Naar de invloed van het niet of nauwelijks spreken van de Nederlandse taal op toegang tot en kwaliteit van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) is tot nu toe weinig onderzoek gedaan. Het onderzoek dat tot dusver is uitgevoerd laat zien dat taalproblemen van invloed zijn op herkenning van gezondheidsproblemen, toegang tot de zorg, zorggebruik en kwaliteit van de zorg.

Met name ouders met een Marokkaanse achtergrond herkennen psychische problemen van hun kinderen minder goed. Het lijkt erop dat dit deels veroorzaakt wordt door de taalbarrière. Ook het signaleren door middel van vragenlijsten kan beïnvloed worden door de beperkte beheersing van het Nederlands. Het maakt vragenlijsten onbetrouwbaar en kan een reden zijn om niet mee te doen aan een gezondheidsonderzoek. Wanneer ouders de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, kan dit leiden tot problemen in de communicatie met professionals werkzaam in de JGZ. Een onderzoek uitgevoerd in de VS wees bijvoorbeeld uit dat kinderen wiens ouders voornamelijk of uitsluitend Spaans spraken minder snel gekoppeld waren aan een reguliere bron van medische zorg en minder zorg ontvingen.

Een taalbarrière speelt ook een grote rol in de toegang tot zorg. Dit kan leiden tot minder gebruik van gezondheidszorg, minder makkelijk uiten van gevoelens en problemen, gevoelens van discriminatie, afname in zelfvertrouwen van de patiënt, toename van stress en moeilijkheden bij het begrijpen van voorgeschreven medicatiegebruik. Wanneer deze barrières van invloed zijn op zorg bij volwassenen, zouden deze ook van invloed kunnen zijn op de zorg van hun kinderen. Het niet of weinig aanbieden van opvoedsteun in een andere taal dan het Nederlands of op het juiste taalniveau, leidt bovendien tot een verhoogde drempel en een verminderd effect voor gezinnen die de Nederlandse taal niet goed spreken of verstaan.

Uit de onderzoeken komt naar voren hoe belangrijk de taalvaardigheid van ouders is voor een goede gezondheid van kinderen. Het probleem kan worden geadresseerd door het zorgaanbod in de jeugdgezondheidszorg aan te passen.
 

Geraadpleegde literatuur:
  • Gezondheidsraad. Psychische gezondheid en zorggebruik van migrantenjeugd. Den Haag: Gezondheidsraad, 2012; publicatienr. 2012/14.
  • Janssen MM, Verhulst FC, gi-Arslan L, Erol N, Salter CJ, Crijnen AA., Comparison of self-reported emotional and behavioral problems in Turkish immigrant, Dutch and Turkish adolescents. Soc Psychiatry Psychiatr Epidemiol, 2004. 39(2): 133-140. 
  • Kalthoff, H., Opvoedingsondersteuning aan migrantengezinnen schiet tekort. JeugdenCo – Kennis, 2009. 04: 008-018. 
  • Levy, M. and Royne, M., The Impact of Consumers’ Health Literacy on Public Health. The Journal of Consumer Affairs, 2009. 43(2): 367-372. 
  • Mieloo, C.L. et al., Validation of the SDQ in a multi-ethnic population of young children. European Journal of Public Health, 2013. 24(1): 26-32.
  • Scheppers, E., et al, Potential barriers tot he use of health services among ethnic minorities: a review. Family Practice, 2006. 23: 325-348.