Eind maart vond in Utrecht het symposium ‘Jeugdhulp aan asielzoekerskinderen, nu en straks’ plaats, georganiseerd door het KIS, Stichting Kinderpostzegels en Kind met Recht. Bijna tweehonderd professionals die met gevluchte kinderen werken, bogen zich over het zo goed mogelijk organiseren van de zorg voor deze groep. ‘De lijntjes tussen organisaties, maar ook binnen organisaties moeten korter.'

De ontroerende documentaire ‘Droomvergunning’ opent het symposium. Van dichtbij volgen we de negenjarige Fayaz. Zes jaar geleden vluchtte hij samen met zijn moeder uit Afghanistan. We zien hem fietsen, skateboarden met zijn vriendje, dromen over het hebben van een huisdier en voor de zoveelste keer afscheid nemen van zijn klasgenootjes, omdat hij weer moet verhuizen. Een heel gewoon kind, dat opgroeit onder ongewone omstandigheden. ‘Ik heb een handtekening en Facebook’, zegt hij, als zijn vriendjes vragen naar zijn nieuwe adres.

Klinisch psychologe Trudy Mooren, als onderzoeker verbonden aan Stichting Centrum ’45, laat de deelnemers in haar inleiding kennismaken met vier andere kinderen, die in afwachting van asiel in ons land verblijven. Net als Fayaz zijn dat normale kinderen die opgroeien in abnormale situaties. Zoals Adnan, die iedere ochtend met zijn broertjes en zusjes om 6:00 uur door zijn vader uit bed getrommeld wordt om bij de bushalte te wachten tot de school begint. Om te voorkomen dat ze in alle vroegte in de gezinslocatie worden opgepakt. Of Amira, die als enige in de klas de iPad van school niet mee naar huis mag nemen, omdat ze in een azc woont.

Je bestaat, je bent belangrijk, je mag er zijn.

Dat pre-migratie (oorlog, schaarste, geweld) en peri-migratie (de vlucht zelf, wachten, angst, verlies van dierbaren) traumatisch zijn, is bekend, vertelt Mooren. Steeds vaker blijkt echter dat ook de post-migratie, het verblijf in een veilig land tijdens de asielprocedure, traumatische gebeurtenissen omvat (stress, veel verhuizen, verveling, geen privacy, discriminatie). Daar ligt een belangrijke taak voor de gemeenten en de aanbieders van jeugdhulp als het gaat om de zorg voor asielzoekerskinderen.

 Bezoek de site jeugdhulp asielkind voor nuttige info

Transitie benutten

Karin Kloosterboer, kinderrechten specialist en oprichter van Kind met Recht en één van de coördinatoren van het in januari 2018 gestarte project ‘Jeugdhulp aan asielzoekerskinderen, nu en straks’ zet de cijfers neer. In Nederland verblijven momenteel 6.727 kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in gezelschap van één of beide ouders en 700 alleenstaande minderjarige asielzoekerskinderen, verspreid over in totaal 62 opvanglocaties.

Nadat in 2015 de Jeugdwet werd ingevoerd en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering overgeheveld werd naar de gemeenten, werden in 2016 tien pilots gestart om ook de financiering en de organisatie van de jeugdhulp aan asielzoekerskinderen over te dragen, van het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers) naar de gemeenten. De pilotfase heeft inzichtelijk gemaakt dat het om een specifieke doelgroep gaat waarvoor een goede infrastructuur en afstemming tussen betrokken partijen nodig is. Sinds 1 januari 2019 is de overgang een feit. ‘Deze transitie-fase is een belangrijk moment om veranderingen door te voeren’, aldus Kloosterboer.

Om problemen bij kinderen goed te kunnen signaleren, diagnosticeren en eventueel behandelen, zijn de vele verhuizingen, die vluchtelingenkinderen moeten ondergaan, in het kader van de asielprocedure, funest. 

Stop het verhuizen 

Eén van de belangrijkste veranderingen waar Kloosterboer voor pleit, is het stoppen met het eindeloze verhuizen van asielzoekerskinderen. ‘Om problemen bij kinderen goed te kunnen signaleren, diagnosticeren en eventueel behandelen, zijn de vele verhuizingen, die vluchtelingenkinderen (en hun ouders) moeten ondergaan, in het kader van de asielprocedure, funest. Hulp wordt vaak uitgesteld en als het wel wordt geboden, verstoort een verhuizing vervolgens de continuïteit.’

Download de hand-out 

Passie en betrokkenheid

Na de plenaire opening, staan er vier werkgroepen op het programma: preventie, de rol van gemeenten, cultuursensitief werken en de specifieke behoeften van asielzoekerskinderen. De trappen en zolderkamers gonzen van de gesprekken. De opkomst is drie maal zo groot als door de organisatoren verwacht. Professionals vanuit het hele land zijn op het symposium afgekomen van Tytsjerksteradiel en Ter Apel, tot Heerlen en Breda.

Er blijkt veel behoefte te zijn aan concrete informatie en aan netwerken. Sommige deelnemers aan de werkgroepen wijzen op slechte overdracht, lege dossiers, geen toegang krijgen tot de juiste mensen met de juiste informatie. Er is behoefte aan toegang tot de 'best practices' van de pilotprojecten. Anderen menen dat alles al best goed geregeld is en zorgen ter plaatse voor nieuwe verbindingen, wisselen contacten uit en delen informatie. Alle professionals zijn zeer bevlogen om de situatie voor asielzoekerskinderen te verbeteren.

 Bezoek de site jeugdhulp asielkind voor nuttige info 

Zoek elkaar op

Esther Haalstra, sinds vorig jaar zomer werkzaam bij GGD GHOR Nederland, als projectmedewerker PGA JGZ (Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers & Jeugd GezondheidsZorg), vindt het opvallend dat mensen elkaar nog niet altijd weten te vinden. ‘Wie neemt er precies deel aan een MDO (Multi Disciplinair Overleg op een COA locatie)? Er zijn twee jaar lang pilots uitgevoerd om de overgang van de Jeugdhulp van COA naar gemeenten soepel te laten verlopen. Misschien was niet iedereen hiervan op de hoogte?’

Volgens haar is de kracht van het symposium dat duidelijk wordt dat iedereen lokaal zelf op onderzoek uit moet. Nuchter suggereert ze: ‘Het gaat om een speciale doelgroep, maar je moet het niet groter maken dan het is. De JGZ heeft een belangrijke spilfunctie en werkt met bestaande overlegvormen, dit sluit daar bij aan. We hebben vandaag in de werkgroep preventie over de case van GGD Friesland gezien dat dit goed werkt.’

Relativerend voegt ze daaraan toe: ‘Het is een proces, daar is geduld voor nodig. Mensen moeten elkaar lokaal eerst opzoeken, face to face spreken. Al het goede komt langzaam op gang. We mogen niet vergeten dat de overdracht één januari heeft plaatsgevonden, we zijn pas in maart.’

We moeten niet alles willen opschalen. Een goede juf, een lieve opvang, daar zit heel veel veerkracht in.

Samenwerking

Ook woordkunstenaar Atta de Tolk leidt de afsluitende plenaire sessie in met een pleidooi voor samenwerking. Poëtisch wijst hij op het fragiele van kinderzielen die asiel vragen, op de astronomische kansen die er altijd zijn, op het belang van een fysieke of mentale omhelzing, op hoe moeilijk het is om preventie passend te maken.

Ter afsluiting oogst middagvoorzitter Myra ter Meulen wat eenieder mee naar huis neemt. ‘Zoek kleine zorgaanbieders, die kunnen beter meedenken.’ ‘We kunnen als collega’s nog veel meer kennis delen.’ ‘We moeten niet alles willen opschalen. Een goede juf, een lieve opvang, daar zit heel veel veerkracht in.’

Gerdie de Lange, woonbegeleidster in de COL (centrale ontvangst locatie: de eerste verblijfplaats van vreemdelingen die asiel willen aanvragen) in Ter Apel, kijkt tevreden terug op de middag. ‘Ik ben er na dit symposium nog meer van overtuigd dat de basis in de opvang veilig moet zijn. Dat je de kinderen serieus moet nemen: 'Je bestaat, je bent belangrijk, je mag er zijn.' Als we preventief goed bezig zijn, dan kunnen we heel veel bereiken.’

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

3 + 1 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.