Via sociale media zijn door zowel slachtoffers (#metoo) als plegers (#Idid) in razend tempo ervaringen met seksueel misbruik gedeeld. Hoe zorg je dat jongeren seksueel weerbaar worden, bijvoorbeeld als het gaat om sexting en loverboys? En welke meiden, en jongens, lopen meer risico? KIS vroeg het aan drie deskundigen: Josine Holdorp, adviseur Veilig Opgroeien van het Nederlands Jeugdinstituut,  Ebru Berberoglu, hulpverlener bij Pretty Woman Utrecht en Anouk Visser, adviseur grensoverschrijdend gedrag bij Movisie.

De nachtmerrie van elke ouder: je dochter of zoon als slachtoffer van een loverboy of sexting, het zonder toestemming verspreiden van seksueel getinte foto’s of beelden. Ervaringsdeskundigen omschrijven het als een fuik waarin je terecht komt, een web waarin je verstrikt raakt. Elke metafoor drukt uit hoe lastig het is om jezelf daaruit te bevrijden. Sexting en loverboyproblematiek zijn vaak aan elkaar gelinkt. Wat begint als een romantisch liefdesverhaal eindigt in een persoonlijk drama. En hoewel loverboyproblematiek vaak ernstiger van aard is, heeft sexting ook vergaande gevolgen voor het slachtoffer.

Halt, dat jeugdcriminaliteit voorkomt en bestraft, biedt vanaf 1 november een interventie aan voor jongeren die zich schuldig hebben gemaakt aan sexting. Deze Halt-straf is ontwikkeld in samenwerking met Rutgers en behelst onder meer gesprekken met jongeren en hun ouders en laat jongeren excuses maken aan het slachtoffer.

Mensenhandel

Meer meisjes zijn slachtoffer van seksuele uitbuiting dan gedacht

Terug naar de loverboys. ‘Loverboyproblematiek is een vorm van mensenhandel en een ernstig probleem met grote gevolgen voor de psychische en sociale ontwikkeling van slachtoffers’, aldus Josine Holdorp, adviseur Veilig Opgroeien van het Nederlands Jeugdinstituut en sinds 2015 betrokken bij de ontwikkeling van de handreikingen door de commissie Azough.

Deze week is bekend geworden dat meer meisjes in Nederland slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting dan gedacht. Uit onderzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen blijkt dat er jaarlijks zo’n 6.250 mensen slachtoffer worden van mensenhandel. Seksuele uitbuiting is de meest voorkomende vorm van mensenhandel in Nederland. Van de 3.000 vrouwelijke slachtoffers zijn er 1.320 minderjarig. Zij komen echter het minst in beeld. En krijgen zo dus niet de bescherming die zij nodig hebben.

 

Vijf risiscoprofielen van slachtoffers:
  • Faseproblematiek: meisjes met heftig pubergedrag zoals uit de hand gelopen conflicten met ouders, leven tussen twee culturen, foute jongen op fout moment ontmoet.
  • Zeer beïnvloedbare meisjes: bijvoorbeeld meisjes met een lichte verstandelijke beperking, bepaalde psychiatrische beelden of een jongere met een afhankelijkheidsstoornis in ontwikkeling. Of naïviteit als gevolg van een zeer beschermde opvoeding door religie, taboe seksualiteit, cultuur of type ouder.
  • Getraumatiseerde meisjes: meisjes met traumatische ervaringen door bijvoorbeeld eerder seksueel misbruik.
  • Multi-problem: ouders en dus ook kind hebben op verschillende gebieden langdurig problemen zoals verslaving, psychiatrie, vroege hechtingsproblemen, seksueel misbruik en andere trauma's, schulden of huiselijk geweld.
  • Eergerelateerd: meisjes uit gezinnen waarin eer voorop staat waardoor ze bijvoorbeeld chantabel kunnen zijn wanneer zij met een jongen naar bed zijn geweest.

Bron: website Nederlands Jeugdinstituut

Geloof je gemakkelijk wat ik zeg?

Een loverboy ofwel mensenhandelaar weet precies op welke signalen hij moet letten bij het ronselen van jongeren voor seksuele uitbuiting. Holdorp: ‘Hij is goed in een snelle screening, waarbij hij gericht zoekt naar jongeren die kwetsbaar zijn op deze drie punten: ben je gepest? Ben je seksueel misbruikt? Geloof je gemakkelijk wat ik zeg? Een mensenhandelaar speelt in op gevoelens van sociale afwijzing onder jongeren en op een ervaren gebrek aan liefde en aandacht. Hij maakt gebruik van opgedane kwetsbaarheid vanwege eerder meegemaakt (seksueel) misbruik en van een beperkt vermogen om de situatie goed in te schatten en ‘nee’ te kunnen zeggen.’

Wat weten we verder over de slachtoffers? Holdorp: ‘Loverboyproblematiek komt meestal voor bij meisjes in de puberleeftijd. Uit onderzoek blijkt dat veel slachtoffers een achtergrond hebben van huiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder seksueel misbruik. Het lukt de mensenhandelaar over het algemeen goed om buiten het zicht van anderen, onder wie hulpverleners, in contact te komen met de jongere. Dit gebeurt zowel face to face als online. De meiden hunkeren vaak naar aandacht en de mensenhandelaar speelt hier op in. Online gaat dat winnen van vertrouwen drie keer sneller dan offline.’

Dat loverboys geraffineerd te werk gaan, is bekend. Chantage met sexting kán eraan vooraf gaan. In het kort: een meisje wordt ingepalmd door de loverboy, losgeweekt van haar eigen netwerk en zo klaargestoomd om seks met anderen te hebben, eerst vaak een vriend. Daarna volgen andere ‘vrienden’, tegen betaling.

Soms voelen de meiden zich geen slachtoffer en voelen zij zich loyaal aan hun ‘vriendje’. Naast angst voor de mogelijke gevolgen, kan dat ook een reden zijn voor meiden om geen aangifte te doen. Het is, volgens Holdorp, zaak dat politie en hulpverleners aansluiten bij de beleving van het meisje en samen met het meisje een goede afweging maken in het wel of niet doen van aangifte. ‘Het blijft belangrijk dat politie en hulpverleners ervoor zorgen dat meiden zich veilig genoeg voelen om hun verhaal te doen. Bijvoorbeeld door aan te geven dat je niet oordeelt en dat andere meiden hetzelfde overkomt. Angst en schaamte spelen een grote rol in het niet naar buiten durven treden’, aldus Holdorp.

Angst en schaamte voelen bij seksueel misbruik

Jongens en vluchtelingenmeiden

'Gebrek aan kennis over seksualiteit maakt iemand kwetsbaar voor loverboyproblematiek'

Jongens kunnen ook slachtoffer worden, benadrukt Holdorp. ‘Onderzoek naar seksuele uitbuiting onder jongens is nog amper gedaan. Maar we weten wel dat jongeren die eerder slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik, kwetsbaar zijn. Nare seksuele ervaringen zijn een voorspeller voor zowel (herhaald) slachtofferschap als daderschap. En we weten dat vluchtelingenmeiden een grotere kans hebben op het meemaken van nare (seksuele) ervaringen en de bijbehorende trauma’s. Wat betreft gesloten culturen kun je wel zeggen dat gebrek aan kennis over seksualiteit kwetsbaar maakt voor loverboyproblematiek. Ook jongeren met een licht verstandelijke beperking of psychische problemen worden vaker slachtoffer van seksuele uitbuiting dan anderen.’

Praten of EMDR-therapie

Ebru Berberoglu, hulpverlener bij Pretty Woman, gespecialiseerd in relaties en seksualiteit, herkent dat beeld bij de meiden die zij begeleidt. ‘Mijn zelfvertrouwen vergroten’ staat dan ook bij alle meiden op hun lijstje met leerdoelen. En ook: ‘Leren NEE zeggen en trauma verwerken’. Wat werkt volgens haar bij slachtoffers van loverboys? Berberoglu ziet dat elke cliënt een andere aanpak behoeft. ‘Praten met een ervaringsdeskundige is voor de één al een goede eerste stap. Bij de ander is EMDR-therapie, hetgeen Pretty Woman ook aanbiedt, nodig, afhankelijk van de zwaarte van de problematiek. Er zijn meiden die in de gevarenzone verkeren, maar wie nog niets is overkomen, maar er zijn ook meiden die verkracht zijn.’

Via een verwijzing van het buurtteam, de GGZ of de politie komen elk jaar zo’n honderd meiden bij Pretty Woman terecht. Een gemiddeld traject duurt zo’n 9 maanden. Sinds kort behandelt Pretty Woman ook jongens. ‘Er zijn jongens die worstelen met hun seksuele identiteit. Er zijn ook jongens die vanuit school worden doorgestuurd, omdat ze grensoverschrijdend gedrag vertonen, zoals meiden in de billen knijpen.’

Volgens Anouk Visser, adviseur seksueel grensoverschrijdend gedrag is de aandacht voor seksualiteit via hashtags als Metoo en Idid essentieel om jongeren bewust te maken van de grenzen, hoewel die niet voor iedereen altijd duidelijk zijn. Hoe kun je weten of seksueel gedrag over een grens gaat? Visser: ‘Binnen de methodiek van het Vlaggensysteem hebben we een aantal criteria waaraan je kunt toetsen of seksueel gedrag oké is of niet oké. Een van de criteria is wederzijdse toestemming. Een ander criterium is vrijwilligheid. En zo hebben we er nog vier. De criteria bieden een houvast voor professionals én ouders om seksueel gedrag van jongeren te duiden, bespreekbaar te maken, te beoordelen en er adequaat op te handelen.’

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

2 + 5 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.