‘Geen structurele aandacht voor migrantenvrouwen binnen EU’

De werkloosheid onder vrouwelijke migranten binnen de EU is erg hoog. Toch hebben de meeste Europese lidstaten geen specifiek integratiebeleid voor vrouwelijke migranten van buiten de EU. Dat blijkt een nieuw rapport van het Europees Migratienetwerk (EMN). ‘Je moet echt die genderbril op willen zetten’, zegt senior KIS onderzoeker Marjan de Gruijter.

Artikel
Integratie- en inburgeringsbeleid

De integratie van migrantenvrouwen staat in de meeste EU-lidstaten niet hoog op de agenda, blijkt uit het onderzoek: Integratie van vrouwelijke migranten van buiten de EU van het EMN. De Europese studie kijkt onder meer naar de arbeidsmarktintegratie, in het onderwijs en gezondheidszorg.  ‘In de meeste landen is er – net als in Nederland – sprake van een algemeen integratiebeleid, de uitvoering wordt vaak overgelaten aan de lokale overheden. Oog voor genderverschillen is er daarbij nauwelijks. Een klein aantal lidstaten combineert algemeen beleid en beleid specifiek voor vrouwen. Zweden en België hebben bijvoorbeeld de verplichting dat ze in alle facetten van hun beleid kijken naar de impact van het beleid op vrouwen’, vertelt Julia Koopmans, onderzoeker bij EMN Nederland.

De grootste uitdaging ligt, zegt Koopmans, in de meeste landen vooral op het gebied van arbeidsparticipatie. Het rapport laat zien dat de gemiddelde werkloosheid onder vrouwelijke migranten in de EU hoog is - tussen 15 en 19 procent in de periode 2016-2020 - en ook hoger is vergeleken met mannelijke migranten. Taalachterstand, discriminatie en vooroordelen maar ook de zorg voor de kinderen zijn volgens de lidstaten belangrijke obstakels die de participatie van vrouwen in de weg staan.

Koopmans: ‘Om meer vrouwen te laten participeren is het belangrijk dat er oog is voor hun specifieke omstandigheden, voor hun zorgtaken. Dat zien we ook terug in een aantal good practices.’ Duitsland bereikte met het project ‘Sterk in werk’, gericht op moeders met een migratieachtergrond sinds 2015 ruim 16.000 vrouwen, een derde ging na deze beroepsgerichte training aan het werk of studeren. Kinderopvang was in dit project goed geregeld. De studie onderzocht ook of landen extra maatregelen hebben genomen in relatie tot de impact van COVID op de positie van migrantenvrouwen. Dat bleek slechts sporadisch het geval.

Algemeen integratiebeleid

Ook in Nederland blijft de arbeidsparticipatie van vrouwelijke migranten ook ver achter. Marjan de Gruijter, senioronderzoeker bij KIS, heeft veel onderzoek gedaan naar de positie van vrouwelijke statushouders in Nederland en is als expert geraadpleegd voor deze Europese studie. De conclusies verbazen haar niet: ‘Als je in het algemeen integratiebeleid geen rekening houdt met de verschillen tussen mannen en vrouwen, dat vertaalt zich dat in een lagere participatiegraad.’

Gemeenten richten zich volgens KIS-onderzoek bij de arbeidstoeleiding van statushouders onbewust vooral op mannen en zo krijgen vrouwen niet de begeleiding die ze juist zo hard nodig hebben. KIS publiceerde eerder tips en tools om de participatie van vrouwelijke statushouders te bevorderen. De e-learning module ‘Vrouwelijke nieuwkomers begeleiden op weg naar werk’ helpt uitvoerend professionals bij gemeenten om vanuit een meer gendersensitieve blik verder te kijken dan hun eigen, soms stereotiepe aannames.

Speldenprikken

Dat heeft volgens haar niet alleen te maken met de grotere afstand tot de arbeidsmarkt van een deel van de vrouwelijke statushouders, maar ook omdat gemeenten zich – onbewust - veel meer richten op mannelijke statushouders. ‘In Nederland zijn er ook wel een aantal sympathieke projecten gericht op vrouwelijke nieuwkomers, maar een algemene aanpak ontbreekt. Het blijft bij speldenprikken.’

Met de komst van de nieuwe wet inburgering is dit thema wel weer actueel, ziet De Grujter. ‘Het is de bedoeling dat mensen binnen deze wet duaal inburgeren, met aandacht voor zowel taal als participatie. We weten uit onderzoek dat taalrijke projecten in de buurt van de werkvloer ook het beste effect sorteren.’ Dat zullen in sommige gemeenten op maat gesneden projecten zijn – die aan de hand van de wensen van de nieuwkomer – worden vormgegeven. ‘Maar gemeenten zijn nu ook participatietrajecten aan het inkopen, de vraag is natuurlijk of daar ook rekening worden gehouden met genderspecifieke zaken.’

Uit de nieuwe monitor Gemeentelijk Beleid Arbeidstoeleiding en Inburgering 2022 die KIS jaarlijks in samenwerking met Divosa uitbrengt, blijkt dat gemeenten zelf ook verwachten dat meer mannen dit traject zullen doorlopen dan vrouwen. 'Deze lagere verwachting kan een zelfversterkend effect opleveren. Als gemeenten denken dat vrouwen minder belangstelling hebben wordt dit hen wellicht minder aangeboden of er worden minder trajecten ingekocht die aansluiten bij de behoeften en ambities van vrouwelijke inburgeraars', aldus de onderzoekers.

Oekraïense vluchtelingen

 De Gruijter: ‘Je moet als gemeenten echt die genderbril op willen zetten.' Ze hoopt dat met de komst van de Oekraïners het thema toch hoger op de agenda komt. ‘Driekwart van de volwassen Oekraïense vluchtelingen is vrouw. Er wordt nu veel gesproken over Oekraïners en werk, maar ook hier zien we in het debat de gendercomponent nauwelijks terug.’

Ze wijst erop dat het gros van deze vrouwen zonder partner naar Nederland is gekomen en geen groot supportsysteem heeft. ‘Wat voor werk zijn ze aan het doen? Hoe houdbaar is dat werk? Wat er is nodig wanneer ze in het eigen onderhoud willen voorzien? En deze vrouwen kunnen een goede aanvulling op onze arbeidsmarkt zijn.’

Ze denkt dat er veel lessen uit de komst van Oekraïners – die meteen aan het werk mogen – kunnen worden getrokken. ‘Iedereen krabt zich nu achter de oren wat dit voor integratie betekent en mogelijk dus ook voor andere vluchtelingen die staan te trappelen om aan de slag te gaan. Ik hoop dat dit op termijn voor verandering gaat zorgen. Nu met dit EU-rapport en onze KIS-onderzoeken blijven we aandacht vragen voor de positie van vrouwelijke migranten.’

Kijk voor meer informatie over het Europees Migratienetwerk op www.emnnetherlands.nl.

Meer informatie?Neem contact op met:

Marjan de Gruijter

icon_chevron Stuur een e-mail
icon_chevron 030-2303260
Afbeelding