Een gebedsruimte voor gelovige collega’s? Wat te doen met islamitische feestdagen? In een land dat in een razend tempo is geseculariseerd, schuurt het soms in de praktijk, blijkt uit een nieuwe publicatie van Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS). Deze praktijk verdient aandacht, zegt Hans Boutellier, directeur van het Verwey-Jonker Instituut/KIS.  ‘We kunnen dit niet overlaten aan die professional op de werkvloer of leerkracht voor de klas.’

Hoe groot is de ruimte in de Nederlandse samenleving voor islamitische uitingen, waar schuurt het en hoe krijgt die ruimte in de praktijk vorm? Het zijn deze vragen die de onderzoekers in de verkenning Schurende waarden, een verkennend onderzoek naar betekenis en praktijk van religie in het onderwijs en op de werkvloer proberen te beantwoorden.

‘We zien dat het schuurt en we willen dit met deze publicatie agenderen’, stelt Boutellier. Uit de verkenning blijkt dat er op de werkvloer, in het onderwijs voortdurend beslissingen over de religieuze praktijk worden genomen, keuzes worden gemaakt. Er wordt gezwegen, weggekeken, meestal wordt er pragmatisch en soepel een oplossing gevonden. Boutellier: ‘Wat opvalt is dat het schuurt, maar niet escaleert. Het werk of het onderwijs moet immers doorgaan.’

Download het rapport Schurende waarden

‘Moeten we dicht met het Suikerfeest? Dat zou pragmatisch slim en handig zijn maar we willen niet communiceren dat we ‘een moslimvriendelijke school’ zijn, we hebben immers een openbaar karakter.'

De KIS-onderzoekers gingen ook te rade bij vijf ‘vooraanstaande denkers’ op het gebied van religie en rechtstaat. Respectievelijk Maurice Adams, Maurits Berger, Abdulwahid van Bommel, Paul Cliteur en Rafik Dahman, waarbij gekeken werd naar de principiële posities die over de verhouding tussen religie en rechtsstaat kunnen worden ingenomen. Deze gaan van principieel seculier tot principieel religieus.

Boutellier: ‘Het is vervolgens interessant om te zien hoe de praktijk zich tot deze posities verhoudt. We hebben tegenwoordig – omdat we het als samenleving niet meer weten - nogal de neiging om dilemma’s bij de regelgeving neer te leggen, aan juristen over te laten. Maar het recht moet een uitdrukking zijn van de moraal, niet de bron.’

Twijfel

Het is deze worsteling die Boutellier, schrijver van het boek Het seculiere experiment, mateloos fascineert. ‘In een periode van vijftig jaar is er iets krankzinnigs gebeurd. Een radicale secularisering. Een richtingloze complexiteit. Dat richtingloze is een van de grote vraagstukken van deze tijd. We zijn een samenleving geworden die door en door handelt naar bevinden, naar wat effectief is en wat werkt.’ 

Wij hebben het idee dat schurende waarden soms onder het vloerkleed worden geveegd.

 

Deze ‘pragmacratie’, zoals Boutellier het noemt, is volgens hem gebaseerd op diepe twijfel. ‘Dat is de driving force achter de westerse ontwikkeling. We zijn altijd bereid om vragen te stellen, kan het anders? Kan het beter?

In precies dezelfde periode kreeg Nederland te maken met een behoorlijke instroom van een nieuwe godsdienst en nieuwe culturen. ‘We kregen te maken met mensen die minder lijken te twijfelen of zeggen mijn God is de enige ware God. Terwijl wij de kerkklokken zo’n beetje hadden afgeschaft, klinkt nu de oproep tot het gebed vanaf minaretten. De islam stelt ons voor het blok en dat schuurt.’

Ongemak

Uit gesprekken met werkgevers en met scholen blijken de dilemma’s uit de praktijk. Het gaat over handen schudden, vrije dagen met Ramadan, docenten met een hoofddoek, wensen rond gym- of zwemlessen, halal voedsel, het weglaten van alcohol. ‘Deze vragen kleuren echt de realiteit van de dag. Mensen vinden dit belangrijk. Veel gebeurt echter onderhuids. Daarom is het zo belangrijk om dit soort zaken op scholen en binnen organisaties aan te kaarten, te bespreken. We kunnen dit niet overlaten aan het moment en aan die ene professional of leerkracht.’

‘Een jongen voelde zich gepest en oncomfortabel in de klas omdat er veel leeftijdsgenootjes met een Turkse achtergrond bij hem in de klas zaten die Turks met elkaar praten omdat zij de Nederlandse taal niet goed spreken.’ 

Uit gesprekken blijkt ook het ongemak over religie. ‘Een gevolg van die secularisering. Niet te verwarren met atheïsme, religie is bijna volledig geprivatiseerd’,  gaat Boutellier verder. ‘Je mag in elke God geloven, en zelfs te denken er zelf een te zijn, maar val me er niet mee lastig. Dat is de westerse basishouding. Er is daardoor sprake van een enorme morele verlegenheid. We weten niet hoe we dit soort zaken moeten bespreken.

We weten ook niet wat we moeten vinden. Ik weet eigenlijk niet wat ik van die vrouw die mannen geen handen schudt, moet vinden.’ En dat is geen prettig gevoel, stelt Boutellier. ‘Veel van deze kwesties raken ‘het domein van de vanzelfsprekendheid’. Dit doen we altijd zo, moeten we hier nu ook al over twijfelen? In dat gevoel schuilt het probleem.’

Bespreekbaar maken

De wetenschapper wil met de publicatie het onderwerp bespreekbaar te maken. ‘Dat is volgens ons erg belangrijk. ‘Op de werkvloer wordt het dan niet zo hard gespeeld als in media, maar dat betekent niet dat het onproblematisch is.’

Maar zijn deze schurende waarden en normen wel te vangen in beleid? Zeker geen landelijk beleid, beaamt Boutellier. ‘Dat kan natuurlijk niet in alle gevallen, maar in organisaties kunnen er zeker wel heldere afspraken worden gemaakt. Dit schuren hoort bij het nieuwe Nederland. Het zal nog wel meer gaan schuren. We moeten daar ook niet te negatief over zijn, het lukt redelijk. Dat zien we in de praktijk. Het lost zich wel op. Dat is die pragmacratie.’

Jouw bijdrage

11 + 9 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.