Mogelijke verklaringen zijn een passievere houding en minder actiegeneigdheid bij emotionele problemen, een grotere angst voor de hulpverlening en minder probleemherkenning bij ouders en jeugdigen van Marokkaanse en Turkse herkomst. Ook een voorkeur voor ‘eigen’ voorzieningen evenals onbekendheid met de mogelijkheden, andere verwachtingen of negatieve ervaringen en wantrouwen ten opzichte van formele voorzieningen kunnen een rol spelen. Ouders voelen zich bijvoorbeeld weinig respectvol behandeld of zijn bang dat de kinderen hen worden afgenomen. Veel ouders ervaren zorginstanties als ‘wit’, bijvoorbeeld door de aankleding van ruimten, de wijze van ontvangst, eenrichtingsverkeer in de benadering en een gering aantal professionals dat zelf tot etnische minderheden behoort. Veel ouders hebben het idee dat professionals niet voldoende rekening houden met hun culturele achtergrond en taalvaar­digheid. Daarbij komt dat ouders nogal eens vastlopen op de onoverzichtelijke hoeveelheid aan voorzieningen, regels en protocollen.

Gebrek cultuursensitiviteit

Ook de gebrekkige cultuursensitiviteit van voorzieningen en professionals kan een verklaring zijn. Professionals ervaren de zorg voor cliënten met een migrantenachtergrond soms als ‘een vak apart’, evenals de communicatie en afstemming. Zij hebben hiervoor vaak onvoldoende kennis en vaardigheden. Ook de opleidingen lopen op dit punt achter. Bovendien zijn instrumenten, methoden en interventies niet altijd voldoende toegesneden op de kenmerken en behoeften van migrantengroepen. Zo blijken bestaande voorlichtings­middelen, zoals posters en folders, vaak niet goed bruikbaar, evenals instrumenten voor vroegsignalering en diagnostiek. Een indicatiestelling komt niet zelden door ‘communicatie met handen en voeten’ tot stand. Verder speelt het standaard aanbod aan methodieken en interventies vaak nog weinig in op de verwachtingen en behoeften van mensen van diverse afkomst. Zo is er nog weinig aandacht voor vragen en problemen over communicatie met pubers, religieuze en morele opvoeding, radicalisering of het rijmen van ‘eigen’ en in Nederland dominante waarden en normen.

Hulp in eigen kring

Sommige migrantengroepen maken dus minder gebruik van formele jeugdzorgvoorzieningen. Voor lichte problematiek zouden zij ook gebruik kunnen maken van hulp van familie, het eigen netwerk, of informele voorzieningen. Nederlands-Turkse kinderen, jongeren en hun ouders maken veelvuldig gebruik van opvoedingsonder­steuning en hulp in eigen kring. Familie vangt jeugdigen op als het in een gezin niet goed gaat en er zijn vele initiatieven vanuit de Turkse gemeenschap, zoals jeugdinternaten, jongerengroe­pen, moedergroepen, oudercomités en praatgroepen vanuit reli­gieuze organisaties. Jongeren met een Marokkaanse achtergrond melden minder vaak dat zij zorg van hun ouders ontvangen dan Nederlandse jongeren, en rapporteren ook aanzien­lijk minder hulp van vrienden. Opvallend is verder dat ouders én jongeren uit migrantengroepen aangeven minder hulp te krijgen van de mentor. Het gebruik van hulp van familie of van informele voorzieningen is dus niet bij alle groepen een verklaring voor het ondergebruik van bepaalde soorten formele jeugdzorg.

 

Bron: Publicatie Grote verschillen in gebruik jeugdzorg naar herkomst

 

Anderen bekeken ook