Jongeren die geen onderwijs volgen of geen werk of uitkering hebben, zijn alleen te bereiken en te begeleiden met een gemeentelijke aanpak op maat. Deze conclusie trekt Kennisplatform Integratie & Samenleving op basis van literatuuronderzoek naar jongeren tussen de 15 en 27 jaar en gesprekken met gemeenten. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geven aan dat er circa 66.000 jongeren buiten beeld van begeleidende instanties vallen.

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaf, toen de cijfers van het CBS eind vorig jaar openbaar werden, aan dat hij een schone taak ziet weggelegd voor gemeenten om deze jongeren aan een baan te helpen of weer naar school te laten gaan. Binnen het onderzoek is er gesproken met gemeenten die zich actief bezighouden met het bereiken en begeleiden van deze ogenschijnlijk onbereikbare jongeren.

Om jongeren weer in het vizier te krijgen, werken gemeenten samen met (lokale) partners zoals jongerenwerkers, wijkagenten en migrantenorganisaties. Ook wordt er gebruik gemaakt van de kennis van de Regionale Meld en Coördinatie punten (RMC’s), omdat zij jongeren zonder startkwalificatie volgen totdat ze 23 jaar zijn. ‘Gemeenten geven aan dat het hebben of opzetten van een volgsysteem belangrijk is. Bij een goed functionerend volgsysteem wordt de kans veel kleiner dat jongeren buiten beeld raken’, zegt onderzoeker Trudi Nederland.

Goed voorbeeld in Den Bosch

‘Steeds meer jongeren willen juist de arbeidsmarkt op, dat vraagt om een andere aanpak van RMC-begeleiders'

Door de jongeren weer “in beeld” te hebben, is het probleem echter niet voor alle jongeren opgelost. Nederland: ‘De groep jongeren is zeer divers, elk individu vraagt om een andere benadering die rekening houdt met de leefsituatie van een jongere. Zo begon de begeleiding bij één jongere bijvoorbeeld met een potje voetbal.’ Een goed voorbeeld is T.O.M. (Traject Op Maat) van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. Alle jongeren die zijn uitgevallen, worden door het RMC actief benaderd met de vraag of zij ergens hulp bij nodig hebben richting opleiding of de arbeidsmarkt. ‘Er wordt per jongere gekeken naar wat nodig is om hen weer perspectief te bieden. Jongeren die niet meer terug kunnen naar school, worden binnen T.O.M. ondersteund richting werk. Mogelijk gecombineerd met een BBL-opleiding’, zegt Liesbeth Endendijk, beleidsmedewerker bij de gemeente ’s-Hertogenbosch.

In het kader van maatwerk vindt Endendijk dat er niet strikt vastgehouden moet worden aan jongeren terugleiden naar school. ‘Steeds meer jongeren willen juist de arbeidsmarkt op, dat vraagt om een andere aanpak en competenties bij de RMC-begeleiders.’ Uiteraard zijn er werkgevers nodig voor een werkplek, werkervaringsplek of stageplek. ‘Een nauwe samenwerking met andere partijen zoals de werkgeversservicepunten, is nodig om jongeren op een goede plek te krijgen.’

Jongeren van 23 jaar en ouder

Endendijk stelt dat de gemeente in principe goed zicht heeft op vroegtijdige schoolverlaters. Dit zijn echter alleen jongeren onder de 23 jaar en zonder een startkwalificatie. Voor jongeren ouder dan 23 jaar is het een ander verhaal. Deze groep is buiten beeld, omdat zij niet door instanties worden gevolgd. Minister Asscher heeft daarom aangekondigd de Participatiewet zo aan te passen dat ook de groep jongeren van 23 tot 27 vanaf 2017 door een koppeling van gegevens 'in beeld' kan komen en hulp kan krijgen.

Onderzoeker Nederland vindt het mooi dat gemeenten zicht hebben op een grote groep jongeren en daar actief mee aan de slag gaan. Desondanks wil zij de risico’s van jongeren die buiten beeld raken bij instanties benadrukken. ‘Hoe langer het duurt, des te groter de afstand tot de arbeidsmarkt wordt, met kans op langdurige werkloosheid en een vergrote kans op armoede en schulden tot gevolg. Het perspectief op een “gewoon leven” verdwijnt voor deze jongeren.’

Anderen bekeken ook

  • Uit dezelfde cijfers van het CBS blijkt dat een grote groep jongeren concrete ondersteuning nodig heeft om de draad, met een perspectief op werk...

    Bekijk

Jouw bijdrage

1 + 7 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.