Meerdere vormen van discriminatie tegelijkertijd verminderen: hoe doe je dat?

Discriminatie hangt sterk samen met machtsverschillen in de samenleving. Het gaat om verschillen in macht op basis van onder andere afkomst, huidskleur, religie, sekse en gender, seksuele oriëntatie én alle combinaties. Seksisme, racisme en ‘klassime’ bijvoorbeeld zijn in de praktijk vaak gecombineerd met elkaar. Discriminatie moet daarom intersectioneel worden aangepakt. In het kader Uitleg: intersectionaliteit lees je wat dit betekent.

Een voorbeeld van een combinatie van discriminatiegronden. Moslima’s worden op een andere manier gestereotypeerd dan moslimmannen of niet-moslimvrouwen (Wiemers et al., 2024). Moslima’s hebben te maken met een specifieke vorm van discriminatie op grond van afkomst, religie én gender. Interventies die zich enkel richten op het verminderen van seksisme zijn dan niet voldoende (Wong et al., 2022). Interventies tegen discriminatie zouden zoveel mogelijk verschillende vormen van discriminatie tegelijkertijd moeten aanpakken. KIS onderzocht in 2018 hoe je dit kunt doen volgens de wetenschappelijke literatuur. Inmiddels zijn er weer nieuwe inzichten. Deze inzichten helpen interventie-ontwikkelaars om effectievere interventies te maken.

Uitleg: intersectionaliteit

Discriminatie komt voor op meerdere gronden tegelijkertijd die in elkaar haken. Intersectionaliteit gaat ervan uit dat sociale categorieën zoals gender, etniciteit, seksualiteit en klasse niet los van elkaar werken, maar elkaar kruisen en versterken (Crenshaw, 1989; Wekker & Lutz, 2001). Daardoor kunnen mensen te maken krijgen met meerdere, onderling verbonden vormen van discriminatie, stereotypering en ongelijkheid (Hudson et al., 2024). Deze verwevenheid creëert specifieke patronen van achterstelling die niet kunnen worden begrepen door elke factor afzonderlijk te bekijken. Welke combinatie van kenmerken iemand heeft, bepaalt welke vormen van macht, normativiteit en uitsluiting die tegenkomt. Zo geldt een witte, cisgender heteroman in veel contexten als ‘de norm’. Dit bevoordeelt hem structureel en levert privileges op (Hudson et al., 2024; Wekker & Lutz, 2001). Mensen die in veel contexten als de norm worden gezien, hoeven bijvoorbeeld niet te vrezen dat de politie hen met wantrouwen benadert. Lees meer over intersectionaliteit in interventies in dit artikel.

Inzicht 1: Positief contact kan meer inzicht geven in meerdere identiteiten

Positieve ontmoetingen tussen mensen waarvan de ene groep vooroordelen heeft over de andere groep kunnen deze vooroordelen enigszins verminderen. Dit is de contacttheorie van Allport uit 1954 waarvoor in vele studies bewijs is gevonden (zie bijvoorbeeld Pettigrew & Tropp, 2006; Van Assche et al., 2023; Swart et al., 2011). Zoals beschreven in het KIS-rapport uit 2018 Meerdere vliegen in een klap, kan dit vooroordelen verminderen richting de mensen uit de groep bij de ontmoeting, maar ook richting aanverwante groepen.

Secondary transfer effect

Een voorbeeld: een persoon zonder migratieachtergrond met vooroordelen over mensen met een Marokkaanse achtergrond heeft positief contact met iemand met een Marokkaanse achtergrond. Dit kan vooroordelen verminderen. Niet alleen over mensen met een Marokkaanse achtergrond maar ook over mensen met bijvoorbeeld andere migratieachtergronden. Dat heet de secondary transfer effect. Sinds het rapport uit 2018 zijn er diverse studies die dit effect hebben bevestigd (Fitzgerald, et al., 2024Ünver et al., 2022Vezzali et al., 2021).

Overlappende vormen van achterstelling

Toch zijn er nog veel vragen over hoe positief contact werkt als mensen meerdere en overlappende vormen van achterstelling ervaren. Stel dat een persoon met een islamofobe houding een positieve ontmoeting heeft met een moslima. Verminderen de vooroordelen van die persoon alleen tegenover moslims, of ook tegenover vrouwen of zelfs andere groepen die onder vergelijkbare machtsstructuren vallen? Onderzoeker Tropp (2024) beschrijft dat dit afhangt van welke identiteitsaspecten tijdens het contact expliciet worden benadrukt. Noem je bijvoorbeeld juist je religieuze identiteit of vooral je gender?

Machtsstructuren zichtbaar

Positief contact kan echter ook een ander effect hebben. Het maakt zichtbaar dat mensen complexe en gelaagde posities innemen binnen verschillende systemen van macht en privilege. Door zulke ontmoetingen kunnen deelnemers zich bewuster worden van hoe meerdere machtsstructuren tegelijk invloed hebben op ervaringen van uitsluiting of bevoordeling. Simpel gezegd zien mensen door contact hoe mensen op meerdere gronden tegelijkertijd gediscrimineerd worden. Ook kunnen ze door contact inzien dat hun eigen identiteit meer gelaagd en complex is. Dat wordt deels bevestigd in een studie van Schmid en anderen (2014).

Multiculturalisme

Een studie van Verkuyten en anderen (2010) onder Nederlandse kinderen maakt duidelijk dat kinderen met meer contacten met een andere afkomst dan zijzelf, vaker uitgingen van multiculturalisme. Ze vonden onder andere vaker dat mensen hun eigen tradities mogen houden. Ook hechtten ze minder waarde aan hun Nederlandse identiteit. Kortom: al hoewel er meer onderzoek nodig is, lijkt positief contact een nuttige bijdrage te leveren aan het verminderen van discriminatie op meerdere gronden tegelijkertijd.

Praktische tips voor sprekers

Ben je een spreker voor de klas of een andere groep en vertel je iets over je eigen ervaringen met discriminatie? Voor jou hebben we drie tips:

  1. Kijk of je verschillende identiteiten van jezelf kunt benoemen. Ook als je ervaringsverhaal primair gaat over jouw discriminatie-ervaringen als bijvoorbeeld vluchteling. Dan is het raadzaam om te benoemen hoe jouw ervaringen bepaald worden door je gender, je leeftijd, je seksuele oriëntatie etc.
  2. Benoem bij een ervaringsverhaal ook iets over de ervaringen van anderen. Als je bijvoorbeeld een ervaringsverhaal vertelt als moslima van in de dertig benoem dan ook hoe moslimmannen discriminatie ervaren. Of wat specifiek is voor moslimouderen en wat lhbtiqa+ moslims meemaken. 
  3. Benoem expliciet dat verschillende vormen van discriminatie met elkaar overeenkomen. De ervaringen van mensen met anti-Aziatisch racisme lijken bijvoorbeeld vaak op de ervaringen van mensen met anti-Zwart racisme, maar ook op de ervaringen van lhbtiqa+ personen. En benoem dat ze kunnen overlappen: je kunt als lhbtiqa+ van kleur zowel op je afkomst als je seksuele oriëntatie worden gediscrimineerd. 

Inzicht 2: Algemene sociale normen stellen tegen discriminerend gedrag kan werken

Wanneer je bij mensen het gevoel versterkt dat zij bij een groep horen die gelijkheid, tolerantie of soortgelijke normen nastreeft, verbetert dit mogelijk hun houding naar verschillende gediscrimineerde groepen. Hier zijn bescheiden aanwijzingen voor, blijkt uit het KIS-rapport Meerdere vliegen in een klap. Dat zou betekenen dat een algemene sociale norm tegen discriminerend of haatdragend gedrag effectief zou kunnen zijn om verschillende vormen van discriminatie te verminderen. Die sociale norm kan bijvoorbeeld gesteld worden in een klas, in een team op het werk maar ook op sociale media. Er zijn inderdaad aanwijzingen dat gedrag verbetert op sociale media door algemene gedragsregels (Matias, 2019en sociale normen tegen negatief gedrag (Celadin et al., 2024).

Expliciete norm

Een studie van Hangartner en anderen uit 2021 laat echter zien dat het mogelijk toch belangrijk is om expliciet te zijn over welke mensen gediscrimineerd worden. Een algemene norm zoals ‘denk aan anderen’ bleek namelijk weinig effect te hebben op hoeveel racistische tweets mensen stuurden. Terwijl een norm waarin expliciet wordt gesteld dat bepaalde taal onnodig kwetsend is naar mensen met een migratieachtergrond, wel het effect had dat mensen minder racistisch gingen tweeten.

Weinig oog voor discriminatie

Deze resultaten sluiten aan bij de resultaten van een kwalitatief onderzoek onder witte jonge Amerikanen van Smith en Mayorga-Gallo (2017). Hieruit kwam naar voren dat diversiteit door witte mensen vaak wordt gezien als het ‘vieren van verschillen’ (multiculturalisme) en ‘iets extra’s’ dat wordt toegevoegd in organisaties als er mensen van kleur bijkomen. Vervolgens is er weinig oog voor discriminatie en racisme en de machtsverschillen tussen witte mensen en mensen van kleur.

Verschillende interpretaties

Er kleeft een risico aan het stellen van een algemene sociale norm tegen discriminatie in het algemeen. Het kan zijn dat mensen niet de norm toepassen op de vormen van discriminatie die bij henzelf gevoelig liggen, zoals racisme of transfobie. Daarbij blijkt uit onderzoek van Continu Onderzoek Burgerperspectieven (2017) dat mensen soms helemaal geen duidelijk beeld hebben van wat discriminatie eigenlijk is. Ze kunnen discriminatie afkeuren en tegelijkertijd discriminerende opvattingen delen. En een grote meerderheid (72%) van de Nederlandse bevolking vond zelfs dat er te snel wordt geroepen dat iets discriminatie is (Den Ridder et al., 2017). Dat betekent dat een norm stellen dat discriminatie niet mag, zeer verschillend geïnterpreteerd kan worden.

Intersectionaliteit helpt stereotypen te vermijden

Bij een intersectionele aanpak voor sociale normen stellen, moeten niet alleen algemene uitspraken over discriminatie worden gedaan. Verduidelijk ook (a) welke vormen van discriminatie er zijn en wie dat allemaal raakt en (b) hoe verschillende vormen van discriminatie met elkaar samenhangen en elkaar versterken. Zo wordt zichtbaar dat bijvoorbeeld uitsluiting op basis van gender, afkomst, seksuele oriëntatie of beperking in elkaar haakt binnen machtsstructuren. Door dit expliciet te maken, wordt voorkomen dat mensen slechts een oppervlakkige norm tegen discriminatie aannemen. Terwijl ze de gecombineerde vormen van achterstelling en discriminatie over het hoofd blijven zien. Bovendien helpt een intersectionele benadering om stereotypen te vermijden: in plaats van groepen te vereenvoudigen zoals ‘vrouwen’, ‘homo’s’ of ‘migranten’, wordt de complexiteit van sociale ongelijkheid erkend.

Praktische tip voor trainers

Geef concrete voorbeelden van hoe discriminatie in de praktijk eruitziet. Laat met deze voorbeelden zien dat discriminatie intersectioneel is. Dit werkt beter dan als je alleen uitlegt wat discriminatie betekent en op welke gronden dit gebeurt. Een suggestie van hoe je dit doet: ‘Een voorbeeld van discriminatie is een moslima die negatief bejegend wordt door een baliemedewerker. Ze wordt onvriendelijk behandeld. De baliemedewerker vraagt aan haar: ‘Maar mag jij dat wel zelf doen van je man?’, als ze een paspoort willen aanvragen. De baliemedewerker stelt die vraagt niet aan niet-moslim vrouwen en ook niet moslimmannen. Dit is discriminatie op grond van religie en op grond van gender. In dit voorbeeld gaat de baliemedewerker er ook vanuit dat de vrouw getrouwd is. En dat ze getrouwd is met een man en niet met een vrouw. Getrouwd zijn en heteroseksualiteit worden hier dus als norm gehanteerd.’

Inzicht 3: Bewustwording van meerdere privileges is mogelijk effectief

Veel antidiscriminatie-interventies richten zich op bewustwording en zelfreflectie van de deelnemers. Denk aan bewustwordingstrainingen. Over de effectiviteit daarvan schreef Movisie dit artikel. Uit het KIS-rapport Meerdere vliegen in een klap kwam naar voren dat er weinig aanwijzingen zijn dat mensen leren om hun vooroordelen over verschillende groepen mensen onder de duim te houden   door slechts één confrontatie met hun vooroordelen. Inmiddels is hier echter meer bekend over. Specifiek over één type interventie gericht op bewustwording: interventies die mensen confronteren met hun privileges. 

Intersectionele privileges

Een studie van Ehrke en anderen (2020) laat zien dat het effect kan hebben om mensen bewust te maken en te confronteren met hun privileges. Het kan helpen om te laten zien hoe dit intersectioneel is. Bijvoorbeeld dat mensen achtergesteld worden op hun gender en opleidingsniveau, maar tegelijkertijd voorgetrokken worden op hun afkomst en religie. Uit de evaluatie van deze training bleek dat de Duitse docenten in opleiding zich meer bewust werden van hun privileges in vergelijking met de controlegroep. Deze bewustwording ging gepaard met minder homofobie en meer positieve gevoelens ten aanzien van immigranten en vluchtelingen. Alleen de houding van de deelnemers verbeterde niet ten aanzien van Duitsers met een Marokkaanse en Turkse achtergrond. Deze privilege-bewustwordingstraining verminderde de discriminatie naar diverse groepen maar niet naar alle groepen. 

Privilege walks

In een andere studie werd een virtuele privilege walk gedaan. Deelnemers beantwoordden vragen over of zij een bepaald een privilege hebben. Vragen als: ‘Kan je affectie tonen in het openbaar aan je romantische partner zonder de angst belachelijk te worden gemaakt of bedreigd te worden?’ Ze reageerden op stellingen. Als ze ‘ja’ zeiden, deden ze een stap naar voren en bij ‘nee’ een stap naar achteren. Dit richtte zich expliciet op meerdere privileges en discriminatiegronden. Zowel op afkomst, seksuele oriëntatie, religie als op beperking. In een onderzoek naar een training onder apothekerstudenten in Australië stond deze privilege walk ook centraal. Daar was een positief effect te zien. Het vergrootte onder meer het bewustzijn van discriminatie (Khera, et al., 2025). Ook twee andere studies in de medische sector laten dit zien. Dat de deelnemers zelf ervaren dat ze zich meer bewust zijn geworden en meer zelfreflectie hebben gekregen (Jacob, et al., 2017). En dat ze de indruk hebben dat zij meer open zijn gaan staan voor patiënten met een andere afkomst dan zijzelf (Brown & Jones, 2024). Tegelijkertijd is er wel kritiek op deze privilege walks. Voor deelnemers met weinig privileges kan het traumatisch zijn om stil te staan bij de heftige en onrechtvaardige situaties in hun leven en het gebrek aan privileges (Patel & Kutac, 2024). 

Aandacht aan kruisingen

Een intersectionele benadering leert ons dat bij bewustwordingstrainingen en privilege walks goed gewaakt moet worden dat ervaringen niet worden vereenvoudigd. En dat het stereotypen niet bevestigt. Een interventie die zich richt op één vorm van discriminatie kan makkelijk over het hoofd zien hoe andere vormen samenhangen en elkaar versterken. Trainers en deelnemers kunnen beter inschatten waar ze op moeten letten als ze bewust aandacht besteden aan deze kruisingen. Het moet voorkomen dat de training alleen effect heeft voor deelnemers die al relatief veel privileges hebben.

Praktische tip over privilege walks

Een privilege walk kan een interessante aanpak zijn in je interventie. Je laat zien hoe mensen verschillende privileges hebben en tegelijkertijd achterstand kunnen ervaren. Maar het is belangrijk om ook na te denken hoe je aandacht besteedt aan de mensen die achteraan eindigen. Dus de mensen met weinig privileges. Hoe zorg je ervoor dat zij zonder een naar gevoel naar huis gaan? 
Een ander aandachtspunt is om na te gaan of je intersectionele voorbeelden kunt noemen van discriminatie. Stel niet één vraag over één type vorm van uitsluiting maar benoem voorbeelden van meerdere vormen van uitsluiting tegelijkertijd.

Literatuur

Hieronder vind je een overzicht van de bronnen die gebruikt zijn voor deze online publicatie.

Brown, E. A., & Jones, R. (2024). Discussing systemic racism and racial privilege at a large, academic health center using a modified privilege walk. BMC Medical Education24(1), 327.

Celadin, T., Panizza, F., & Capraro, V. (2024). Promoting civil discourse on social media using nudges: A tournament of seven interventions. PNAS nexus3(10), 380.

Crenshaw, K. (1989). Demarginalizing the intersection of race and sex: a black feminist critique of antidiscrimination doctrine, feminist theory, and antiracist politicsUniversity of Chicago Legal Forum, 139.

Den Ridder, J., Andriessen, I., Dekker, P. (2017) Burgerperspectieven2017 | 2. Den Haag: Continu Onder zoek Burgerperspectieven

Ehrke, F., Ashoee, A., Steffens, M. C., & Louvet, E. (2020). A brief diversity training: Raising awareness of ingroup privilege to improve attitudes towards disadvantaged outgroups. International Journal of Psychology55(5), 732-742.

Fitzgerald, H. N., Owen, C. K., & Shook, N. J. (2024). Fringe benefits: secondary transfer effects of lesbian, gay, and bisexual contact on transgender prejudice. Current Psychology43(4), 3548-3561.

Hangartner, D., Gennaro, G., Alasiri, S., Bahrich, N., Bornhoft, A., Boucher, J., ... & Donnay, K. (2021). Empathy-based counterspeech can reduce racist hate speech in a social media field experiment. Proceedings of the National Academy of Sciences118(50), e2116310118.

Hudson, S. K. T. J., Myer, A., & Berney, E. C. (2024). Stereotyping, prejudice, and discrimination at the intersection of race and gender: An intersectional theory primer. Social and Personality Psychology Compass, 18(2), e12939.

Khera, H. K., Mak, V., & Malone, D. T. (2025). Development and evaluation of a virtual privilege walk activity. American Journal of Pharmaceutical Education, 101450.

Jacob, S. A., Palanisamy, U. D., & Chung, C. M. C. (2017). Perception of a privilege walk activity and its impact on pharmacy students’ views on social justice in a service learning elective: a pilot study. Journal of Pharmacy Practice and Research47(6), 449-456.

Matias, J. N. (2019). Preventing harassment and increasing group participation through social norms in 2,190 online science discussions. Proceedings of the National Academy of Sciences116(20), 9785-9789.

Patel, P., & Kutac, J. (2024). Implementation of a Privilege and Resilience Walk in Health Professions Education: Experiences, Insights, and Reflections. Journal of Medical Education and Curricular Development11, 23821205241275354.

Pettigrew, T. F., & Tropp, L. R. (2006). A meta-analytic test of intergroup contact theory. Journal of Personality and Social Psychology, 90(5), 751.

Schmid, K., Hewstone, M., & Tausch, N. (2014). Secondary transfer effects of intergroup contact via social identity complexity. British Journal of Social Psychology53(3), 443-462.

Smith, C. W., & Mayorga-Gallo, S. (2017). The new principle-policy gap: How diversity ideology subverts diversity initiatives. Sociological Perspectives60(5), 889-911.

Swart, H., Hewstone, M., Christ, O., & Voci, A. (2011). Affective mediators of intergroup contact: A three-wave longitudinal study in South Africa. Journal of Personality and Social Psychology, 101(6), 1221–1238.

Tropp, L. R., Morhayim, L., & Grigoryan, L. (2024). How Social Categorization Shapes Intergroup Contact: Implications for Understanding Group Members' Subjective Experiences and Prospects for Achieving Attitude Generalization. In Handbook of Prejudice, Stereotyping, and Discrimination (pp. 476-498). Routledge.

Van Assche, J., Swart, H., Schmid, K., Dhont, K., Al Ramiah, A., Christ, O., … & Hewstone, M. (2023). Intergroup contact is reliably associated with reduced prejudice… American Psychologist, 78(6), 761-774.

Vezzali, L., Di Bernardo, G. A., Cocco, V. M., Stathi, S., & Capozza, D. (2021). Reducing prejudice in the society at large: A review of the secondary transfer effect and directions for future research. Social and Personality Psychology Compass, 15(3), e12583.

Ünver, H., Cakal, H., Özkan, Z., Kızık, B., & Eraslan, E. G. (2022). A rewiew on the secondary transfer effect of intergroup contact. Ordu Üniversitesi Sosyal Bilimler Enstitüsü Sosyal Bilimler Araştırmaları Dergisi12(2), 1461-1500.

Verkuyten, M., Thijs, J., & Bekhuis, H. (2010). Intergroup contact and ingroup reappraisal: Examining the deprovincialization thesis. Social Psychology Quarterly73(4), 398-416.

Wekker, G. & H. Lutz (2001). ‘Een hoogvlakte met koude winden. De geschiedenis van het gender- en etniciteitsdenken in Nederland’. M. Botman, N. Jouwe en G. Wekker (red.), Caleidoscopische visies: de zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwenbeweging in Nederland. Amsterdam: Koninklijk Instituut voor de Tropen.

Wiemers, S. A., Stasio, V. D., & Veit, S. (2024). Stereotypes about Muslims in the Netherlands: An intersectional approach. Social Psychology Quarterly87(4), 440-460.

Wong, C. Y. E., Kirby, T. A., Rink, F., & Ryan, M. K. (2022). Intersectional invisibility in women’s diversity interventions. Frontiers in Psychology13, 791572.