‘Is stapelen in het onderwijs een onnodige omweg?’ Dat is de hamvraag tijdens het debat in De Balie in Amsterdam op 9 september 2020, georganiseerd naar aanleiding van een onderzoek van KIS.

‘Van de hoogopgeleide jongeren met een migratieachtergrond heeft een groot deel dat niveau bereikt door diploma’s te stapelen, vaker dan hoogopgeleiden zonder migratieachtergrond’, vertelt onderzoeker Suzan de Winter-Koçak. Ze nam een enquête af onder ruim tweeduizend studenten en sprak uitgebreid met elf stapelaars. ‘We hebben ze gevraagd hoe ze hun onderwijscarrière hebben ervaren. De overgrote meerderheid bleek tevreden over de afgelegde route. Ze zijn er trots op dat ze het hbo of wo hebben gehaald ondanks dat ze veel lager ingestroomd zijn. Maar veel van hen vertelden ook dat ze zich vaak niet gezien en gesteund hebben gevoeld door onderwijsprofessionals. Dat docenten op de basisschool een beeld van hen vormden op basis van hun etnische en sociaaleconomische achtergrond en dat lieten meewegen in het schooladvies, dat vaak lager uitviel dan hun Cito-score.’

Kijk het debat terug

Traumatische ervaring

‘Ik kreeg het advies vmbo basis/kader’, vertelt Recep, die heeft meegewerkt aan het onderzoek. ‘Dat is veel te laag geweest.’ Inmiddels volgt hij gelijktijdig twee voltijd-studies: een hbo-opleiding pedagogiek én religieuze wetenschappen aan de universiteit. ‘Op de basisschool was ik vrij onzeker. Ik kwam niet zo goed uit mijn woorden, stak bij een vraag niet als eerste mijn hand op. Dat had ook wel te maken met een taalachterstand. Mijn ouders zijn niet hoog opgeleid, mijn moeder spreekt niet goed Nederlands. Ik denk dat dat heeft meegespeeld in het schooladvies. Ik kreeg te horen dat ik nooit hoger onderwijs zou halen, dat ik beter schilder of stukadoor kon worden. Dat was een traumatische ervaring.’

Zonder het netwerk van Nederlandse families die mijn ouders hebben uitgelegd hoe het schoolsysteem werkt, had ik hier niet gezeten

Cathy overkwam iets vergelijkbaars. ‘Ik scoorde op de Cito-toets net voldoende om vmbo theoretische leerweg of havo te kunnen doen, maar de leerkracht gaf als advies vmbo kader. Mijn ouders hebben zich daar flink tegen verzet. Dat zij vluchtelingen waren en de middelbare school niet hadden afgemaakt, heeft volgens mij flinke invloed gehad op mijn schooladvies. De juf zei: “Wat is het probleem? We hebben ook stratenmakers en kappers nodig.” Dat is zeker waar, maar dat was niet voor mij weggelegd. Ik heb uiteindelijk vmbo, havo, hbo en een wetenschappelijke opleiding gedaan. Maar zonder het netwerk van Nederlandse families die mijn ouders hebben uitgelegd hoe het schoolsysteem werkt, had ik hier niet gezeten.’

Panelgesprek

Onderwijsinspecteur Inge de Wolf omschrijft de stapelaars als ‘bergbeklimmers’: ‘Dit zijn degenen die de top hebben bereikt. Er zijn er ook die stranden onderweg.’ Hoe dat te voorkomen en gelijke kansen te bevorderen, daarover wisselt ze tijdens een panelgesprek van gedachten met onder meer Paul van Meenen, onderwijswoordvoerder van D66. Hij noemt de verhalen van de stapelaars ‘een grote aanklacht tegen het schoolsysteem zoals we dat kennen’ en pleit voor een ‘maatwerkdiploma’.

‘In het huidige stelsel stapel je al je vakken van het ene naar het andere niveau’, aldus Van Meenen. ‘Maar waarom word je geacht alles op hetzelfde niveau te doen als je bijvoorbeeld beter bent in rekenen dan in taal? Stop met selecteren op basis van wat leerlingen niet kunnen en ga kijken naar hun talenten. Laten we kinderen veel meer met geduld benaderen, in plaats van ze zo snel mogelijk in een hokje te stoppen. Want probeer er dan nog maar eens uit te komen...’

Elders selecteren ze later en op slechts twee of drie niveaus; dan haal je de oorzaken van het stapelen weg

Inge de Wolf is het met hem eens dat je kinderen niet al op elfjarige leeftijd kunt indelen in zes of zeven niveaus. ‘Dat is de kern van het probleem’, stelt de onderwijsdeskundige. ‘Er is geen ander land ter wereld waar dit gebeurt. Elders selecteren ze later en op slechts twee of drie niveaus. Dan haal je de oorzaken van het stapelen weg.’
 
Maryse Knook brengt dit inzicht in de praktijk als schooldirecteur op de Openscholengemeenschap Bijlmer in Amsterdam. ‘Wij stellen de selectie uit. Dat betekent dat we de eerste twee jaar alle niveaus, van vmbo-basis tot vwo, samen in de klas hebben. En dat gun ik alle kinderen. Het is fijn om meer tijd te hebben om te kijken welk niveau echt bij je past. Vooral als er een achterstand is doordat thuis minder Nederlands wordt gesproken. Want heel veel toetsen zijn talig. Als je goed bent in wiskunde maar minder in taal, dan scoor je ook slecht op wiskundetoetsen omdat het allemaal talige vragen zijn.’

Betere ondersteuning

Monaïm Benrida, programmamanager Gelijke Kansen van het Ministerie van OCW, plaatst de kanttekening dat hij het moet doen met het huidige onderwijssysteem. ‘Vier jaar geleden signaleerde de onderwijsinspectie een groeiende kloof tussen kinderen van laagopgeleide en hoogopgeleide ouders. Ik ben gaan kijken wat we daartegen kunnen doen.’ Volgens Benrida moet de oplossing gezocht worden in een betere ondersteuning van leerlingen door een gezamenlijke aanpak, op lokaal niveau: ‘De verbinding tussen school, thuis en omgeving is cruciaal.’

Iemand moet de potentie zien

Uit de verhalen van de stapelaars blijkt dat ze zo ver zijn gekomen doordat er iemand was die in hen geloofde. Vaak waren dit hun ouders. ‘Iemand moet de potentie zien’, aldus onderwijsinspecteur Inge de Wolf. ‘Het zou handig zijn als de leraar die rol heeft.’ Maryse Knook stelt dat de leraren op haar school zeer gemotiveerd zijn: ‘Ik denk dat elke docent leerlingen wil helpen hun droom waar te maken, daarom ga je het onderwijs in.’ Toch heeft De Wolf onderadvisering de afgelopen tien jaar zien toenemen.

Uit de zaal komt de vraag wat er dan gedaan moet worden om verandering te realiseren. ‘De leraar moet de gelegenheid krijgen zijn goede bedoelingen waar te maken’, antwoordt Paul van Meenen (D66). Hij krijgt daarin bijval van de andere panelleden. ‘Ontstellend veel leerlingen komen bij ons hoger terecht dan wat het advies was’, aldus schooldirecteur Knook. ‘Dat koppelen wij terug aan de basisschool, zodat we er samen van leren.’

Onnodige omweg

‘We hadden verwacht dat stapelaars bij werkgevers minder in trek zouden zijn, omdat ze niet de reguliere route hebben doorlopen. Maar werkgevers zien het juist als plus, merken stapelaars, dat ze veel verschillende ervaringen hebben opgedaan en hebben doorgezet’, vertelt Suzan de Winter-Koçak, vooruitlopend op haar onderzoeksrapport dat binnenkort verschijnt. Hun omweg heeft ze dus ook veel gebracht? ‘Ik heb een vechtersmentaliteit’, reageert Cathy. ‘Maar daaronder ligt angst en verdriet, dat had niet gehoeven.’

Tekst: Hester Heite

 

Thema: 

Jouw bijdrage

16 + 2 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.