Medio 2021 gaat de nieuwe wet inburgering in. Jaco Dagevos, onderzoeker naar integratie van migrantengroepen bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), vertelt wat er verandert: ‘Het nieuwe inburgeringsbeleid doet meer recht aan de verscheidenheid onder statushouders.’

De verschillen tussen het oude en nieuwe inburgeringsstelsel zijn groot, stelt Dagevos. ‘Sinds 2013 is het inburgeringsbeleid erg gericht op zelfredzaamheid: de inburgeraar moet zelf een taalschool kiezen en zo nodig een lening aanvragen. Vanaf volgend jaar heeft de gemeente weer de rol om de nieuwkomer te begeleiden in het traject om het inburgeringsexamen te halen.’

Een ander belangrijk verschil is dat er drie mogelijke trajecten komen. Het ene is gericht op onderwijs, de ander meer op arbeid. En voor mensen voor wie de stap naar de arbeidsmarkt te groot is, wordt gekeken naar andere vormen van participatie. ‘De verschillende routes zijn een goed idee’, vindt Dagevos. ‘Zo kun je veel gerichter taaltrainingen aanbieden. Het doet recht aan de grote verscheidenheid binnen de groep statushouders: van analfabeten tot mensen die hoog zijn opgeleid. Ook de aspiraties en wensen van mensen lopen enorm uiteen.’

Uit onderzoek van het SCP blijkt dat veel statushouders behoefte hebben aan meer praktijkgericht taalonderwijs. ‘Gerelateerd aan het werk dat ze willen gaan doen, willen ze de taal leren. Veel werkgevers en maatschappelijke instanties willen wel een werkplaats aanbieden en meedenken over hoe een statushouder de taal leert, maar hebben daarbij hulp nodig. Partijen en geld bij elkaar brengen, dat kunnen gemeenten bij uitstek.’

Kostbare tijd

Dagevos werkte mee aan het rapport ‘Geen tijd te verliezen: van opvang naar integratie van asielmigranten’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), dat overheden vijf jaar geleden al adviseerde om gelijktijdig te werken aan huisvesting, taalverwerving, opleiding en werk. ‘Om zo min mogelijk kostbare tijd te verliezen’, aldus de onderzoeker. ‘We hebben gekeken naar vluchtelingen die in de jaren negentig naar Nederland waren gekomen. Met hun positie was het slecht gesteld doordat er in de opvang weinig gebeurde. Pas als ze een status hadden, konden ze achtereenvolgens aan de slag met taal, opleiding en werk, waardoor het allemaal heel veel tijd kostte.’

Op papier ziet het er heel goed uit, maar het gaat om de uitvoering

‘Onze oproep was: ga activiteiten, zoals het leren van de taal en het opdoen van werkervaring, combineren.’ Wat betreft Dagevos kan daarmee al in asielzoekerscentra worden begonnen. ‘De wachttijden zijn de afgelopen twee jaar snel opgelopen. Benut deze. Organiseer activiteiten, zodat vluchtelingen de taal kunnen leren, vrijwilligerswerk doen, sociale contacten opdoen. Zorg ervoor dat mensen een zinvolle wachttijd hebben, ook voor hun mentale gezondheid. We hebben vorig jaar de relatie tussen activiteiten in de opvang en participatie nu onderzocht: die is vrij sterk. Investeer vroeg, dat betaalt zich later uit.’  

Het nieuwe inburgeringsbeleid sluit aan bij de roep om duale trajecten. Dagevos heeft er hoge verwachtingen van, maar houdt een slag om de arm. ‘Op papier ziet het er heel goed uit, maar het gaat om de uitvoering. Daar moeten we de komende vijf jaar op inzetten. Het is belangrijk dat gemeenten daarbij van elkaar leren en problemen, waartegen we zullen aanlopen, zo goed en snel mogelijk oplossen.’

Toch de podcast beluisteren? Ga naar de podcastpagina.

 

 

 

Jouw bijdrage

5 + 8 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.