Ja, maar van deze drie instituties speelt de migratieachtergrond alleen een bepalende rol voor de mate van vertrouwen in de politie. Uit eerder onderzoek en onze eigen analyses blijkt dat jongeren met een migratieachtergrond relatief weinig vertrouwen hebben in de politie. Voor onderwijs en politiek zijn er geen verschillen gevonden tussen jongeren met of zonder migratieachtergrond. Het is wel belangrijk te vermelden dat voor dit onderzoek minder kwantitatieve gegevens over deze instituties beschikbaar waren en er maar een beperkt aantal jongeren met een Nederlandse achtergrond zijn geïnterviewd.

Uit het onderzoek komt een aantal overkoepelende factoren naar voren die van invloed zijn op de mate van vertrouwen in deze instituties. Zo hebben jongeren over het algemeen meer vertrouwen als ze zich vertegenwoordigd voelen, met andere woorden het gevoel hebben dat de politiek er voor hen is. Een andere factor is als ze het instituut effectief vinden, bijvoorbeeld als de politiek succesvol misdaad bestrijdt.

Een derde factor die van invloed is op het vertrouwen, is als de jongeren ervaren dat vertegenwoordigers van het instituut goed omgaan met hun machtspositie. En dus alle jongeren gelijkwaardig, rechtvaardig en met respect behandelen. Zoals docenten die een neutraal schooladvies geven.

Daarnaast is bij politie en onderwijs een ander element van invloed op het vertrouwen. De waardering van of beelden over het persoonlijke contact tussen de institutie en jongeren spelen daarbij een belangrijke rol: als de jongeren zelf een meer positieve ervaring hebben of van anderen goede ervaringen horen, hebben ze meer vertrouwen in de institutie.

 

Anderen bekeken ook