Dementie is een complex onderwerp en in sommige culturen is het moeilijk om hier open over te praten. Dat maakt het voor hulpverleners lastig om kwetsbare ouderen met dementie en hun familieleden te bereiken. Deze vorm van hulpverlening vraagt om een cultuursensitieve aanpak. Maar hoe doe je dat?

In elke cultuur wordt anders met kwetsbare ouderen omgegaan, daarom moet in de hulpverlening ingezet worden op cultuursensitiviteit. KIS bracht een publicatie uit waarin cultuurspecifieke aspecten van informele hulp aan mensen die thuis wonen met dementie, centraal staan. 

Ga naar de publicatie  

Mensen met een migratieachtergrond hebben meer kans op dementie en wonen vaker thuis dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Hulpverleners die hulp bieden aan deze families moeten weten wat er speelt en hoe ze dit op de juiste manier kunnen aanpakken.

Zorggroep Almere

We gingen hierover in gesprek met voormalig huisarts Koos Bartels van Zorggroep Almere, waar volop aandacht is voor dit thema.

Het gaat om inclusie, stelt Bartels. ‘Door als professionele zorg families goed te ondersteunen in de zorg voor hun ouders en door gelijkwaardige zorg te bieden, neem je het gevoel van exclusie weg. Daar is een cultuursensitieve aanpak voor nodig.’

De organisatie is een pilot begonnen met een team zorgadviseurs: medewerkers uit de verschillende verpleegkundige teams die vertrouwd zijn met de leefwereld van oudere migranten en vluchtelingen en hun taal spreken. Zij zijn van diverse herkomst (Marokkaans, Turks, Antilliaans, Surinaams, Syrisch, Iraans of Koerdisch) en kunnen worden ingezet op verzoek van de huisarts.

Het team adviseurs, met Koos Bartels rechtsvoor.

Tolk

Bartels: ‘Ouderen zijn meestal afhankelijk van een tolk, bijvoorbeeld een familielid die ook mantelzorger is. Het verhaal wordt dus altijd via een ander verteld. Dat maakt het complex om een hulpvraag goed in te schatten en de juiste hulp te bieden. Onze zorgadviseurs zijn daarom getraind om huisbezoeken af te leggen om goed contact te maken met de oudere zelf en ook het gesprek met familie aan te gaan.’

‘Geen vinklijstjes, maar een aantal gesprekken om ouderen hun stem terug te geven en in samenspraak met familie te zoeken naar passende manieren om hen te ondersteunen in de zorg.’

Ouderen zijn meestal afhankelijk van een tolk, en dat maakt het complex om de hulpvraag goed in te schatten

Voorlopig is dat alleen voorlichting, een-op-een, of thuis met meerdere familieleden en vertrouwenspersonen, als een soort eigen-kracht conferentie, licht Bartels toe.

‘We hadden gedacht dat de zorgadviseur na een aantal gesprekken de wijkverpleegkundige of casemanager dementie mee zou kunnen brengen, voor advies, of om een zorgplan te maken. Maar, de families in deze eerste periode gaven de voorkeur aan verdere zorg bij de huisarts en huisbezoek door de adviseur bij volgende vragen. ’

Eigen taal

Zij hadden echter wel behoefte aan dagbesteding in eigen taal, die er op dit moment nauwelijks is in Almere. Daarom werkt de organisatie samen met welzijnsinstelling de Schoor en Mantelzorgcentrale om dit te ontwikkelen. Dan is de informatie uit deze huisbezoeken hartstikke welkom. Want dit blijkt een hele uitdaging om te organiseren in een stad die ‘superdivers’ is en afgezien van kerk en moskee geen ontmoetingsplaatsen kent voor deze ouderen, aldus Bartels.

Eigen zorgverleners

De focus bij Zorggroep Almere ligt in deze pilot op de eigen zorgverleners, zodat dat duurzaam verankerd kan worden in het beleid. De samenwerking met gemeenschappen wordt gezocht door contact te leggen met kerken, moskeeën en sleutelfiguren uit de gemeenschappen. Zorggroep Almere denkt daarnaast aan het opzetten van een klankbordgroep met sleutelfiguren en maatschappelijke instellingen om bevindingen uit de huisbezoeken te delen en te zoeken naar haalbare oplossingen. Natuurlijk ook om meer ingangen te vinden om voorlichting te bieden over de zorg voor kwetsbare ouderen en signalen uit het veld eerder op te pikken.

Het is belangrijk dat je het positief insteekt, aldus Bartels. ‘Er moet een basis van vertrouwen zijn en dat kan alleen als je familieleden en mantelzorgers positief benadert en een goede werkrelatie voorop stelt. Juist omdat dit vaak hele complexe gevallen zijn, is het belangrijk dat de drempel naar aanvullende zorg naast mantelzorg zo laag mogelijk is.’

Mantelzorgers

Daarnaast moet er volgens Bartels ook voldoende ruimte zijn voor het verhaal van mantelzorgers. ‘Wij geven de zorgadviseurs de instructie om ook mantelzorgers de tijd en ruimte te bieden om hun verhaal te vertellen. Op deze manier kom je stapje voor stapje achter de gegevens die belangrijk zijn om een zorgdiagnose te stellen.’

Geen vinklijstjes, maar een aantal gesprekken om ouderen hun stem terug te geven en te zoeken naar passende manieren om hen te ondersteunen

‘Vaak zijn er meerdere gesprekken nodig en zo kom je dan geleidelijk te weten hoe de verhoudingen liggen in de familie. Bijvoorbeeld wie de persoonlijke verzorging biedt, wie praktische zaken regelt en hoe belangrijke beslissingen worden genomen.’ Op deze manier komt ook achterliggende problematiek aan het licht, legt Bartels uit, en kun je in kaart brengen welke andere problemen er schuilgaan achter de voordeur.

De belasting van de mantelzorgers is in deze families extra groot, vervolgt Bartels. ‘In de meeste gemeenschappen wordt van mensen verwacht dat ze de zorg voor oudere en zieke familieleden zelf op zich nemen. Dat is vanzelfsprekend, maar tegelijkertijd belastend in een tijd dat er ook van je verwacht wordt dat je zelf studeert en werkt. Dat wringt. Helemaal voor jonge mensen die hiermee worden geconfronteerd in de jaren  dat ze zich ontwikkelen.’                                                                                                                                                                                                                                                    

 Twee leden van het adviseursteam                                                                                                                           

Moeilijk bespreekbaar

Veel problematiek is moeilijk bespreekbaar. Ziektes als dementie of problematische zorgsituaties worden vaak alleen binnen het kerngezin en een enkele vertrouwenspersoon gedeeld.  Men zoekt pas hulp in vergevorderde fases van een ziekte of bij een crisissituatie. Als het thuis vastloopt, dan pas schakelen de mensen hulp in, zo is de ervaring van de huisartsen, legt Bartels uit. ‘Zij zouden graag ondersteuning kunnen bieden in een vroegere fase, vooral ook om mantelzorgers te kunnen ontlasten. Op school of werk is immers doorgaans weinig begrip voor de dubbele belasting van deze jongeren en jongvolwassenen.’

Vul het niet teveel in vanuit kennis - iedere familie heeft een ander verhaal en een andere zorgbehoefte

Huisarts 

En wat nu als de voordeur dicht blijft? Bartels: ‘Dan is het aan de huisarts, die dient een vinger aan de pols te houden.’ Want in tegenstelling tot mensen met een Nederlandse achtergrond die vaak een hele waaier aan vertrouwenspersonen hebben, noemen mensen met een migratieachtergrond de huisarts als een van de weinige vertrouwenspersonen. Een enkeling noemt de imam of een priester. Bartels: ‘Daar durven ze dingen te vertellen en de huisarts mag ook veel vragen stellen. Daarom is niet alleen de zorgadviseur, maar ook de huisarts spil in deze pilot.’

Dit is pas het topje van de ijsberg, sluit Bartels af. ‘Er is zoveel meer kennis te vergaren. Het gevaar is dat we vanuit ons professionele perspectief te veel gaan invullen voor mensen, zonder dat we weten hoe het echt zit. Daarom zijn deze huisbezoeken heel belangrijk en moeten ze nadrukkelijk het perspectief van de ouderen en hun families verkennen. En vooral een open karakter te hebben.’

Kant-en-klaar

Gouden tips? ‘Vul het niet teveel in vanuit kennis, je kan geen kant-en-klaar draaiboek maken. Iedere familie heeft een ander verhaal en een andere zorgbehoefte. Je moet de persoon die tegenover je zit echt leren kennen wil je hem of haar goed kunnen ondersteunen.’

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

4 + 6 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.