Statushouders met een zintuiglijke beperking worden momenteel vaak op medische gronden ontheven van de inburgeringsplicht. Het leren van de Nederlandse taal is echter cruciaal om volwaardig te kunnen participeren in onze samenleving. De nieuwe inburgeringswet van minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moet ook voor deze groepen deelname aan de inburgering mogelijk maken waardoor naar verwachting de zelfredzaamheid enorm toe zal nemen. KIS deed een verkennend onderzoek om kennisdeling, met betrekking tot het inburgeren en volwaardig participeren van statushouders met een zintuiglijke beperking, te bevorderen. Hoe kan het beter? Wat is er al in gang gezet?

Statushouders met een zintuiglijke beperking lopen regelmatig vast tijdens het inburgeren in de Nederlandse samenleving. De professionals van Koninklijke Kentalis, een erkende expertiseorganisatie voor mensen die slechthorend, doof of doofblind zijn, een taalontwikkelingsstoornis (TOS) of communicatief meervoudige beperking (CMB) hebben, en het expertise centrum voor blinden en slechtzienden Koninklijke Visio, signaleren steeds vaker ernstige hulp- en zorgvragen bij statushouders met een zintuiglijke beperking.

Ontheven van inburgeringsplicht

Van inburgeringsplichtige nieuwkomers - bijna alle migranten tussen de 18 jaar en de AOW leeftijd van buiten de Europese Unie, die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven - wordt verwacht dat zij Nederlands leren en kennisnemen van het functioneren van de Nederlandse samenleving en van Nederlandse gewoonten. In het huidige stelsel (de Wet Inburgering 2013) wordt door middel van een inburgeringsexamen getoetst of nieuwkomers aan de gestelde eisen voldoen.

Naar het rapport  

Het lesmateriaal over het functioneren van de Nederlandse samenleving en ook de examens in de Nederlandse taal zijn voorzien van veel beeld- en geluidsfragmenten. Zonder specialistisch aanbod is het voor blinde, slechtziende, dove en slechthorende statushouders moeilijk en vaak onmogelijk om aan de gestelde exameneisen te voldoen. Voor mensen met een ernstige zintuiglijke beperking wordt daarom op verzoek, op medische gronden, een uitzondering gemaakt.

Blinde statushouders komen hier compleet afhankelijk aan, maar na revalidatie kunnen ze zelf de bus pakken en thuis hun eigen maaltijd koken -  Monica Kostverloren, Koninklijke Visio

De ontheffing van de inburgeringsplicht heeft als onbedoelde negatieve bijwerking dat mensen met een zintuiglijke beperking geen toegang hebben tot het leren van de Nederlandse taal en de lessen over het functioneren van onze samenleving. Hierdoor wordt participeren in de Nederlandse samenleving ernstig bemoeilijkt en neemt de kans op het ontstaan van bijvoorbeeld sociale- en psychische problemen toe.

Noodklok

Begin 2020 werd in een artikel in de Volkskrant nog eens de noodklok hierover geluid ‘Hossam wil graag Nederlands leren, maar voor blinde nieuwkomers is er bijna geen les.’ Kamerlid Van den Berge (Groen Links) stelde er in de Tweede Kamer diverse vragen over aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

KIS hield in oktober 2020 een expertmeeting, waarin deskundigen vanuit de overheid, diverse gemeenten, Vluchtelingenwerk en andere kenniscentra uitdagingen en kansen in kaart brachten (zie rapport). Marjan de Gruijter benadrukt: ‘Er is op dit moment geen passend inburgeringsaanbod voor deze groepen en dat leidt tot zeer schrijnende situaties, daar zijn we het allemaal over eens. We laten de mensen op dit moment aan hun lot over. Met een beetje geluk krijgt iemand steun van een betrokken vrijwilliger. Er moet echt passend aanbod ontwikkeld worden. Dat is nog best een ingewikkelde opgave, omdat het om een relatief kleine groep gaat.’ Een belangrijke vraag die in het verkennende onderzoek naar voren komt is: wie gaat hierin het voortouw nemen: individuele of samenwerkende gemeenten, hun brancheorganisatie, de expertisecentra en/of de overheid?

Inburgeren op maat

In het nieuwe inburgeringsstelsel, dat naar verwachting  in januari 2022 ingevoerd zal worden, zijn de gemeenten verantwoordelijk voor (de regie van) de inburgeringstrajecten. De ambtenaar die het intakegesprek doet en het persoonlijke Plan Inburgering en Participatie (PIP) op gaat stellen, kijkt bij de intake naar een passend traject. Het is hierbij ook belangrijk dat de betreffende ambtenaar weet wanneer het nodig is om tolkvoorzieningen in te schakelen en waar die te vinden zijn. Dit moet leiden tot zo min mogelijk ontheffen van het inburgeringstraject op medische gronden en het zoveel mogelijk bieden van een aanbod dat past bij de situatie en de capaciteiten van de inburgeraar. Inburgering is ook voor dove en blinde statushouders immers van belang om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving.

Deze nieuwkomers kampen vaak met een grotere mate van stigmatisering en met aangeleerde hulpeloosheid - Peia Prawiro-Atmodjo, onderzoeker Koninklijke Kentalis

Hoe dit ‘aanbod op maat’ eruit moet gaan zien en hoe dit aangeboden moet gaan worden is nog niet zo eenvoudig. Monica Kostverloren, voorzitter van de expertisegroep anderstaligen van Koninklijke Visio en trainer op het gebied van de Nederlandse taal en braille aan anderstaligen, geeft aan dat veel statushouders met een visuele beperking geen braille hebben geleerd in hun moedertaal en niet met een computer kunnen werken, ze beschikken dus niet over de vaardigheden om in de ziende wereld onderwijs te volgen.

Aangeleerde hulpeloosheid

Daarnaast spelen culturele aspecten een belangrijke rol. ‘Statushouders met een zintuiglijke beperking hebben soms  de overtuiging dat er niets meer aan hun situatie te doen is. In veel culturen is revalideren, ofwel het aanleren van compenserende vaardigheden, een onbekend concept, terwijl er vanuit de Nederlandse visie vaak nog heel veel hulpmiddelen en vaardigheden aangewend kunnen worden, om weer volwaardig te kunnen participeren in de maatschappij’, vertelt Kostverloren. ‘Mensen komen hier heel afhankelijk en zijn gewend hun koffie geroerd en al in handen te krijgen. Als ze hier vertrekken, kunnen ze zelf de bus pakken en thuis hun eigen maaltijd koken’, voegt ze er aan toe. Peia Prawiro-Atmodjo, als senior onderzoeker verbonden aan Koninklijke Kentalis, herkent dit. ‘Deze nieuwkomers kampen vaak met een grotere mate van stigmatisering en met aangeleerde hulpeloosheid. Daardoor zijn er vaak naast achterstanden op het gebied van taal en onderwijs ook op het gebied van zelfredzaamheid achterstanden, waar aan gewerkt moet worden’, verduidelijkt ze.

Aanbevelingen uit ons onderzoek:

  • Ontwikkel sociale kaart van bestaand (taal)aanbod (expertise en infrastructuur)
  • Breng behoeften van doelgroep en randvoorwaarden nader in beeld
  • Stem zorgaanbod voor dagelijks functioneren en inburgeringsaanbod op elkaar af
  • Onderzoek gerichte plaatsing naar regio’s met gespecialiseerd (inburgerings)aanbod
  • Ontwikkel passend inburgeringsaanbod voor deze doelgroepen en maak het bekend en toegankelijk
  • Ontwikkel handreiking voor gemeenten met achtergrondinformatie, handvatten voor de begeleiding en een overzicht van mogelijk inburgeringsaanbod
  • Zorg voor goede overdracht van inburgering naar reguliere ondersteuning en vice versa (Wmo, Zorgverzekeringswet of de GGZ)
  • Benut de opgedane expertise, netwerken, methodieken ook voor de migranten met een zintuiglijke beperking, die eerder nog geen passend taal-, of inburgeringsaanbod ontvingen en te maken hebben met belemmeringen bij participatie in de samenleving.

Geen precieze cijfers

Precieze cijfers over de aantallen inburgeraars met zintuiglijke beperkingen ontbreken. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schreef in juni 2020, naar aanleiding van de Kamervragen, aan de Kamer dat er in 2019 door 668 mensen ontheffing van het inburgeringstraject werd aangevraagd, waarvan er 499 werden toegekend. Bijna vijfhonderd mensen werden op medische gronden ontheven van de inburgeringsplicht. De aard van de beperkingen loopt sterk uiteen (fysiek, psychisch of verstandelijk). Gemeenten krijgen maar met een beperkt aantal inburgeraars met een zintuiglijke beperking te maken, mede daardoor ontbreekt het bij klantmanagers, die met statushouders werken, aan kennis en expertise omtrent mogelijkheden en beperkingen. Het Ministerie van SZW schat voorzichtig dat het in geval van zowel een auditieve- als een visuele beperking om tien tot dertig mensen per jaar gaat.

Routekaart

Om in die kennislacune te voorzien zijn Kentalis en Visio, in afwachting van de implementatie van de nieuwe inburgeringswet, alvast aan de slag gegaan. De organisaties trekken gezamenlijk op in het overleg het Ministerie van SZW  met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) voor het opstellen van een raamovereenkomst, waarin een vast aanbod wordt opgesteld voor inburgeraars met een auditieve en/of een visuele beperking.

Op dit moment laten we deze mensen aan hun lot over: met een beetje geluk krijgt iemand steun van een betrokken vrijwilliger -  KIS onderzoeker Marjan de Gruijter

Ook liggen er plannen klaar om voor beide groepen van statushouders een routekaart uit te werken met het beschikbare aanbod, waar de ambtenaren, die straks het intake gesprek gaan afnemen, naar kunnen doorverwijzen.

Kenniskoffer

In een gezamenlijk project van Kentalis, Geestelijke Gezondheidszorg en Maatschappelijke Dienstverlening (GGMD) en Dovenschap wordt gewerkt aan het lanceren van een “Kenniskoffer”, waarin de diensten die beschikbaar zijn in diverse fases, voor een dove/slechthorende nieuwkomer staan beschreven. Bij binnenkomst in Nederland in de asielketen, na aanmelding bij een partij in de auditieve sector (voor onderwijs tot 23 jaar en/of zorgaanbod voor alle leeftijden), en op het gebied van de inburgering van volwassenen (waarbij het speciaal voortgezet onderwijs in beeld komt en het inburgeringsaanbod van gemeenten).

In de Kenniskoffer komen duidelijke handvatten. Waar moet je op letten om doofheid/slechthorendheid te herkennen? Waar moet je rekening mee houden? Naar wie kan je doorverwijzen voor diagnostiek om te bepalen hoe ‘leerbaar’ iemand is? Waar kunnen gemeenten ondersteuning inkopen? De inhoud van de Kenniskoffer wordt dit jaar getest en zal vanaf november gratis digitaal toegankelijk zijn.

Passend aanbod

Het rapport benadrukt dat er nog veel ontwikkelwerk te verrichten is als er voor zowel personen met een auditieve, als met een visuele beperking, een divers (verschillende taalniveaus), en kwalitatief goed (Keurmerk Blik op Werk) aanbod gerealiseerd moet worden, zodat ook zij in de toekomst (letterlijk en figuurlijk) de weg in het bureaucratische Nederland zullen kunnen vinden. Het verkennende onderzoek draagt bij aan het benoemen van de uitdagingen en kansen die in dit proces aandacht moeten krijgen.

Naar het rapport  

Auteur: Camie van der Brug

Anderen bekeken ook