Op 1 januari 2021 gaat de nieuwe wet inburgering van kracht. Dit houdt onder andere in dat gemeenten de regie krijgen over inburgering, in plaats van inburgeraars zelf. Hoe geef je dit als gemeente of maatschappelijke instelling in de praktijk vorm? Om deze vraag te beantwoorden organiseerde KIS op 20 september een kennisatelier met 46 deelnemers, waaronder gemeenten, regiocoördinatoren DIVOSA, taalaanbieders, VluchtelingenWerk, maatschappelijke instellingen en experts.

Ga naar het volledige verslag  

Aan kennistafels en in een paneldiscussie wisselen deelnemers ideeën uit over zes belangrijke thema’s binnen de veranderopgave inburgering. Per thema kwamen bruikbare tips naar boven. We zetten ze op een rij:

Jonge statushouders in de onderwijsroute

Momenteel lukt het veel jonge statushouders niet om het reguliere Nederlandse onderwijssysteem in te stromen en als het lukt, is dit vaak een opleiding onder hun niveau.

Tips:

  • Bied binnen het taalschakeltraject loopbaanoriëntatie en advies bij studiekeuze aan en begeleid statushouders intensief (het taalschakeltraject moet niet alleen om het leren van de taal gaan).
  • Faciliteer al vroeg in het taalschakeltraject ontmoetingen met onderwijsinstellingen om de doorstroom naar onderwijs te bevorderen: de doorstroom gaat niet vanzelf. Stel samen met het onderwijs het Plan Inburgering en Participatie (PIP) op.

Duurzaam persoonlijk plan inburgering en participatie

Momenteel worden statushouders nog niet voldoende ondersteund. Bovendien krijgen statushouders met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt minder intensieve begeleiding richting werk, terwijl zij die begeleiding juist harder nodig hebben. Met het Plan Inburgering en Participatie (PIP) hoopt men hier verandering in te brengen. Dit is een persoonlijk plan op maat dat tijdens een uitgebreide intake wordt samengesteld door een gemeente en de statushouder zelf.

Tips:

  • Het PIP is een integraal document dat zich richt op meerdere leefdomeinen en afstemming is nodig. Zorg dus voor interne ontschotting in de gemeente en ontschotting tussen de verschillende organisaties.
  • Zorg ervoor dat statushouder kan uitstromen naar een passende baan met perspectief. Maar wel met oog voor de competenties en capaciteiten van de statushouder. De ‘droombaan’ moet wel haalbaar en realistisch zijn. Hierbij is het van belang dat de consulent dit gesprek goed kan voeren. Kleine deelstappen kunnen ook leiden naar de ‘ideale’ baan.
  • Geef voldoende aandacht aan deskundigheidsbevordering. Amsterdam geeft bijvoorbeeld een 12-daagse opleiding voor consulenten om de doelgroep te leren kennen. Bij communicatie is het ‘elkaar verstaan’ belangrijk, maar niet alleen letterlijk. Het gaat ook om de culturele nuances in een gesprek. In een divers samengesteld team met ervaringsdeskundigen kan men veel van elkaar leren.

Participatie vrouwelijke statushouders

Vrouwelijke statushouders hebben een ongunstiger arbeidsmarktpositie ten opzichte van mannelijke statushouders. In het nieuwe inburgeringsstelsel zal er meer ondersteuning voor vrouwelijke statushouders komen en de nieuwe wet zal gemeenten veel mogelijkheden bieden om vanuit een breder perspectief vrouwelijke statushouders betere kansen op participatie te bieden.

Tips:

  • Houd bij vrouwen met een ongunstiger arbeidsmarktpositie rekening met de thuissituatie. Maak bij het opstellen van een PIP gebruik van de ruimte die er is voor maatwerk.
  •  Maak ‘kinderopvang’ onderwerp in de inburgering en leg uit wat het inhoudt in Nederland.

De groep ‘en ondertussen’

Dit is de groep statushouders die nog niet kunnen profiteren van de nieuwe wet, omdat ze voor januari 2021 beginnen (of zijn begonnen) met hun inburgering. In de helft van de gemeenten zijn maatregelen genomen of in de maak om deze groep betere kansen op een goede start te geven. In de andere helft van de gemeenten zijn voor deze mensen (nog) geen voorzieningen getroffen, met als risico dat zij tussen wal en schip belanden.

Tips:

  •  Kijk samen met DUO welke inburgeraars in de gemeente tegen het eind van hun inburgeringstraject zitten en hun lening grotendeels hebben uitgeput. Met deze mensen moet er een plan op maat worden gemaakt.
  •  Breng de caseload van klantmanagers omlaag zodat zij ook aandacht kunnen besteden aan de ‘ondertussen groep’.

Kwaliteitseisen van taalaanbieders

De grote vraag naar inburgeringslessen heeft ervoor gezorgd dat er malafide of onvoldoende gekwalificeerde taalaanbieders op de markt zijn gekomen. In het nieuwe inburgeringsstelsel zijn de inburgeringstrajecten en de kwaliteit ervan de verantwoording van gemeenten.

Tips:

  • Sluit een convenant met taalaanbieders, en houd toezicht. In Amsterdam heeft de gemeente bijvoorbeeld een convenant met taalaanbieders, met de volgende afspraken: de klant staat centraal, de aanbieder garandeert een kwalitatief goed lesaanbod, er is uitwisseling van gegevens, er is transparantie naar de klant over tarieven, roosters, etc.
  • Geef voorlichting over taalaanbieders aan statushouders.
  • Zorg voor coördinatie en afstemming tussen klantmanager, taalmaatje en docent. Stimuleer praktijkgerichte lessen en buitenschoolse taalconversatie.

Participatie in de Z – route

Voor inburgeraars die een beperkt leervermogen hebben of die in hun eigen taal analfabeet zijn en voor wie de reguliere examenroute geen optie is, wordt een speciale leerroute ontwikkeld: de Z-route. Het doel van de Z-route is zelfredzaamheid in de samenleving en het zo veel mogelijk beheersen van de taal.

Tips:

  • Presenteer de Z-route als opstap naar een betaalde baan. Schenk aandacht aan het doel van de route, namelijk een beter perspectief op betaald werk met inzet van eigen kwaliteiten en taal als middel daarvoor.
  • Vergroot de competenties van klantmanagers met betrekking tot cultuursensitief werken en inzicht in levensdomeinen zoals opvoeding en gezin.

 

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

2 + 6 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.