Columnist en schrijver Erdal Balci reflecteert in deze bijdrage op wat volgens hem een aantal van de diepgewortelde oorzaken van kansenongelijkheid in Nederland zijn.

Het beleid rond het diversiteitsvraagstuk en het hele debat dat daarover wordt gevoerd, heeft in Nederland plaats met een ‘keurige’ afstand tot de kern van de problematiek. Het povere aandeel van Nederlanders met een niet-westerse achtergrond in de media, de kunst, de film, de wetenschap komt deels door hardnekkige culturele tradities van die instanties. Maar het feit dat een halve eeuw na de eerste moslimmigranten ook de derde en de vierde generatie met een migratieachtergrond er niet in slaagt goed vertegenwoordigd te worden in de ‘bloedvaten’ van Nederland, heeft andere sociaal-culturele oorzaken die diepgeworteld zijn: die niet-westerse gemeenschappen zelf. Niet de witte krantenredacties zijn het handelsmerk van racisme in Nederland, maar het goed bedoelde verhullen van de symptomen van de Derde Wereld in onze eigen steden.   

Hoogverraad

Het dilemma van wel of niet verwesteren, bonkt al een paar eeuwen op de poort van staat en individu in de niet-westerse wereld. Sinds de komst van grote groeperingen migranten uit voornamelijk islamitische landen is het vraagstuk ook een Nederlandse aangelegenheid. Terwijl de voordelen van het moderne, seculiere leven in de hele wereld lonken voor de nieuwe generatie moslims, voelt het ‘verloochenen’ van traditie, geloof en cultuur van de voorouders voor velen aan als hoogverraad. Dus worden op grote schaal persoonlijke en maatschappelijke offers gebracht. Niet alleen in ontwikkelingslanden ver van hier, maar ook bij ons in Nederland. 

 

De Turkse schrijver Orhan Pamuk, winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur in 2006, brengt in het boek Ik heet Karmozijn een boom tot spreken. Eigenlijk is het ook geen echte boom, maar een in een Oosterse miniatuur getekende afbeelding van een boom, zo ongeveer aan het einde van de zestiende eeuw. 

De boom lucht zijn hart en we komen erachter dat zijn grootste zorg is dat hij in handen belandt van een Westerse meester-schilder. Want, de slecht getekende boom weet hoe ver de schilderkunst is ontwikkeld, zo’n schilder zou de boom zo levendig en echt kunnen tekenen dat honden tegen hem aan zouden kunnen plassen. Dat niet alleen, stel je voor dat hij er zo echt komt uit te zien dat hij maar een willekeurige boom wordt in een onverschillige wereld. De boom vreest dat hij in handen van de Westerling de hele betekenis van het bestaan verliest. De boom van Pamuk is dan ook een prachtige metafoor voor de angst in de niet-westerse wereld, waar men met jaloezie naar de voorsprong van kennis, wetenschap en kunst in het Westen kijkt en als reactie op dat op de deur bonkende Westen maar nog een slot op de deur zet.  

Ontsnappen

Maar, valt er eigenlijk wel te ontsnappen aan de waarden van de moderniteit die zich dankzij de invloed van het internet jaar in jaar uit verspreiden over de hele wereld? Die moderniteit houdt in: emancipatie van vrouwen, beschermen en stimuleren van ieder individu dat zich wil ontwikkelen zonder de beperkingen van familie en gemeenschap aan den lijve te ondervinden, een seculier klimaat waarin de mensen desgewenst alle last van religieuze dogma’s van hun schouders kunnen gooien, een maatschappelijke sfeer waarin alleen het vrije woord heilig is en niet de sociaal culturele codes van ouders en voorouders.

De kritische blik op traditie, religie, de structuren van de feodaliteit, die op het platteland nog springlevend zijn, is in de Turkse steden veel meer ontwikkeld dan in de achterstandswijken in Nederland

Paradoxaal genoeg is ontsnappen aan die moderniteit in Nederland een stuk makkelijker dan in het land van Pamuk, om maar een voorbeeld te noemen. Dankzij het onderwijsbeleid van seculiere leiders tot begin jaren 2000 heeft een aanzienlijk deel van de Turkse bevolking als het ware een zachte landing in de moderne, Westerse wereld gemaakt. De kritische blik op traditie, religie, de structuren van de feodaliteit, die op het platteland nog springlevend zijn, is in de Turkse steden veel meer ontwikkeld dan in de achterstandswijken in Nederland. Een hoogopgeleide Turkse jongere uit Istanbul kan, als hij of zij het Nederlands heeft geleerd, zo aanhaken bij de bovengenoemde Nederlandse instanties, een moslimjongere uit de Kanaleneiland met een Vwo-opleiding vaak niet. De Turkse Nederlander is namelijk diep verankerd in de sekte, het nationalisme, het geloof van het land van de ouders waar totaal andere culturele codes van kracht zijn dan op de Nederlandse instituten. 

Geen eerlijk debat

Zo raakt Nederland als land verstoken van de potentie van een miljoen bewoners met een islamitische achtergrond. Erger is echter dat doordat geen eerlijk debat wordt gevoerd over dit thema een miljoen medelanders in een land als Nederland niet de kans krijgen om de grenzen van hun talenten op te zoeken. Nogmaals, de grootste vorm van discriminatie in Nederland is dat de maatschappij uit zogenaamde respect voor andere culturen het individu met wortels in de niet-westerse wereld in alle onverschilligheid als het water van een kapotte kraan laat wegvloeien. Waar de eigen ‘witte’ kinderen door westerse meester-schilders net zo fraai worden getekend als levensechte bomen in de natuur worden de andere tienduizenden jongeren veroordeeld tot het doek van de onderontwikkelde miniatuurkunst uit het Oosten. 

Het is dan ook tijd dat we ons buigen over de vraag hoe we de potentie in die achterstandswijken boven water kunnen krijgen. Ik weet dat het veel moeilijker is om dat vraagstuk op die ‘eerlijke’ wijze te behandelen. De houding van naar de schoolresultaten kijken, daarna bij de pakken neerzitten en vervolgens met de beschuldigende wijsvinger naar de instituten wijzen is er dan niet meer bij. Eerlijkheid is moeilijk, maar het eindresultaat is wel een boom op het doek waaraan alle vruchten van deze wereld hangen. 

Erdal Balci is freelance journalist en schrijver. Hij is een van de vaste columnisten van de Volkskrant. In 2015 verscheen bij Uitgeverij van Gennep zijn laatste roman Simonehh en mijn tweelingbroer. Balci werkt momenteel aan zijn volgende boek dat in het voorjaar van 2020 verschijnt.

2 bijdragen van onze lezers

Deel ook jouw kennis, ervaring of mening
Erdal Balci, wat prachtig en treffend verwoord, dank.
Beste Erdal Balci, Een zeer mooie metafoor van Pamuk. Maar ik vraag me toch echt af in hoeverre u de jongeren met een migratieachtergrond uit bijvoorbeeld Kanaleneiland ECHT kent. Of uit elke andere wijk waarin superdiversiteit vanzelfsprekend is, maar door systemen en instituten als een exotisch en onhandelbaar ding wordt beschouwd. In uw stuk maakt u zich schuldig aan het individualiseren van structurele, onzichtbare (en soms onbedoelde) uitsluitingsmechanismen. Het feit dat u überhaupt schrijft over westerse en niet-westerse culturele codes die totaal van elkaar verschillen (welke zijn dat dan precies?), geeft aan dat ook u het ouderwetse 'integratie 1.0' denken heeft geïnternaliseerd. Waar beginnen de westerse codes en waar de niet-westerse? En laten we aannemen dat die zo zwart-wit bestaan; wat zouden je zogenaamde afwijkende 'culturele codes' uit moeten maken voor je school, je werk en je huis? Nederland is toch het land van de gelijke kansen en sociale mobiliteit? Nederland is toch het land van gelijke monniken, gelijke kappen? De jongeren waar u over spreekt, willen precies hetzelfde als ALLE jongeren in Nederland. Plezier hebben op school, erkenning van hun authentieke zelf, waardering voor hun inbreng, een fair inkomen en een beetje aardige docenten die verder kijken dan hun merkkleding, straattaal en temperament. Docenten die de lat HOOG leggen en die de jongeren stimuleren om niet voor een slechts een 'papiertje' te gaan, maar alles eruit te halen wat er in zit. Hun horizon verbreden en ze leren omgaan met minority-stress (google it, u heeft er geheid ook ooit last van gehad of wellicht nog steeds?). Ik kan u vertellen, heer Balci, dat is momenteel in onderwijsland niet het geval. Jongeren met een migratieachtergrond belanden in een neerwaartse spiraal door een complex geheel aan factoren wat moeilijk toe te wijzen is tot één persoon, maar waar we wel als samenleving in het geheel verantwoordelijk voor zijn. Want u kunt deze jongeren niet zien als een product van hun ouders of het geboorteland van hun ouders (in sommige gevallen zelfs van hun grootouders. Het is immers 2019..........). De jongeren waar u over schrijft zijn hier in Nederland gesocialiseerd en ze zijn producten van Nederland en haar beleid. De beeldvorming die er over hen bestaat, hebben we met z'n allen gecreëerd. Hetzij door actief dit beeld te bevestigen, hetzij door niet genoeg inspiratie, tools en liefde te geven om ze te gunnen wat we allemaal willen in het leven. Ik houd heel Nederland verantwoordelijk voor wat er gebeurd met deze jongeren, want het zijn Nederlanders (geen tata's, though) MET een migratieachtergrond. En ze kunnen andere opvattingen hebben, of scherper uit de hoek komen. Maar ze zijn hier gevormd. Het zijn onze kinderen. Geen exotische wezens die hier onze levens willen verstoren. Een eerlijk debat begint bij een eerlijk gesprek met deze jongeren zelf. Zo vroeg mogelijk en zo vaak mogelijk. Vraag eens waar ze over dromen. Of lees wat stukken uit het werk van Pamuk aan ze voor. Ik durf te wedden dat daar prachtige dingen uit voort kunnen komen. Dingen die niet stroken met de heersende beeldvorming, helaas.

Jouw bijdrage

1 + 2 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.