Op 13 juli verscheen het rapport Schoolverlaters tussen onderwijs en arbeidsmarkt 2014 van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. Het rapport schetst een jaarlijks beeld van de aansluiting tussen onderwijs (mbo en hbo) en arbeidsmarkt. Voer voor onderwijs- en arbeidsmarktspecialisten.

In het onderdeel transitie onderwijs naar arbeidsmarkt staan de onderzoekers stil bij de rol die het vervullen van een stage speelt bij het vinden van een baan. Die stageplaats blijkt er toe te doen. Meer dan de helft van de gediplomeerde mbo’ers is aan de slag binnen het bedrijf waar ze eerder werkervaring hebben opgedaan. Een stageplaats biedt niet alleen de kans om werkervaring op te doen maar ook om je in de kijker te spelen bij een potentiële werkgever, zo stellen de onderzoekers. Reden voor tevredenheid, zou je zeggen. Het aanbieden van een stage in het kader van een opleiding, verkleint de afstand tussen opleiding en arbeidsmarkt.

Niet-westerse jongeren blijken significant vaker, minimaal vier keer, te moeten solliciteren voor ze een stageplaats bemachtigen

Maar is die afstand voor iedereen even groot? De onderzoekers vroegen zich namelijk af in hoeverre dit gegeven ook opgaat voor mbo-studenten met een migrantenachtergrond. De resultaten spreken voor zichzelf. Niet-westerse jongeren blijken significant vaker te moeten solliciteren, minimaal vier keer, voor ze een stageplaats bemachtigen dan autochtone jongeren. Het goede nieuws is wel dat als ze die stageplaats eenmaal hebben bemachtigd, ze na afronding van hun opleiding bijna net zo vaak een aanbod krijgen om te blijven werken.

Dit beeld stemt overeen met de Stagemonitor 2015 van StudentenBureau, een jaarlijkse peiling van de stagemarkt voor hbo- en wo-studenten. Daaruit blijkt dat ruim 50 procent van de allochtone studenten meer dan zes brieven moet schrijven om een stageplaats te bemachtigen, tegenover een kleine 40 procent van de autochtone studenten. Ook het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) bericht in haar rapport Ervaren discriminatie in Nederland over de moeite die scholieren en studenten met een migrantenachtergrond moeten doen om een stage te vinden. Eén op de drie Turks-Nederlandse studenten en één op de vier Marokkaanse-Nederlanders ervaren discriminatie bij het vinden van een stage, aldus het SCP.

Hier is dus minder reden voor tevredenheid. De afstand tussen opleiding en arbeidsmarkt lijkt zo voor deze studenten groter. Wat te doen? Als onderzoeker zeg ik dan, uitzoeken hoe het zit! Bij welke studenten en sectoren doet zich dit probleem voor? Wat zijn onderliggende oorzaken? Welke factoren spelen een rol? Met een dergelijk onderzoek zijn we binnen Kennisplatform Integratie & Samenleving dan ook gestart.

De student zal hiermee nog niet tevreden zijn want die vraagt zich af: hoe kom ik aan een stageplaats? Daarom willen we in het kader van het onderzoek ook rond de tafel met stagebegeleiders uit het mbo en werkbegeleiders van leerwerkbedrijven. Wat is hun beeld van de problematiek en wat speelt daarbij op de achtergrond? Is het inderdaad zo dat onbekend onbemind maakt? In hoeverre speelt koudwatervrees een rol? Moet de eerste kennismaking worden vergemakkelijkt? We gaan natuurlijk ook in gesprek met studenten uit verschillende sectoren van het mbo. Wat is volgens hen het probleem en hoe zouden zij geholpen zijn? Dit alles moet de basis leggen voor een handreiking voor stagebegeleiders binnen het mbo, waarmee zij de afstand tussen opleiding en arbeidsmarkt kunnen overbruggen.

Jouw bijdrage

8 + 4 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.