Hatespeech zijn haatdragende uitingen tegen mensen die (letterlijk) in de minderheid zijn, zoals mensen met een migratieachtergrond, vluchtelingen en LHBTI’s. KIS onderzocht of (en hoe) hatespeech kan worden tegengegaan door als slachtoffer het gesprek aan te gaan met de dader. Als je als slachtoffer je emoties deelt en laat zien aan de dader wat de hatespeech met jou doet, gaat de dader dan inzien dat hij/zij jou gekwetst heeft? En verandert de dader dan als gevolg daarvan, van gedrag? Talloze wetenschappelijke artikelen werden uitgezocht en een antwoord bleek verrassend.

Contact is zinvol

Hatespeech is te beschouwen als een vorm van discriminatie: een dader ziet het slachtoffer als ‘anders’ en behorende tot een groep, bijvoorbeeld moslims, vluchtelingen, of homoseksuelen. Wanneer een slachtoffer de eigen emoties deelt met de dader, dan is er dus sprake van zogenoemd ‘intergroup contact’: contact tussen mensen uit verschillende groepen. Het moet dan wel gaan om een goed en zeer persoonlijk contact: een contact waarbij empathie wordt vergroot en angst wordt verminderd. In dat geval worden vooroordelen verminderd ten aanzien van ‘de ander’. Als slachtoffer het contact opzoeken met de dader, is dus geen gek idee.

Juist geen secundaire emoties

Maar of emoties delen als slachtoffer met de dader van hatespeech in zo’n geval ook zinvol is, is niet onderzocht. Wel is bekend dat emoties delen in het algemeen, met iemand die jou ziet als ‘anders’, zinvol kan zijn. Maar het maakt wel uit welk type emoties je deelt. Er zijn primaire en secundaire emoties. Primaire emoties zijn emoties zoals woede, blijdschap en verdriet. Secundaire emoties zijn meer subtiele emoties, zoals teleurstelling, schaamte, schuldgevoel, wrok of spijt.

Tegenovergesteld aan wat je zou verwachten, lijkt het erop dat het alleen zinvol is om primaire emoties te uiten als slachtoffer

Het blijkt dat het niet werkt om secundaire emoties te uiten wanneer je wordt gezien als ‘anders’. Deze emoties worden namelijk in dat geval minder goed herkend. Sterker nog: ze roepen dan vaak negatieve reacties op. Dit in contrast met wanneer iemand die wordt gezien als behorende tot de ‘eigen’ groep, secundaire emoties uit; dan wordt je juist eerder geholpen. Bij het delen van primaire emoties treedt dit verschil niet op. Tegenovergesteld aan wat je zou verwachten, lijkt het erop dat het alleen zinvol is om primaire emoties te uiten als slachtoffer. Dat kan vooroordelen en dehumanisering (iemand zien als minder menselijk) verminderen en dat kan ook weer leiden tot een gedragsverandering. Het helpt mogelijk om hierbij duidelijk te zijn over wat je precies voelt en waarom, zodat de dader het makkelijker kan begrijpen. Wanneer emoties minder goed begrepen worden, wordt er namelijk ook minder goed op gereageerd.

De confrontatie aangaan werkt als de dader zich schuldig gaat voelen

Het gesprek aangaan met de dader zou ook kunnen werken omdat het ook een confrontatie is voor de dader; hij of zij wordt gewezen op de onwenselijkheid van de eigen opmerking. Dat zou zinvol kunnen zijn: verschillende studies laten zien dat dit ervoor kan zorgen dat iemand zich daarna minder discriminerend uitlaat, ook al is de dader geïrriteerd of boos op het slachtoffer. Een gevolg kan zijn dat daders zich schuldig gaan voelen na zo’n confrontatie; echter dat geldt vrijwel alleen voor de daders die het écht zelf erg vinden om vooroordelen te uiten.

Van het slachtoffer vraagt dit echter wel veel: de dader wordt negatiever over het slachtoffer. Maar opvallend is dat het slachtoffer desondanks vaak wel een verandering teweegbrengt bij de dader. Dus ook al wordt de dader boos op het slachtoffer, dat betekent niet dat de opmerking van het slachtoffer niets bereikt heeft. Als de dader zich ook echt schuldig gaat voelen, dan kan dit zelfs leiden tot een daadwerkelijk gedragsverandering bij de dader en is er zeker een kans dat hij of zij in de toekomst eerder afziet van hatespeech.

Zolang in de nabije omgeving van de dader hatespeech normaal wordt gevonden, is de kans op een positieve gedragsverandering klein

Ook verandering van omgeving nodig

Om de kans op gedragsverandering bij daders groter te maken is ook een verandering in de omgeving van de daders nodig. Zolang in de nabije omgeving van de dader hatespeech normaal wordt gevonden, is de kans op een positieve gedragsverandering klein. Mensen discrimineren namelijk vaak omdat ze denken dat dit ‘normaal’ is hun omgeving. Zo zei een dader van online hatespeech als verweer: ‘Maar iedereen doet het toch?’ Om hatespeech dus te verminderen, is behalve het veranderen van individuen ook een verandering nodig van de omgeving.

Meer tips?

Meer informatie en tips vind je in het onderzoeksrapport.

Naar het rapport

Jouw bijdrage

8 + 4 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.