeren uit deze gemeenschappen bovendien niet open te zijn over hun achtergrond (Van Eden, 2022). Daarnaast zouden Sinti- en Roma-kinderen sneller naar het speciaal (basis)onderwijs worden doorgestuurd (Seidler et al., 2024).

Dit onderstreept hoe belangrijk het is dat er in recente studies een lichte positieve ontwikkeling wordt waargenomen. Uit meting 4 en meting 5 van de Monitor Sociale Inclusie (2020; 2024) blijkt dat de onderwijssituatie voor Sinti- en Roma-kinderen in Nederland verbetert. Met name in het primair onderwijs groeit de deelname. Dit komt met name door de verhoogde betrokkenheid van ouders. Steeds vaker hebben de ouders ook zelf onderwijs genoten en hechten meer belang aan onderwijs. Ook stappen ouders sneller naar school om de ontwikkeling van hun kind te bespreken, bijvoorbeeld als zij het niet eens zijn met het gegeven schooladvies of niet akkoord gaan met de doorverwijzing naar speciaal onderwijs (Seidler et al., 2020; 2024). Ook merken de (onderwijs)professionals die deelnamen aan de monitor een lichte stijging in de doorstroom naar hogere niveaus in het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs, zoals vmbo, mbo 2 en 3, de havo en incidenteel het hbo of de universiteit.

Meer weten over de geschiedenis van Nederlandse Sinti en Roma in relatie tot onderwijs? Kijk eens naar het interview met Anita van der Hulst. Haar proefschrift Wegbereiders, biedt een vergelijkende studie van de onderwijsdeelname van Sinti en Roma in Nederland en van Roma in Tsjechië over de afgelopen 70 jaar: Roma in het onderwijs – doet Tsjechië het beter dan Nederland? | KIS.

Project OWRS

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ondersteunt het project Landelijke ondersteuning OWRS (Onderwijs aan Woonwagen-, Roma- en Sinti-kinderen). Dit nationale platform brengt mensen samen die zich inzetten voor het onderwijs van kinderen uit deze groepen op lokaal, regionaal en landelijk niveau. Het expertiseteam van OWRS faciliteert dit door scholen eenvoudige toegang te bieden tot relevante informatie en advies, en door het organiseren van verschillende bijeenkomsten. Het centrale doel is dat kinderen van woonwagenbewoners, Reizigers, Sinti en Roma hun startkwalificatie kunnen behalen. Voor specifieke vragen kun je terecht bij Contact - OWRS | OWRS.

Bijzondere bekostiging voor leerlingen met een Sinti- of Roma-achtergrond

Het bestuur van een basisschool kan bijzondere bekostiging aanvragen om extra ondersteuning te bieden aan leerlingen met een Sinti- of Roma-achtergrond. In 2025 bedraagt de bekostiging € 4.317,57 per ingeschreven leerling per schooljaar. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

  • De school heeft tenminste vier leerlingen met een culturele Roma- of Sinti-achtergrond.
  • Deze leerlingen dienen vóór 1 december van het lopende schooljaar naar de school te gaan.

Let op: voorheen werd gevraagd om bewijsstukken, zoals een ouderverklaring, maar deze verplichting is afgeschaft vanwege associaties met etnisch registreren.

Meer informatie

Meer informatie over deze regeling is te vinden op de website van DUO en in artikel 32 van de Regeling bekostiging WPO en WEC (2024 en 2025).

  • Voor vragen over de subsidieregeling kun je contact opnemen met DUO via ico@duo.nl of telefonisch via 070-7575111 (op werkdagen van 9.00 tot 13.00 uur).
  • Voor overige vragen kun je terecht bij OWRS via info@owrs.nl.

3.8 Staatloosheid

Een deel van de Nederlandse Roma is ongedocumenteerd. Dit heeft verschillende oorzaken. De Wet Vaststellingsprocedure Staatloosheid kan voor sommige Roma een oplossing bieden, maar juridische procedures zijn vaak complex en verschillen per gemeente. 

Na de Tweede Wereldoorlog vestigden meerdere Roma-families zich in Nederland, maar een deel van hen bleef ongedocumenteerd. Hoewel de Generaal Pardonregeling in de jaren 70 sommige Roma een permanente verblijfsvergunning bood, kwam een deel hier niet voor in aanmerking, omdat zij noodzakelijke documentatie niet konden overhandigen, vaak buiten hun schuld. Het ontbreken van de benodigde documentatie heeft ertoe geleid dat zij sindsdien zonder officiële verblijfsstatus in Nederland leven (Busser & Rodrigues, 2010; Van Eden et al., 2023).

Er moet wel worden benadrukt dat ongedocumenteerden niet uitsluitend bij deze groep voorkomen. Ook in de jaren 80 trokken Roma naar Nederland, vaak vanwege de politieke instabiliteit in Polen, en in de jaren 90 kwamen er Roma tijdens de burgeroorlog op de Balkan naar Nederland, om zich bij reeds verblijvende familieleden te voegen. Ook onder deze groepen bevinden zich ongedocumenteerden (Smits van Waesberghe & Hoogenbosch, 2022). Het verdient aandacht dat Roma die na de Balkanoorlog naar Nederland zijn gekomen, hebben gemeld dat zij discriminatie ervoeren vanwege hun culturele achtergrond. Ze stellen dat de opvolgerstaten van Joegoslavië hen niet erkennen en ondersteunen bij het verkrijgen van documenten, waardoor zij geen nationaliteit kunnen claimen (Smits van Waesberghe & Hoogenbosch, 2022). Daarnaast wordt staatloosheid vaak doorgegeven van ouders op kinderen, waardoor een groep staatlozen blijft groeien (Van Eden et al., 2023). De Roma Civil Monitor uit 2023 schat dat er enkele honderden staatloze Roma in Nederland wonen. Toch is volledig zicht op deze groep moeilijk te verkrijgen.

Naar aanleiding van een wetsvoorstel uit december 2020 heeft het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van het WODC een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar staatloosheid. Het wetsvoorstel betrof een laagdrempeliger procedure voor vaststelling van staatloosheid en een verruiming van het optierecht voor Nederlanderschap voor staatloze kinderen geboren in Nederland.

Uit het kwalitatief onderzoek (2022) van het Verwey-Jonker Instituut werden verschillende conclusies getrokken. Een van de belangrijkste conclusies is dat voor Roma het ontbreken van verblijfsrecht vaak grotere problemen veroorzaakt dan staatloosheid. Specifieke uitdagingen zijn:

  1. Roma met een onrechtmatig verblijf kunnen niet legaal werken of aanspraak maken op sociale voorzieningen, ook niet na langdurig verblijf in Nederland.
  2. De Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen maakt het moeilijk voor hen om bij familieleden met een verblijfsvergunning of Nederlands paspoort te wonen.
  3. Voor jongeren verdwijnt na hun achttiende het vooruitzicht op een stage, werk of huisvesting, wat hun kansen beperkt.
  4. Ondanks langdurig verblijf worstelen veel Roma met hun identiteit, een gevoel van thuis zijn en hun toekomstmogelijkheden.

Ook constateerde het onderzoek dat de juridische processen rondom staatloosheid en verblijfsrecht bijzonder ingewikkeld zijn, zowel voor Roma-individuen als voor professionals. Er is weinig uniform beleid: sommige gemeenten nemen actieve stappen, terwijl andere nauwelijks maatregelen treffen. Dit leidt tot een ongelijkmatige aanpak van de problematiek. Verder wordt er benadrukt dat de Wet Vaststellingsprocedure Staatloosheid kan bijdragen aan het eenvoudiger erkennen van staatloosheid, maar blijft voor Roma het ontbreken van verblijfsrecht de grootste uitdaging.

4. Maatschappelijke organisaties en initiatieven gefaciliteerd door de Rijksoverheid

Er zijn verschillende initiatieven voor en door Nederlandse Sinti en Roma, en initiatieven gefaciliteerd door de Rijksoverheid.

Maatschappelijke organisaties voor en door Nederlandse Sinti en Roma

In de afgelopen jaren zijn er diverse maatschappelijke organisaties en lokale initiatieven opgericht door Nederlandse Sinti en Roma. Zij richten zich bijvoorbeeld op het woonwagenbeleid, onderwijsparticipatie, cultuur of het herdenken van de Holocaust. De activiteiten van veel maatschappelijke organisaties hebben helaas een tijdelijk karakter, mede door het ontbreken en wegvallen van financiering (Van Eden et al., 2023). Een verkennend onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut uit 2020 wijst daarnaast op grote verdeeldheid binnen de gemeenschappen, waardoor een overkoepelende landelijke vertegenwoordiging ontbreekt (Smits van Waesberghe et al., 2020). Wel zijn er binnen de gemeenschappen diverse actieve sleutelpersonen, die ook in contact staan met KIS. Zij beschikken over een goed overzicht en zetten zich in voor de belangen van hun doelgroep. Voor een doorverwijzing kun je terecht in ons Kennisdossier Sinti en Roma, waar je contact kunt opnemen met de betrokken onderzoekers.

Subsidies en fondsen

Ben je op de hoogte van vertegenwoordigers uit de gemeenschappen die hun activiteiten willen formaliseren en daarvoor financiering nodig hebben? Dan is het nuttig om te wijzen op het subsidieoverzicht van KIS. Individuen en (zelf)organisaties die initiatieven of projecten willen opzetten om de maatschappelijke positie van Sinti en Roma te verbeteren, kunnen via de onderstaande online publicatie informatie vinden over fondsen en subsidieregelingen die mogelijk geschikt zijn voor de financiering van hun projecten. Waar nodig is er ook advies en hulp beschikbaar van de onderzoekers en vanuit de gemeenschappen.
Meer weten? Bekijk het Overzicht subsidies en fondsen voor Sinti en Roma | KIS.

Initiatieven gefaciliteerd door de Rijksoverheid

Pilot met Roma-intermediairs

Vanaf 2020 werd in zeven gemeenten een pilot uitgevoerd met de inzet van Roma-intermediairs, ondersteund door een subsidie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze intermediairs richtten zich op het bevorderen van de arbeidsmarkt- en onderwijsparticipatie van Roma-jongeren. Daarnaast speelden zij een brugfunctie door contact te faciliteren tussen Roma-families en instanties, wat wederzijds begrip en samenwerking bevorderde. Gemeenten en instanties deden ook een beroep op intermediairs om Roma-families en -jongeren bij te staan in moeilijke situaties. Met hun hulp werden escalaties voorkomen, alternatieven geboden en herstel mogelijk gemaakt na crises. Hiermee ondersteunden de intermediairs beide partijen in het vinden van passende oplossingen. De pilot is inmiddels afgerond en de Rijksoverheid onderzoekt momenteel hoe hier een passend vervolg aan kan worden gegeven. Lees ook dit artikel van KIS: Roma-intermediairs: groeiend vertrouwen in een landelijk netwerk | KIS.

Nationaal Roma en Sinti Contactpunt (NRSCP)

Het Nationaal Roma en Sinti Contactpunt (NRSCP) heeft als taak de Nederlandse strategie rondom gelijke behandeling, inclusie en participatie van Nederlandse Sinti en Roma te coördineren. Het NRSCP organiseert onder andere dialoogbijeenkomsten met vertegenwoordigers van Sinti- en Roma-gemeenschappen en betrokken departementen om informatie uit te wisselen en een terugkoppeling te ontvangen over beleid en beleidsdoelen. Daarnaast faciliteert het overleg tussen verschillende ministeries om de aanpak van Roma- en Sinti-beleid te verstevigen. Meer weten? Bekijk het Nationaal Roma en Sinti Contactpunt (NRSCP) | Contact | Rijksoverheid.nl.

Het benoemen van een nationaal contactpunt in elke EU-lidstaat (met uitzondering van Malta, waar geen Roma-gemeenschap is) maakt deel uit van het strategisch EU-kader uit 2011 voor de gelijkheid, inclusie en participatie van Roma. Zie ook: National Roma strategic frameworks – Commission assessment and implementation reports - European Commission.

Aanvullende Sinti Helpdesk

De ‘Aanvullende Sinti Helpdesk’ is opgezet als onderdeel van het landelijke OWRS-traject. Hier kunnen onderwijsprofessionals ondersteuning vinden om onderwijs te verbeteren, vragen te stellen over kinderen of gezinnen met Sinti-afkomst, of informatie over de Sinti-gemeenschap opvragen. Er is een intermediair beschikbaar die ook bereid is om informatie over de Sinti-gemeenschap te delen. Meer weten? Bekijk de Aanvullende Sinti Helpdesk - OWRS - OWRS.

5. Wet- en regelgeving

Er bestaat geen specifieke wet- en regelgeving die direct betrekking heeft op Nederlandse Sinti en Roma. Wel bestaat er wet- en regelgeving die invloed heeft op hun positie en rechten. In dit overzicht lichten we kort de belangrijkste wetgeving en actuele ontwikkelingen toe die direct impact hebben.

Woonwagenbeleid

Beleidskader

In 2018 heeft de minister van BZK het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit kader geeft aan hoe gemeenten hun standplaatsenbeleid zodanig kunnen vormgeven dat het aan het mensenrechtelijk kader voldoet. 

Meer weten: Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid.

Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting voorziet erin dat Rijk, provincies en gemeenten vanaf 2026 een volkshuisvestingsprogramma hebben vastgesteld. Het wetsvoorstel voorziet er verder in dat de integrale woonzorgvisies voor aandachtsgroepen en ouderen, waaraan vanaf 2025 wordt gewerkt, vanaf 2026 opgaan in de gemeentelijke en volkshuisvestingsprogramma’s.

Onderscheid tussen woonvormen

Gemeenten verwijzen vaak naar de wooncrisis als reden voor het gebrek aan standplaatsen. Echter, deze situatie roept de vraag op: kan de overheid in haar handelwijze van de wooncrisis onderscheid maken tussen verschillende woonvormen? Wat betreft woonwagenbewoners moet de overheid dit onderscheid maken. De overheid heeft zowel een negatieve als een positieve verplichting om de bijzondere woonvorm van woonwagenbewoners te beschermen, wat inhoudt dat deze woonvorm toegankelijk en behouden moet blijven, en dat de kwetsbare woonwagencultuur moet worden beschermd. Deze positieve verplichting vereist een gedifferentieerd huisvestingsbeleid van gemeenten om historische ongelijkheden aan te pakken. Volgens de jurisprudentie van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) worden woonwagenbewoners erkend als een kwetsbare groep en minderheid die speciale bescherming behoeft. Het samenleven in woonwagens of caravans maakt integraal deel uit van hun culturele en etnische identiteit, zelfs wanneer er geen nomadisch bestaan meer is of de woonruimte niet rechtmatig is. Deze levensstijl wordt beschermd onder artikel 8 lid 1 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het recht op respect voor privé-, familie- en gezinsleven en de woning waarborgt.

Gemeente veroordeeld wegens uitblijven standplaatsen

In 2024 werd voor het eerst een Nederlandse gemeente door een rechtbank schuldig bevonden aan discriminatie van woonwagenbewoners, wegens het niet uitbreiden van het aantal woonwagenstandplaatsen. Deze uitspraak heeft grote gevolgen voor gemeenten in heel Nederland, die eveneens extra standplaatsen zullen moeten realiseren. Uit eerdere oordelen van het College voor de Rechten van de Mens blijkt dat veel gemeenten tekortschieten in het tegemoetkomen aan de woonwensen van woonwagenbewoners. Sinds 2018 werd in 16 van 29 gevallen vastgesteld dat er sprake was van discriminerend beleid of handelen.

Staatloosheid

De Wet vaststellingsprocedure staatloosheid

De Wet vaststellingsprocedure staatloosheid kan voor een deel van de ongedocumenteerde Roma een uitkomst bieden om eenvoudiger de status van staatloosheid te verkrijgen. Dit is vooral van toepassing wanneer families hun staatloosheid niet met documenten kunnen aantonen, wanneer ambassades of consulaten niet willen meewerken, of wanneer het proces te ingewikkeld is om alsnog documentatie te verkrijgen. Toch moet worden benadrukt dat het ontbreken van verblijfsrecht vaak een grotere uitdaging is dan de staatloosheid op zich (Smits van Waesberghe & Hoogenbosch, 2022).

De verruiming van het optierecht voor staatloos in het Koninkrijk geboren kinderen

Het optierecht is een recht op Nederlanderschap voor mensen die behoren tot een in de wet genoemde bijzondere groep. Anders dan naturalisatie, is de optieprocedure zonder discretionaire bevoegdheid, uitgevoerd door gemeenten. Dit maakt de procedure om Nederlander te worden ook korter (3 maanden) en eenvoudiger.

Een wetswijziging in 2023 heeft het optierecht uitgebreid voor staatloos in het Koninkrijk geboren kinderen: zij kunnen na vijf jaar stabiel verblijf in Nederland, opteren voor de Nederlandse nationaliteit, ook als ze geen verblijfsrecht hebben. Staatloos in het Koninkrijk geboren kinderen die wel een verblijfsrecht hebben, konden al veel langer opteren. Hier is de termijn drie jaar legaal verblijf. Opties worden bevestigd door de burgemeester.

De wetswijziging uit 2023 biedt nieuwe kansen, bijvoorbeeld voor Roma-kinderen, om een Nederlands paspoort te verkrijgen en daarmee een onbeperkt recht op verblijf en terugkeer naar Nederland. Daarnaast is het belangrijk om te weten dat ouders van een kind dat door optie Nederlander wordt vervolgens een realistische kans hebben om verblijf te krijgen bij hun Nederlandse kind. Dit kan middels een zogenoemde Chavez vergunning (voor de verzorgende ouder van een Nederlands kind) of een artikel 8 EVRM verblijfsrecht vanwege een beroep op gezinsleven met een Nederlands kind. 

Meer weten:

6. Verder lezen?

7. Literatuur

Hier vind je een overzicht van de bronnen die gebruikt zijn voor deze online publicatie. 

About, I., & Abakunova, A. (2016). The genocide and persecution of Roma and Sinti. Bibliography and Historiographical Review. International Holocaust and Remembrance Alliance. https://holocaustremembrance.com/resources/genocide-roma-sinti-bibliography

Anne Frank Stichting. (z.d.) Roma en Sinti worden uit Duitsland gedeporteerd. Geraadpleegd op 27 februari 2025, van https://www.annefrank.org/nl/timeline/213/roma-en-sinti-worden-uit-duitsland-gedeporteerd/

Asante A., Briels, B., Broekroelofs, R., Cadat Lampe, M., Van Eden, D., Felten, H., Van Hinsberg, A., Kros, K., Poerwoatmodjo, J., & Vlug, J. (2022). Geen ruimte voor discriminatie. Handreiking voor gemeenten voor het tegengaan van anti-Zwart racisme, antisemitisme, anti-moslim racisme, antiziganisme en lhbti+ discriminatie. Movisie. https://www.movisie.nl/publicatie/geen-ruimte-discriminatie

Bakker, P. (2012). Romani genetic linguistics and genetics: Results, prospects and problems. Romani Studies, 22 (2), 91-111. https://doi.org/10.3828/rs.2012.6

Briels, B., van der Heijden, T., Ploegmakers, M., Potiek, W., Schuyf, J., Storms, O., & Veldhuysen, C. (2013). Monitor Sociale Inclusie: Nulmeting. Movisie.

Bernadac, C. (1979). L’holocauste oublié : le massacre des Tsiganes. Editions France-Empire.

Busser, A., & Rodrigues, P. R. (2010). Staatloze Roma in Nederland. Asiel- en Migrantenrecht, (8), 384-390.

Cahn, C., & Guild, E. (2010). Recent migration of Roma in Europe. (2de editie). Council of Europe Commissioner for Human Rights / OSCE High Commissioner on National Minorities.

Dagevos, J., & Gijsberts, M. (2010). Jaarrapport integratie 2009. Sociaal Cultureel Planbureau.

Dokters van de Wereld. (2010). Stateloos maakt radeloos. De situatie van stateloze Roma in Nederland 2009. Dokters van de Wereld.

European Union Agency for Fundamental Rights. (2020). Roma and Travellers in Six Countries. Publications Office of the European Union. https://fra.europa.eu/en/publication/2020/roma-travellers-survey

Europese Commissie. (2020). Factsheet - EU Roma Strategic Framework. Geraadpleegd op 27 februari 2025, van https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/policies/justice-and-fundamental-rights/combatting-discrimination/roma-eu/roma-equality-inclusion-and-participation-eu_nl

Felten, H., Does, S., De Winter-Koçak, S., Asante, A., Andriessen, I., Donker, R., & Brock, A. (2021). Institutioneel racisme in Nederland. Literatuuronderzoek naar de aanwijzingen voor institutioneel racisme op de domeinen arbeidsmarkt, woningmarkt, onderwijs en politie. KIS. https://research.vu.nl/en/publications/institutioneel-racisme-in-nederland-literatuuronderzoek-naar-de-a-2

Huttenbach, H. R. (1991). The Romani Porajmos. The Nazi genocide of gypsies in Germany and Eastern Europe. In D. A. Crowe & J. Kolsti (Reds.), The Gypsies of Eastern Europe (pp. 31-49). Routledge.

Kamp Westerbork. (z.d.). Herkomst van Sinti en Roma. Geraadpleegd op 27 februari 2025, van https://westerborkportretten.nl/bronnen/herkomst-van-sinti-en-roma

Kamp Westerbork. (z.d.). Vervolging Sinti en Roma. Geraadpleegd op 27 februari 2025, van https://kampwesterbork.nl/collectie/tweede-wereldoorlog/vervolging-sinti-en-roma

Kenrick, D., & Puxon, G. (1972). The Destiny of Europe’s Gypsies. Heinemann Educational for Sussex University Press.

Lucassen, L. (1990). En men noemde hen zigeuners … de geschiedenis van Kaldarasch, Ursari, Lowara en Sinti in Nederland (1750-1944). Stichting beheer IISG / SDU Uitgeverij.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. (2021). Beleidsmaatregelen in Nederland voor de gelijkheid inclusie en participatie van Roma en Sinti. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/09/30/beleidsmaatregelen-in-nederland-voor-de-gelijkheid-inclusie-en-participatie-van-roma-en-sinti

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. (2018). Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid | Rapport | Home | Volkshuisvesting Nederland

Nieuwenhuizen, E. (2004). Roma en Sinti in Nederland – Factsheet. Nationaal Platform voor overleg en samenwerking tegen Racisme en Discriminatie (NPRD).

Oorlogsbronnen. (z.d.). Sinti en Roma in verzamelkampen. Geraadpleegd op 27 februari 2025, van https://www.oorlogsbronnen.nl/thema/Sinti%20en%20Roma%20in%20verzamelkampen

OWRS. (z.d.). Achtergrond woonwagenbewoners. Geraadpleegd op 27 februari 2025, van https://www.owrs.nl/onderwijs/achtergrond-woonwagenbewoners

Pisarri, M. (2024). The Suffering of the Roma in Serbia during the Holocaust. Forum for Applied History.

Rodrigues, P., & Matelski, M. (2004). Monitor racisme en extreem-rechts. Roma en Sinti. Anne Frank Stichting/Universiteit Leiden.

Roma Civil Monitor. (2023). Civil society monitoring report on the quality of the national strategic framework for Roma equality, inclusion, and participation in Austria. Publications Office of the European Union. https://romacivilmonitoring.eu/countries/the-netherlands/

Seidler, Y., Khajavi-Zijlstra, J., Van Leeuwen, R., Van der Schans, K., Van Eerten, J.J., & Sam, N. (2024). Monitor Sociale Inclusie (meting 5): Vierde vervolgmeting naar de woon- en leefomstandigheden Sinti en Roma in Nederland. Risbo/ Labyrinth. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/03/01/monitor-sociale-inclusie-roma-en-sinti-2023

Sijes, B. A. (1979). Vervolging van zigeuners in Nederland 1940-1945. Martinus Nijhoff.

Smits van Waesberghe, E., Asmoredjo, J., & Out, M. (2020). Een verkennend onderzoek naar centrale belangenbehartiging voor Roma en Sinti: Een inventarisatie naar meningen binnen de twee gemeenschappen. Verwey-Jonker Instituut. https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/verkennend-onderzoek-naar-centrale-belangenbehartiging-voor-roma-en-sinti-een-inventarisatie-naar-meningen-binnen-de-twee-gemeenschappen/

Smits van Waesberghe, E., & Hoogenbosch, A. (2022). Bijzonder ingewikkeld om aan papieren te komen. Verwey-Jonker Instituut. https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/bijzonder-ingewikkeld-om-aan-papieren-te-komen/

Smits van Waesberghe, E., Acherrat, F., & Gevel, van de M. (2024). Dialooggesprekken Sinti en Roma. Meer zicht in de meest urgente kwesties en thema’s binnen de Roma- en Sinti-gemeenschappen om gelijkheid, inclusie en participatie te bevorderen. Verwey-Jonker Instituut. https://www.verwey-jonker.nl/publicatie/dialooggesprekken-sinti-en-roma/

Stichting Oorlogsverhalen. (z.d.) Zigeunervervolging. Geraadpleegd op 27 februari 2025, van https://oorlogsverhalen.com/themas/zigeunervervolging/

Teodorescu, D., de Vries, F., & van Kan, A. (2024). Van uitsterf- naar uitstelbeleid: Woonwagenbewoner zoekt nog steeds standplaats. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. https://www.bureauncdr.nl/documenten/kamerstukken/2024/04/08/verkennend-onderzoek-woonwagenstandplaatsen-roma-en-sinti

Van der Hulst, A. (2022). Wegbereiders: Roma en Sinti in Nederland en Tsjechië over het profijt van onderwijs, 1950-2020. Uitgeverij Verloren.

Van Eden, D. (2022, december 1). Roma in het onderwijs – doet Tsjechië het beter dan Nederland?. Kennisplatform Inclusief Samenleven. https://www.kis.nl/artikel/roma-het-onderwijs-doet-tsjechie-het-beter-dan-nederland

Van Eden, D., Briels, B., & Jorna, P. (2023). De maatschappelijke positie van Sinti en Roma in Nederland: Een weergave van de huidige situatie van Sinti en Roma op diverse levensgebieden, gekoppeld aan nationaal en internationaal beleid. Kennisplatform Inclusief Samenleven. https://www.kis.nl/publicatie/de-maatschappelijke-positie-van-sinti-en-roma-nederland-nieuw-rapport-en-infographic

Van Leer, R. & Rottier, A. (2023). Woonwagenstandplaatsen in Nederland. Herhaalmeting 2023. Companen.

Willems, W., & Lucassen, L. (1990). Ongewenste vreemdelingen: Buitenlandse zigeuners en de Nederlandse overheid. Sdu Uitgevers.

8. Colofon

Auteurs: Celina Sanchez Ramirez, Judith Khajavi-Zijlstra, Eliane Smits van Waesberghe
Financiering: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Eindredactie: Imre van den Dop
Afbeelding: Jeroen Krul

Uitgave: Kennisplatform Inclusief Samenleven
Giessenplein 59C
3522 KE Utrecht
T (030) 230 3260

© Kennisplatform Inclusief Samenleven, Utrecht, 2025.
Het auteursrecht van deze publicatie berust bij Movisie. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld.
The copyright of this publication rests with Movisie. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.

Kennisplatform Inclusief Samenleven

Kennisplatform Inclusief Samenleven doet onderzoek, adviseert en biedt praktische tips en instrumenten over vraagstukken rond integratie, migratie en diversiteit. Daarnaast staat het platform open voor vragen, signalen en meningen en formuleert daar naar beste vermogen een antwoord op. Deze kennisuitwisseling is bedoeld om een fundamentele bijdrage te leveren aan een pluriforme en stabiele samenleving. Blijf op de hoogte van alle projecten, vragen en antwoorden en andere kennisuitwisseling via www.kis.nl, de nieuwsbrief, Instagram en LinkedIn.
Kennisplatform Inclusief Samenleven is een programma van het Verwey-Jonker Instituut en Movisie.
T 030 230 32 60
E info@kis.nl  
I www.kis.nl