We hadden dus weer die derde dinsdag van september. Ook nu dreigde het lekken van de miljoenennota weer even het belangrijkste nieuws te worden. Frits Wester – die man die zijn overhemd een knoop te veel heeft openstaan – nam het nog even over van de minister-president. Maar het viel mee, er was wel degelijk een serieus onderwerp om over te debatteren. De vluchtelingen. Het had maar zijdelings met de miljoenennota te maken maar het vraagstuk was groot genoeg om de algemene beschouwingen te domineren.

Bij dat soort debatten zie je de enorme discrepantie tussen de grootte van problemen en de reikwijdte van de politiek. Het vraagstuk gaat ver over de mogelijkheden van het Nederlandse parlement heen. Maar er moet vanzelfsprekend wel over gesproken worden: internationale politiek behoeft nationale besluitvorming. Voor iedereen is duidelijk dat wie zegt dat hij of zij weet hoe het moet, die liegt. En toch gebeurt dat, omdat een politicus nu eenmaal geacht wordt ‘op te lossen’.

Laten we leren van destijds en nu alvast nadenken hoe we omgaan met de nieuwe bewoners in onze gemeenten. De toestroom is een internationale kwestie, maar het verblijf kunnen, of liever gezegd, móeten we zelf doen.

Ik herinner me Wim Kok die eind jaren negentig over het groeiende criminaliteitsprobleem zei dat hij geen oplossing wist: ‘Als u het weet, mag u het zeggen.’ Het kwam hem op een stortvloed aan kritiek te staan terwijl Twitter nog moest worden uitgevonden. Geen verhaal hebben is dus geen optie. Bij de vluchtelingen staat de vraag centraal hoe Europa aan de voorkant van het probleem kan komen, waardoor sturing mogelijk is. De troonrede gaf wel een opsomming, maar liet er nog niet het begin van zien.

Op een gegeven moment houdt de toestroom van vluchtelingen gewoon weer op, net zoals dat in de jaren negentig het geval was. Een pakket van halve en hele maatregelen leidt ertoe dat er weer wat rust komt ‘op het dossier’. Maar laten we wel leren van destijds en nu alvast nadenken hoe we omgaan met de nieuwe bewoners in onze gemeenten. Willen we tijdelijk verblijf, zetten we in op scholing en arbeid, waaruit bestaat de inburgering? De toestroom is een internationale kwestie, maar het verblijf kunnen, of liever gezegd, móeten we zelf doen.

Intussen heb ik bijna heimwee naar de troonrede van 2013. Het was de eerste van Willem-Alexander. Hij was misschien nog wat euforisch van de kroning, hij repte in ieder geval van ‘de participatiesamenleving’. Hij mocht nu ook echt meedoen, Rutte fluisterde het hem zelf in. Het begrip leidde tot heel wat hoongelach maar werd toch een soort semantisch icoon. Er klonk in ieder geval een visie in door over een reële ontwikkeling, de decentralisatie en de versterking van de informele structuren in de netwerksamenleving.

Wat voor begrip zouden we nu kunnen plakken op zoiets als het vluchtelingenvraagstuk? Is de participatiemaatschappij eigenlijk niet nog steeds het goede begrip? Hoe we de toestroom beheersbaar krijgen, is een urgent vraagstuk. Maar het vervolg is minstens zo belangrijk. Laten we niet opnieuw de fout maken dat vluchtelingen ziek worden van het niets doen. En wie weet hoe nuttig zij voor de Nederlandse samenleving kunnen zijn. Als ze eenmaal binnen zijn, dan moeten ze er ook mogen zijn. Vluchtelingenparticipatie dus.

Jouw bijdrage

5 + 10 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.