Bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond moeten beter beschermd worden tegen het coronavirus en de gevolgen daarvan. Dat schrijven onderzoekers van Amsterdam UMC, GGD Amsterdam en het landelijk expertisecentrum Pharos in hun onderzoek ‘Covid-19 en etniciteit’ dat onlangs werd gepubliceerd. Ze pleiten voor extra inspanningen, aangezien eerdere maatregelen niet konden voorkomen dat corona deze groepen zwaarder heeft getroffen dan mensen van Nederlandse komaf.

Daarnaast moet er volgens de onderzoekers meer aandacht zijn voor het vergroten van vaccinatiebereidheid onder migrantengroepen, nu én na de pandemie, mocht het inenten tegen het virus dat Covid-19 veroorzaakt een jaarlijks fenomeen worden. De vaccinatiebereidheid lijkt bij deze groepen namelijk een stuk lager te liggen dan bij mensen van Nederlandse afkomst. Waar bij Nederlanders de lage vaccinatiebereidheid 10 procent is, is dat bij mensen met een Surinaamse, Ghanese en Turkse afkomst 20 procent en bij de Marokkaanse groep zelfs 30 procent.

Eerste én tweede corona-golf

Zowel in de eerste als in de tweede coronagolf zijn mensen met een migratieachtergrond in Nederland ‘onevenredig zwaar getroffen’ door het coronavirus. Tijdens de eerste golf was hun kans op overlijden bijna 1,5 keer hoger dan voor mensen van Nederlandse afkomst. Ook werden ze 2 tot 3 keer vaker opgenomen in het ziekenhuis, blijkt uit het onderzoek. De kans op een infectie, was volgens eerder gepubliceerde cijfers uit het onderzoek, in het begin van de pandemie nog grotendeels gelijk. Maar nam later onder migrantengroepen veel sterker toe, dan in de bevolking van Nederlandse afkomst. Zo blijkt dat tijdens de tweede golf mensen uit migrantengroepen 2 tot 4 keer meer kans hadden om een corona-infectie te hebben doorgemaakt.

De pandemie legt bestaande ongelijkheid in de samenleving bloot

De onderzoekers stellen dat er veel verschillende verklaringen zijn voor de zwaardere ‘ziektelast’. Een ernstiger beloop van de ziekte kan bijvoorbeeld verband houden met aandoeningen als ernstig overgewicht en suikerziekte, die in deze groepen gemiddeld meer voorkomen, vooral bij Turken en Surinaamse Hindoestanen. Maar ook een minder adequaat gebruik van de gezondheidszorg – bijvoorbeeld (te) lang wachten met naar de huisarts gaan – kan een rol spelen. Ook andere factoren waardoor mensen kwetsbaarder zijn voor infecties of een ernstiger ziektebeeld spelen een rol. Zoals het niet thuis kunnen werken, klein wonen met meer mensen, maar ook culturele aspecten of een beperkt begrip van de maatregelen of de Nederlandse taal, aldus de onderzoekers.

Hoogleraar Karien Stronks (sociale geneeskunde) van Amsterdam UMC: ‘Deze resultaten bevestigen wat we al langer weten over gezondheidsverschillen tussen mensen met een migratieachtergrond en mensen van Nederlandse afkomst. De pandemie legt daar een vergrootglas op. Het legt bestaande ongelijkheid in de samenleving bloot.’

Elke groep heeft een specifieke aanpak nodig en het betrekken van die groepen bij het ontwikkelen van oplossingen is cruciaal

Oplossingen

De onderzoekers noemen een aantal ‘oplossingsrichtingen’ om de verschillen in ziektelast tussen bevolkingsgroepen te verkleinen of te voorkomen, voor de huidige (of een toekomstige) pandemie. Oplossingen zouden volgens de onderzoekers kunnen zijn, die voor een deel ook al worden toegepast: laagdrempelig aanbieden van tests, het inzetten van ‘community leaders’ of sleutelfiguren en investeren in begrijpelijke uitleg en voorlichting, maar ook het verbeteren van de algehele gezondheid, bijvoorbeeld door overgewicht te voorkomen. Ook is er volgens de onderzoekers ‘een groter bewustzijn’ nodig van bestaande verschillen, maar tegelijkertijd ook meer onderzoek naar de achterliggende factoren en oorzaken. Daarbij onderstrepen de onderzoekers dat elke groep een specifieke aanpak nodig heeft en dat het betrekken van die groepen bij het ontwikkelen van oplossingen cruciaal is.

Oorzaken hogere corona-cijfers

De onderzoekers hebben de oorzaken van de hogere corona-cijfers samengevat in acht punten. Hieronder de bevindingen uit het onderzoek.

1. Werk

‘Werkzaam zijn in beroepen waarbij thuiswerken en het houden van 1,5 meter afstand niet (altijd) mogelijk zijn. Voorbeelden zijn beroepen in de schoonmaak en de zorg, op kleine werkplaatsen en kleine winkels. Zowel het werk als het woon-werkverkeer per openbaar vervoer vergroten de kans op infectie.’

2. Wonen

‘Veel mensen in een klein huis. Dit maakt het bijvoorbeeld minder goed mogelijk afstand te houden als een huisgenoot besmet is. Het feit dat veel infecties in de thuissituatie plaatsvinden, werd in het onderzoek bevestigd.’

3. Het ervaren van klachten

‘Deelnemers van Ghanese herkomst in het onderzoek gaven vaker dan andere groepen aan dat ze dachten dat ze geen infectie hadden doorgemaakt, omdat ze geen symptomen hadden ervaren. Terwijl in deze groep het percentage mensen dat een infectie had doorgemaakt, juist het hoogst bleek. Mogelijk heeft dit te maken met verschillen tussen bevolkingsgroepen in de manier waarop ze klachten ervaren, of waarop de infectie verloopt. Geen klachten ervaren, maakt het lastig om de maatregelen bij klachten – zoals testen en thuis blijven – op te volgen. Het niet zien of ervaren van klachten bij anderen, kan er bovendien toe leiden dat de ernst van corona onderschat wordt en ook preventieve maatregelen – zoals 1,5 meter afstand houden – minder worden nageleefd.’

4. Beheersing van de Nederlandse taal

‘Hoewel materialen zijn vertaald door organisaties als Pharos, kan een minder goede beheersing van de Nederlandse taal een barrière zijn voor het naleven van een aantal maatregelen, zoals het testen bij klachten.’

5. Religie

‘Het bezoeken van religieuze bijeenkomsten, waar ook veel sociale contacten plaatshebben, vergroot de kans op infectie.’

6. Cultuur

‘In sommige culturen is het naleven van maatregelen lastiger dan in andere, bijvoorbeeld wanneer fysiek contact en sociale samenkomsten een belangrijk onderdeel zijn van de cultuur. Er zijn zorgen of het naleven van maatregelen, zoals geen handen schudden of het beperken van bezoeken in andermans huis, in die context wel geaccepteerd wordt.’

7. Taboe en stigmatisering

‘In sommige bevolkingsgroepen heerst een taboe op het kenbaar maken dat je een infectie hebt, zoals bij Ghanezen. Dit kan bijvoorbeeld de bereidheid tot testen verminderen, waardoor het risico op besmetting van anderen toeneemt. Daarbij speelt ook een gevoel van stigmatisering van de eigen bevolkingsgroep, of de angst daarvoor, een rol.’

8. Gebrekkig begrip werking maatregelen

‘Hoewel er geen aanwijzingen waren in het onderzoek dat de kennis van preventieve maatregelen in migrantengroepen veel minder is dan gemiddeld, blijkt er wel sprake van een gebrek aan begrip van het precieze doel en de werking van deze maatregelen. Dat kan de uiteindelijke naleving van de voorschriften moeilijker maken. Ook een minder goede beheersing van het Nederlands kan daarbij uiteraard een rol spelen.’

Verschillen tussen bevolkingsgroepen

Niet alle bevolkingsgroepen met een migratieachtergrond zijn hetzelfde rondom corona. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat er verschillen zijn in doorgemaakte infecties, ziekenhuisopnames of sterfte, schrijven de onderzoekers. Ook de uiteenlopende factoren die hiermee samenhangen, maken aannemelijk dat de ziektelast of het kunnen naleven van maatregelen, per groep verschilt. Zo is een minder goede beheersing van de Nederlandse taal in sommige groepen wel aan de orde, maar in andere helemaal niet. Ook verschilt de mate waarin de infectie als een taboe wordt ervaren per groep, en zijn er grote verschillen in de beroepen waarin men werkzaam is. Ghanezen ervaren corona volgens hoogleraar Karien Stronks als een taboe. ‘Daar willen velen niet graag aan anderen kenbaar maken dat ze het virus hebben opgelopen’, zegt ze. ‘Bij sommige beroepen is er sprake van meer besmettingen, omdat daar maatregelen zoals 1,5 meter afstand houden niet kunnen worden opgevolgd’, vertelt de hoogleraar sociale geneeskunde van het Amsterdam UMC. De acties die nodig zijn om te voorkomen dat mensen met een migratieachtergrond zo zwaar worden getroffen, moeten dan ook worden afgestemd op de specifieke bevolkingsgroep.

Het onderzoek

Het onderzoek ‘Covid-19 en etniciteit’ is gebaseerd op de HELIUS-studie (een lopend gezondheidsonderzoek naar Amsterdammers met verschillende achtergronden), groepsinterviews en registraties van sterfte en ziekenhuisopnames. Er is gekeken naar het voorkomen van infecties, ziekenhuisopnames en sterfte als gevolg van corona onder Amsterdammers met een Turkse, Marokkaanse, Ghanese en Surinaamse (Surinaams-Creoolse én Surinaams-Hindoestaanse) migratieachtergrond, diverse kleinere migrantengroepen en Amsterdammers van Nederlandse afkomst. Ook zijn de mate van naleving van de preventiemaatregelen en de test- en vaccinatiebereidheid in het onderzoek meegenomen. Het onderzoek ‘Covid-19 en etniciteit’ is door ZonMw gefinancierd.

Download het onderzoek (pdf, 4 MB)

 

Foto: ANP

Jouw bijdrage

5 + 11 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.