Terminologie

Bij vraagstukken over integratie en samenleving is het in de praktijk vaak lastig om de juiste termen te vinden om (groepen) mensen te duiden. Toch is het wel belangrijk om zorgvuldige keuzes te maken en uit te leggen wat we precies bedoelen. KIS houdt de ontwikkelingen in woordgebruik en gevoeligheden daarbij in de samenleving nauwkeurig bij. In dit document geven we richtlijnen om houvast te bieden. Dit zijn geen officiële regels. KIS actualiseert dit document regelmatig. De definitie van de gebruikte terminologie met alle nuances kan vaak aan het begin van een publicatie worden gebruikt en hoeft dan niet keer op keer herhaald te worden. 

Dit document is vrij om te gebruiken als leidraad voor inclusieve communicatie.

Download de Terminologie inclusieve communicatie (pdf)

Alternatieven voor ‘allochtoon’

Als verzamelbegrip gebruiken wij de term ‘allochtoon’ niet. Een paar jaar geleden was dat in wetenschappelijke publicaties nog goed bruikbaar, maar nu kan dat echt niet meer. De dichotomie allochtoon-autochtoon draagt op negatieve wijze bij aan een wij-zij-denken. Het is een vaag containerbegrip, dat geen recht doet aan het diverse karakter van migratie, en de verschillen in land van herkomst, verblijfsduur en migratiemotief tussen én binnen de huidige gedefinieerde migrantengroepen. In citaten – bijvoorbeeld van CBS – kan het wel gebruikt worden. Als een geïnterviewde het woord ‘allochtoon’ gebruikt, dan kun je dit in het desbetreffende citaat in jouw rapport of artikel wel aanpassen naar bijvoorbeeld ‘mensen met een migratieachtergrond’.

Alternatieven voor ‘autochtoon’

Het begrip ‘autochtone Nederlanders’ raakt in navolging van de WRR ook in onbruik. Wanneer wij een omschrijving nodig hebben voor inwoners die zelf hier geboren zijn en waarvan beide ouders ook in Nederland zijn geboren, dan gebruiken wij bij voorkeur ‘mensen met een Nederlandse achtergrond’, of ‘mensen zonder migratieachtergrond’. In beide gevallen past een voetnoot waarin staat: ‘hiermee bedoelen wij mensen waarbij niet direct een migratieachtergrond te herleiden is’. Dit omdat het nadeel van het gebruik van ‘mensen met een Nederlandse achtergrond’ is dat Nederlanders met een migratieachtergrond vaak óók een Nederlandse achtergrond hebben en deze term niet als inclusief ervaren.

Marokkaans-Nederlandse/Marokkaanse Nederlanders

Als de migratieachtergrond relevant is om te noemen, zijn we bij voorkeur zo precies mogelijk. Als wij groepen beschrijven ligt het gevaar van stereotypering op de loer. Wanneer we verwijzen naar een specifieke groep, gebruiken wij bij voorkeur Marokkaans-Nederlandse jongeren’ (en zo ook andere landen). Het is onjuist om te vermelden: ‘Marokkaanse jongeren hebben meer moeite met het vinden van een stageplaats’. Dit lijkt ten onrechte te gaan over jongeren in Marokko of met de Marokkaanse nationaliteit. De volgorde is belangrijk, want 'Nederlandse Turken' zijn Turken van Nederlandse afkomst en betekenen dus iets anders dan 'Turkse Nederlanders'. Nederlanders met een Turkse achtergrond is ook prima.

Parallelle vergelijkingen

Volgens de richtlijnen van de American Psychological Association (APA) is het belangrijk om ervoor te zorgen dat je parallelle vergelijkingen maakt. Oftewel, als je het hebt over verschillende groepen jongeren dan kan je bijvoorbeeld zeggen: 'Jongeren met een Marokkaanse achtergrond voelen zich vaker gediscrimineerd dan jongeren met een Surinaamse achtergrond.' Niet parallel is: 'Jongeren met een Marokkaanse achtergrond voelen zich minder gediscrimineerd dan zwarte jongeren.' De ene categorie is gedefinieerd naar herkomst, de ander naar kleur. Dat is niet parallel.

Migrantenachtergrond of migratieachtergrond?

We gebruiken migratieachtergrond, zoals in ‘burgers met een migratieachtergrond’. We gebruiken niet ‘migrantenachtergrond’. Met mensen met een migratieachtergrond bedoelen we zowel EU-migranten als migranten van buiten de EU.  Ook schrijven we ‘jongeren met een migratieachtergrond’ liever dan migrantenjongeren, omdat het dan weer lijkt of de jongeren zelf gemigreerd zijn, terwijl de meeste hier geboren zijn. Denk ook hier weer aan de parallelle vergelijking: Nederlanders met een migratieachtergrond versus Nederlanders zonder een migratieachtergrond.

Afkomst of achtergrond?

Wij gebruiken de woorden ‘afkomst en herkomst’ in navolging van de WRR bij voorkeur niet meer. Het woord ‘achtergrond’ komt daarvoor in de plaats, zoals in: ‘jongeren met een Turkse achtergrond’.

Westers/niet-westers

De termen ‘westers’ of ‘van niet-westerse afkomst' raken eveneens in onbruik. De WRR adviseerde in 2016 deze termen zo min mogelijk te gebruiken. Het doet geen recht aan de diversiteit in deze categorieën en achter de indeling gaat inmiddels een waardeoordeel schuil.

Het CBS heeft in april 2021 ook besloten om deze indeling niet meer te gebruiken. In een interview met De Volkskrant zegt CBS-socioloog Ruben van Gaalen:
‘Er is al lange tijd discussie over de noodzaak van die indeling. Een vluchteling uit sub-Sahara-Afrika en een kenniswerker uit India gelden allebei als niet-westers, terwijl hun situatie onvergelijkbaar is. Wie afkomstig is uit het Caribische deel van het Nederlandse koninkrijk geldt als niet-westers. Mensen uit Japan, dat cultureel heel ver bij ons vandaan staat, zijn dat weer wel. Deze categorieën zijn zodanig gemengd, dat ze eigenlijk niks zeggen.

‘Ze zijn decennia geleden ingevoerd, met de migratieverdeling uit die tijd in het achterhoofd. Er was een grote instroom uit voormalig Nederlands-Indië, in de postkoloniale tijd. Daar zaten veel mensen met Nederlandse wortels tussen, dus vond men het logisch om die als westers te categoriseren. En er kwamen bijvoorbeeld relatief veel mensen uit Japan, dat was toen al een vrij moderne, wat rijkere samenleving, dus ook die werden westers genoemd. Inmiddels is de indeling achterhaald.’

Op de vraag wat dan wel, is het antwoord om zo precies mogelijk te zijn: ‘Door in te delen op werelddeel, bijvoorbeeld. Bij vragen over integratievraagstukken of schoolprestaties ga je kijken: wat zijn relevante groepen? De afgelopen twintig jaar waren dat bijvoorbeeld mensen met een Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse of Surinaamse afkomst. Dat noemen we, en dat blijven we doen.’ En dat neemt KIS over. Met die uitzondering, dat als rapporten van het CBS van voor april 2021 worden gebruikt of naar verwezen, dat we dan Westers/Niet Westers laten staan met een opmerking erbij dat dit rapport nog is uit de tijd dat het CBS deze indeling wel gebruikte.

Soms is het nodig om te omschrijven of we migranten van binnen of buiten de EU bedoelen. Zo mogelijk kan men de groep nauwkeuriger omschrijven, zoals ‘migranten uit Midden- en Oost-Europa’, of migranten uit arme landen (conform de Human Development Index va de UNHCR). Richtlijn: KIS tracht clustering van groepen zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven.

Zwarte, blanke of witte Nederlanders?

We gebruiken niet meer ‘blanke’ mensen maar ‘witte’ mensen. Wit is veel neutraler dan blank, dat laatste heeft namelijk een negatieve en koloniale connotatie. Met het woord ‘blank’ lag vroeger de nadruk op het reine, het pure versus de wilde, zwarte mens. Met name als het om racisme gaat, en de tegenstelling tussen wit en zwart (bijvoorbeeld in de Zwarte Pietdiscussie) gebruiken we de term ‘witte’ Nederlanders en ‘zwarte’ Nederlanders. De kleur tussen aanhalingstekens, omdat het niet feitelijk om die kleur gaat. Het is een politieke term, over machtsverschillen. Deze is best ingewikkeld. Want als we het over witte Nederlanders hebben, gaat het dan ook over bijvoorbeeld Poolse Nederlanders? Of vallen zij dan weer onder ‘zwart’? Bij ‘zwarte scholen’ gaat het over migratie achtergrond. Maar als ik het letterlijk wil gebruiken, bijvoorbeeld Obama is een zwarte man, dan moeten er geen haakjes. Uitleg (voetnoot) over wat je met de gebruikte termen bedoelt, is wenselijk.

Migrantenzelforganisatie

Deze term wordt bij voorkeur niet meer gebruikt. Alternatief is: ‘een (zelf)organisatie die mensen met een migratieachtegrond vertegenwoordigt’, of ‘een organisatie van en voor Marokkaanse Nederlanders. Ook wel: ‘vertegenwoordigers van een bepaalde gemeenschap’. Nadat men deze langere uitleg heeft gebruikt kan men verder in de tekst volstaan met ‘zelforganisaties’ of ‘vertegenwoordigers’.

Intercultureel/ cultuursensitief

Het woord intercultureel wordt nog vaak gebruikt, maar is als term eigenlijk minder geschikt. Het legt nadruk op iets dat zich tussen twee culturen afspeelt. Meestal gaat het niet alleen over twee culturen, maar over de gehele migratiecontext en leefwereld. Bovendien is het te statisch. Culturen zijn continu aan het veranderen en op individueel niveau wordt niet bedoeld dat ‘twee culturen’ met elkaar in gesprek zijn. Termen als ‘interculturele communicatie en intercultureel vakmanschap’ worden nog veel gebruikt. Als wij vanuit KIS dit soort termen gebruiken, past uitgebreidere uitleg, bijvoorbeeld in de vorm van een voetnoot: ‘Met intercultureel vakmanschap bedoelen wij competenties van professionals, zoals een open, onbevooroordeelde houding, kennis van diverse leefwerelden, de betekenis van de migratiecontext en de vaardigheden om cultuur en taalverschillen te overbruggen’.

Wat voor ‘intercultureel’ geldt, is niet anders voor het gebruik van het woord ‘cultuursensitief’. Als alternatief gebruiken we bij voorkeur ‘diversiteitssensitief’.  

Maatschappelijk kwetsbare migrantenouderen

Ten eerste liever ouderen met een migratieachtergrond. Ten tweede dragen de bijvoeglijk naamwoord ‘maatschappelijk kwetsbare’ bij aan een stereotiep beeld.  Je kunt dus beter spreken van ouderen in een kwetsbare positie.

Asielzoekers, vluchtelingen, nieuwe Nederlanders of nieuwkomers?

Asielzoekers zijn personen die hun eigen land verlaten hebben en bescherming zoeken in een ander land. Zolang ze nog niet erkend zijn als vluchteling, worden ze asielzoeker genoemd. Als ze een verblijfsstatus hebben, gebruiken wij de termen ‘vluchteling’, ‘statushouder’ of ‘vergunninghouder’ door elkaar. We wisselen ze daarbij af. Besef daarbij wel dat de woorden ‘statushouder’ of ‘vergunninghouder’ beleidstermen zijn, terwijl we feitelijk over mensen praten. Sommige vluchtelingen associëren zichzelf ook liever niet met de term ‘vluchteling’ omdat deze een negatieve connotatie zou hebben of omdat ze zich inmiddels zo niet meer voelen (zijn al dertig jaar in Nederland bijvoorbeeld). Mogelijke alternatieven die je kunt overwegen (volgens het person-first principe) zijn: ‘Mensen die asiel zoeken’ of ‘iemand met een vluchtelingenachtergrond’. Of gewoon vluchtelingen of mensen die erkend zijn als vluchteling.

Bicultureel

Over het begrip ‘biculturele’ jongeren, zijn de meningen verdeeld. Sommigen vinden dit een prettige term, omdat het aangeeft dat jongeren zowel de cultuur van hun ouders als die van Nederland in zich verenigen. Dat is tegelijkertijd ook wat de kritiek op deze term oproept. Het gaat niet alleen om cultuur: ook om de migratiegeschiedenis en de minderheidspositie in de samenleving. Bovendien gaat het niet om twee (bi) culturen, maar meerdere culturele contexten, waar jongeren in leven. Let hier ook op dat er meer dan twee culturen kunnen leven in een huishouden en ook in iemands identiteit. Bicultureel slaat altijd op twee culturen, terwijl er ook mensen zijn die in drie of meerdere culturen (en talen) zijn opgevoed en/of zich thuis voelen.
Ten slotte is er nog op een ander vlak verwarring mogelijk. Sommigen interpreteren deze term als iemand die uit een ‘gemengd’ huwelijk geboren is. Daarom heeft deze term heeft geen voorkeur. Bij dit soort termen is het belangrijk om na te gaan of de groep waar het om gaat het zelf een prettige term vindt. Áls je het gebruikt, leg in ieder geval uit wat je bedoelt.

Ras

Biologisch gezien bestaan er geen menselijke rassen. Daarom vermijden we liever deze gevoelige term. Het woord komt wel voor in samengestelde woorden, zoals in ‘raciale kwesties’ of ‘racisme’. Ook wordt het woord ras nog wel in wet- en regelgeving gebruikt. In het eerste artikel van de Nederlandse grondwet staat: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan’. Hier staat dus geen ‘afkomst’ of ‘herkomst’.

Discriminatie en racisme

Wat is het verschil tussen racisme en discriminatie? In dit artikel van KIS vind je meer informatie over definities.

LHBTI’s met een migratieachtegrond

Net zoals COC Nederland gebruiken we als verzamelterm niet langer LHBT maar LHBTI. Dit staat voor lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen. Als we praten over meerdere LHBTI’s, dan schrijven we LHBTI’s, niet LHBTI’ers. We schrijven dus ook: LHBTI-vluchtelingen of LHBTI-asielzoekers. Ook hier kan je stil staan bij het person-first principe: Mensen die LHBTI zijn en asiel zoeken.

Gender

Niet iedereen identificeert zich als man of vrouw, sommige mensen identificeren zich als beiden, sommigen wisselend als de één en soms de ander, en anderen identificeren zich met geen van beide groepen. Houd hier dus rekening mee bij het schrijven over gender – het is geen rigide binaire factor. Het hangt van mensen zelf af hoe ze zich identificeren, dat kan bijvoorbeeld als gender non-conform (mensen die niet in een hokje van man of vrouw willen worden geplaatst omdat ze niet conformeren aan die gender roles), gender non-binair (mensen die zich noch als man noch als vrouw identificeren). Ook zijn er mensen die zich identificeren als man of vrouw, maar bij geboorte een andere sekse aangewezen hebben gekregen. Deze mensen kunnen worden omschreven als transgender. In het algemeen geldt, wees je bewust dat gender een sociaal construct is, geen bipolair spectrum bevat en mensen vrij zijn om zichzelf te identificeren.

Inclusieve communicatie

Teksten

Vraag jezelf altijd af:

  1. Kan ik irrelevante tegenstellingen tussen groepen vermijden?
  2. Is het mogelijk om ‘inclusief’ te denken en wij-zij-beschrijvingen (dichotomie) te vermijden?
  3. Check bij betrokkenen zelf wat zij correcte terminologie vinden.
  4. Werkt mijn schrijfwijze stereotyperingen in de hand? (Denk aan woorden als: ‘moslimterrorist’, ‘migratieprobleem’, ‘vluchtelingenstroom’ en ‘vluchtelingencrisis’)
  5. Werkt mijn beschrijving van een bevolkingsgroep stereotypen in de hand?
  6. Hoe kan ik een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding vinden voor het individu of de groep die ik bedoel?
  7. Is het nodig om de term die ik gebruik toe te lichten?
  8. Is de term gebruikelijk in bepaalde context of leefwereld?
  9. Vanuit welk perspectief schrijf ik? Heb ik het over een groep die wordt gediscrimineerd of heb ik het over een groep die discrimineert, of beiden?

Streamers en citaten

Let op dat een citaat of streamer tussen de tekst niet uit de genuanceerde context wordt gehaald als dit gevoeligheden bevat.  

Beeldmateriaal

Je schrijft een artikel op kis.nl over een onderzoek naar huiselijk geweld in gezinnen met een vluchtelingenachtergrond. Uit dit onderzoek blijkt dat huiselijk geweld is toegenomen en dat dit in het bijzonder geldt voor gezinnen van met een vluchtelingenachtergrond. Je zoekt een geschikte foto hierbij. Welke zou je daarbij kiezen? Foto 1 of foto 2?  

Foto 1 (fotobeschrijving: twee vrouwen met hoofddoek die serieus/verdrietig in de camera kijken)                                

Foto 2 (fotobeschrijving: vrouw dat haar hand opsteekt als 'stop'-teken)

                 

 

 

 

 

Foto 1 heeft het risico van stereotypering (vrouw met hoofddoek als slachtoffer), foto 2 is neutraler en straalt weerbaarheid uit. Probeer stereotiepe beelden zo veel mogelijk te vermijden.

Koppen en titels

Let erop dat de relevante factor wordt genoemd en niet de (etnische) groep.

  • Niet: ‘Vooral vluchtelingenvrouwen slachtoffer van huiselijk geweld’
  • Liever: ‘Somber toekomstperspectief en eergevoel kunnen leiden tot huiselijk geweld’

Pas op voor valkuilen

Herhaal geen negatieve associaties, dit versterkt de (impliciete) vooroordelen ('denk niet aan een roze olifant'). Zoals in het voorbeeld hierboven: ‘Zijn asielzoekers crimineel? Dat valt wel mee.’

Communiceer geen negatieve sociale norm, hoe anderen ergens negatief over denken. Zoals in de afbeelding hierboven: ‘Grote meerderheid Limburgers heeft problemen met invloed islam’ of ‘Iedereen heeft vooroordelen’.

Pdf-bestand

Wil je de terminologie als pdf hebben om op te slaan, te delen of te printen?

Download de Terminologie inclusieve communicatie (pdf)