Artikel

Te weinig statushouders werken of volgen een opleiding

Extra inzet door gemeenten blijft nodig

Artikel - 12 september 2018

Het blijft een moeilijke opgave om statushouders naar werk of een opleiding te begeleiden. Alhoewel gemeenten de laatste jaren steeds meer doen om statushouders hier goed in te ondersteunen, blijven de resultaten bescheiden. Dertien procent van de statushouders die sinds 2015 instroomden, vond een baan.

Die conclusies staan in de monitor Gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding vluchtelingen 2018, die vandaag is uitgekomen.

 

Uit de monitor blijkt dat persoonlijke aandacht én intensieve begeleiding door speciaal voor statushouders aangestelde klantmanagers, een belangrijke factor is in het succesvol toe leiden naar werk. In 84 procent van de gemeenten zijn dergelijke deskundige klantmanagers aangesteld om statushouders te begeleiden. Ook zijn er diverse aanpakken ontwikkeld waarbij statushouders de inburgering kunnen combineren met (vrijwilligers)werk.

Zorgelijk

Twintig procent van de statushouders wordt nog niet begeleid door gemeenten

Toch hebben nog lang niet alle statushouders kunnen profiteren van trajecten die zijn ingericht om hen een goede start op de arbeidsmarkt te geven. Zo’n twintig procent van de statushouders wordt nog niet begeleid door gemeenten. 'Bijzonder zorgelijk is dat slechts zestien procent van de vaak jongvolwassen statushouders, in het Nederlandse beroepsonderwijs instroomde. Terwijl een Nederlands diploma hen de beste kansen op werk biedt', aldus onderzoeker Marjan de Gruijter.

Nu dreigen diezelfde trajecten door het wegvallen van extra gelden van het Rijk, te verdwijnen. Dit terwijl een intensieve begeleiding op maat de komende jaren hard nodig blijft. Want: de resultaten zijn nog bescheiden, dertien procent van de statushouders die sinds 2015 instroomden, vond een baan. Dit ondanks steeds groter wordende inzet van gemeenten. Zij zetten er sinds 2016 steeds sneller en beter op in om statushouders aan werk te helpen. Het gaat daarbij waarschijnlijk vooral om tijdelijke en/of deeltijdbanen. Het is aannemelijk dat een deel van de statushouders die aan het werk zijn gegaan, weer terugstroomt in de bijstand. Wil men langdurige bijstandsafhankelijkheid voorkomen en de integratie en participatie van alle statushouders verbeteren, dan zijn grotere inspanningen en voor-investeringen nodig om iedereen de benodigde persoonlijke aandacht en begeleiding te bieden.

Verschillen tussen gemeenten

Gemeenten kunnen autonoom beslissen hoe ze de arbeidstoeleiding van statushouders inrichten. Welke speelruimte ze hebben, hangt onder meer af van beschikbare budgetten, aanwezige deskundigheid en politieke kleur van de gemeente. Hierdoor zijn er verschillen in aanpak tussen gemeenten en dat heeft invloed op  de kansen voor statushouders om in te voegen in de Nederlandse samenleving.

Dat verschil is met name zichtbaar als het gaat om de mogelijkheden om onderwijs te volgen. 'Afhankelijk van waar statushouders gehuisvest worden, krijgen zij bijvoorbeeld al dan niet de mogelijkheid om te studeren met behoud van uitkering. Ook verschilt het beschikbare aanbod en de intensiteit van de begeleiding per gemeente', zegt onderzoeker Inge Razenberg. 'Wij zijn niet de enigen die deze ontwikkeling signaleren en zorgwekkend vinden. De Sociaal Economische Raad (SER) trok in mei dit jaar hierover ook al aan de bel.'

De onderzoekers roepen gemeenten op om meer in regionaal verband samen te werken om de instroom van statushouders in onderwijs en werk te verbeteren.

Over dit onderzoek

Dit is de derde uitgave van de monitor ‘Vluchtelingen aan het Werk’ uitgevoerd door KIS in samenwerking met Divosa, de vereniging van gemeentelijke directeuren in het sociaal domein. Met een online vragenlijst aangevuld met interviews is in kaart gebracht wat gemeenten doen om statushouders naar werk te begeleiden en welke gevolgen dat heeft voor statushouders. Driekwart van de Nederlandse gemeenten heeft aan het onderzoek meegedaan en daarmee zijn de uitkomsten representatief voor het beleid in heel Nederland.

Thema: 

Anderen bekeken ook

Dit is de derde uitgave van de monitor ‘Vluchtelingen aan het Werk’, uitgevoerd door Kennisplatform Integratie & Samenleving in samenwerking met Divosa.

Contactpersoon

  irazenberg@verwey-jonker.nl
  030-2303260
  mdegruijter@verwey-jonker.nl
  030-2303260

Reacties

Beste Inge en Marjan, Dank voor het rapport. Ik ga kijken wat we kunnen gebruiken om onze aanpak te verbeteren. In september zij 38 statushouders naar het onderwijs gegaan. Dat is een mooi resultaat. We constateren dat het van veel belang is deze groep goed te blijven volgen en begeleiden. De Roc is niet toegerust om deze groep instromer goed te begeleiden. Wij zetten 1 fte in om deze mensen extra onderwijs te geven en individuele begeleiding. Dit is echt noodzakelijk omdat mensen anders weer uitvallen. Het is denk ik van belang om ook aan dit punt veel aandacht te besteden. Extra geld voor het onderwijs zien we niet terug in verbetering van kwaliteit. Om die reden zetten we een eigen begeleider/ docent in. Groet Jos

Hoe moeilijk kunnen we het maken.... We weten wie het zijn - we kunnen vragen wat ze willen en kunnen. Er is een aanbod (aan opleidingsmogelijkheden) en vraag (naar arbeidskrachten) - en als dat niet past kan dat passend gemaakt worden. Moeten we wel willen natuurlijk. Beetje buiten kaders denken en werken. Ik ga graag de uitdaging aan.

Reageer