Dialoogbijeenkomsten kunnen vooroordelen en stereotyperingen verminderen. Dat concludeert Kennisplatform Integratie & Samenleving na onderzoek naar de effectiviteit van dialoogbijeenkomsten als methode om discriminatie tegen te gaan. Wel zijn er belangrijke randvoorwaarden. We delen zes tips uit het literatuuronderzoek.

1. Voorkom intergroup anxiety onder de gespreksdeelnemers
‘Intergroup anxiety’ verwijst naar gevoelens van angst of gespannenheid die ontstaan als iemand in contact komt met mensen die zichtbaar tot een andere groep behoren. Onbekende gewoontes en omgangsvormen van mensen van een andere groep, kunnen dan voor angst voor afwijzing zorgen. Het tegengaan van grote statusverschillen en competitie tussen groepen, het bevorderen van de samenwerking (zie tip 6) en het faciliteren van frequente ontmoetingen wordt aanbevolen om deze angst tegen te gaan.

2. Verbeter het zelfbeeld van de deelnemers voorafgaand de dialoog
Een positieve kijk op de outgroep (mensen van een andere groep) kan alleen ontstaan als de persoon in kwestie ook een positief zelfbeeld heeft. Het effect van de dialoog kan versterkt worden door het zelfbeeld te verbeteren voordat de dialoog start, bijvoorbeeld in een specifiek voortraject. 'Een extra drempel’, erkent onderzoeker Ikram Taouanza van Movisie desgevraagd. ‘Dat vergt de nodige voorbereiding. En je moet bovendien vooraf te weten hoe het met het zelfbeeld zit van de deelnemers.’

 

3. Werk tegelijk aan empathie en kennis
De combinatie van kennis en empathie levert meer op dan alleen kennisoverdracht. De onderzoekers bevelen daarom aan om zowel te werken aan het vergroten van kennis als het stimuleren van empathie. Wat betekent dit concreet? Taouanza: ‘Bij kennisoverdracht kan je bijvoorbeeld historische en culturele achtergronden laten zien. Aan empathie kun je werken door bijvoorbeeld onrechtvaardige situaties in beeld te brengen.’

4. Zorg voor ‘gradatieverschillen’ onder dialoogdeelnemers om ‘subtyping’ te voorkomen
Het fenomeen ‘subtyping’ treedt op wanneer iemand een individu uit een gestigmatiseerde groep die afwijkt van zijn stereotiepe beeld, als een ‘uitzondering’ behandelt. Je kunt subtyping voorkomen door ervoor te zorgen dat verschillende groepsleden uit de gestereotypeerde groep lichte afwijkingen vertonen met het stereotiepe beeld. Deze gradatieverschillen maakt subcategoriseren lastiger. En dat kan stereotypering doorbreken. Voor dialoogbijeenkomsten is het daarom verstandig om verschillende leden van een bepaalde outgroep bij de dialoog te betrekken, zodat de diversiteit binnen die groep duidelijk wordt. Belangrijk is dat deze mensen zich duidelijk benoemen als onderdeel van de minderheidsgroep en niet als uitzondering worden gezien.

5. Maak de positieve sociale norm voorafgaand en tijdens de dialoog expliciet
Indien de sociale context duidelijk de norm heeft dat discriminatie niet oké is, dan worden negatieve meningen sneller veroordeeld, zelfs door degenen die vooroordelen hebben. Het is daarom verstandig om de deelnemers tijdens een dialoogbijeenkomst te herinneren aan de positieve sociale norm (bijvoorbeeld: iedereen wordt gelijkwaardig behandeld). Ook het inzetten van peers of sleutelfiguren uit de groepen waar de deelnemers zich mee identificeren, wordt aanbevolen om de sociale norm te versterken. Zeker wanneer het van te voren niet bekend is dat de peers een positieve mening hebben, kan dit de positieve invloed vergroten op het moment dat zij hun mening uiten.

6. Laat de deelnemers met elkaar samenwerken
Het werken aan een gezamenlijke opdracht of aan gezamenlijke doelen zorgt voor persoonlijke interactie die bestaande verschillen kan overbruggen. Wanneer dialoogbijeenkomsten de deelnemers een opdracht meegeven waaruit een unanieme oplossing moet komen, dan kan dit de impact op vooroordelen/stereotypering vergroten. Daarbij moet het wel klikken tussen de deelnemers en moet er ruim de tijd zijn om aan elkaar te wennen.

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

5 + 0 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.