Artikel

Hoe vergroot je het vertrouwen tussen jongeren en de politie?

Artikel - 10 juli 2018

Maak gebruik van rolmodellen, ga uit van gelijkwaardigheid en respect in de bejegening en durf sociale media in te zetten om de beeldvorming van de politie bij jongeren in een gunstige richting te bewegen. Dat zijn enkele adviezen uit de handreiking van Kennisplatform Integratie & Samenleving. 'Je moet de jongeren niet klein willen krijgen, maar groot willen maken.’ 

De handreiking maakt inzichtelijk waaraan interventies moeten voldoen die worden ingezet om het vertrouwen tussen jongeren en politie te vergroten. Daarbij is op een rij gezet welke algemene criteria van belang zijn en worden aanbevelingen gedaan die een actieve betrokkenheid van jongeren vergroten. Daarnaast komt aan de orde op welke manier de politie sociale media kan inzetten om de beeldvorming over de politie bij jongeren met een migratieachtergrond te verbeteren.

Pijler

Het is belangrijk dat jongeren vertrouwen hebben in instituties die een belangrijke pijler vormen voor onze rechtsstaat. De politie is daar een van. Uit eerder onderzoek van KIS is gebleken dat het essentieel is om te werken aan een groter vertrouwen tussen de politie en jongeren in het algemeen en jongeren met een migratieachtergrond in het bijzonder. Door wederzijds begrip te ontwikkelen, nemen vooroordelen ten opzichte van elkaar af en ontstaat er meer bondgenootschap tussen de beide partijen, zo is de gedachte. 

Sahar Noor, onderzoeker van KIS, ziet dit in de praktijk al terug: ‘Er zijn veel professionals binnen de politie die meer tijd en energie willen investeren in jongeren. Er worden op diverse manieren pogingen ondernomen een relatie op te bouwen met jongeren en daarmee het vertrouwen te vergroten.’

Terughoudend

Jan Verkerk werkt drie jaar bij de afdeling handhaving openbare ruimte, eerst in Almere, daarna in Amsterdam. De afdeling is verantwoordelijk is voor de handhaving van de rechtsregels in de openbare ruimte. In de veertien jaar ervoor werkte Verkerk als hoofdagent bij de politie. Verkerk vindt het en goed initiatief van KIS om in dit vraagstuk te duiken, en daarmee een bijdrage te leveren aan het vergroten van het vertrouwen tussen beide groepen. In zijn loopbaan bij de politie heeft hij gemerkt dat jongeren met een migratieachtergrond, zoals hij dat noemt, ‘terughoudend’ zijn in het contact met de politie. Overigens is dat niet verwonderlijk, stelt hij. ‘Vaak is dat contact er pas als er een melding wordt gedaan dat er iets aan de hand is. Als de politie erop af gaat, zetten ze het aan de andere kant vaak op een rennen.’

Empathisch vermogen

Younes Moucharaf werkt bij de eenheid Amsterdam als hoofdagent bij de politie en is in opleiding als politiekundige. Hij was daarnaast coördinator van een ‘bike team’ in Bos en Lommer en werkte daarbij veel met jeugd. Moucharaf benadrukt dat er veel collega’s in het contact met jongeren op straat ‘het al goed doen’. Die van nature over de competenties beschikken die je nodig hebt in dat contact. Moucharaf: ‘Anderen, die dat niet hebben, kunnen dat leren. Denk bijvoorbeeld aan het werken met sleutelpersonen in de gemeenschap, empathisch vermogen, de bereidheid om je te verdiepen in de leefwereld van jongeren.’ 

De politie zet al flink in op deze competenties, stelt Moucharaf. Hij ziet dat terug in trainingen, workshops en andere bijeenkomsten. 'De adviezen uit de handreiking van KIS, sluiten aan bij wat daar wordt gezegd en onderwezen, dat is voor ons een steun in de rug.’


Foto door Roel Wijnants 

'Vredestijd'

De KIS-handreiking adviseert de politie – en jongeren – onder andere om in 'vredestijd' aan het verbeteren van de relatie te werken. Een goed streven, zegt Verkerk. In de praktijk niet altijd eenvoudig. Zeker niet voor agenten en functionarissen van de gemeente die met handhaving zijn belast. ‘Los van de mensen die zijn vrijgesteld om te werken aan verbinding met de jeugd – een wijkagent of jeugdagent bijvoorbeeld - je komt er dan vanwege een incident. Dus juist omdat er dan al iets aan de hand is vanwege een melding over bijvoorbeeld overlast in de buurt.’ 

Toen hij nog patrouilleerde als agent was de inzet er juist vooral op gericht om contacten aan te gaan met jongeren. Verkerk vindt dat er momenteel te veel aandacht en gewicht wordt gegeven aan jeugd die overlast geeft. ‘Dat snap ik allemaal wel. Maar laten we het doel niet uit het oog verliezen. We moeten in de jeugd willen investeren, de jeugd is de toekomst. Je moet de jongeren niet klein willen krijgen, maar groot willen maken.’

De visie van Moucharaf sluit daar naadloos bij aan. Ook hij gelooft sterk in de noodzaak van investeren in het contact. En stelt dat door de reorganisatie bij de politie in de afgelopen jaren, er minder prioriteit was hiervoor. ‘Er was minder tijd voor het maken van informele gesprekken.’ Over de ontwikkelingen in Amsterdam is hij niettemin optimistisch. ‘We hebben al veel rond jeugd bereikt, samen met ketenpartners.’ Moucharaf doelt onder meer op het beleid rond de Top-1000 (voorheen bekend als de Top-600) in de hoofdstad waarmee het recidivegedrag van criminele jongeren flink is teruggedrongen. 

Gelijkwaardigheid en respect

Verkerk vindt dat er nog wel een cultuurverandering nodig is bij veel collega’s. ‘We moeten af van de angstcultuur die er heerst als het gaat om contacten met jeugdgroepen. Stap af van de houding dat de jeugd eng is. Dat je ze niet aanspreekt omdat je dan een grote bek kunt verwachten. Mijn motto is: probeer het eens. Ga het gesprek aan. Heb het over het weer, heb het over de dingen die de jeugd interessant vindt. Dan voorkom je dat je alleen contact hebt als je een boete komt schrijven. Want dan zien ze jou alleen als een bedreiging. En krijg je geen verbinding tussen de organisatie waar je voor werkt. Of dat nu de politie, jongerenwerk of handhaving is.’

De KIS-handreiking adviseert beide partijen elkaar op basis van gelijkwaardigheid en respect te bejegenen. Verkerk vindt dat laatste zeker belangrijk. ‘Je behandelt de ander met respect en mag dat ook terugverwachten. Gelijkwaardigheid vind ik lastiger, je bent als politieagent nu eenmaal een gezagsdrager en dan blijft er altijd sprake van hiërarchie. Jeugd is jeugd, in welke regio je ook werkzaam bent, ieder op zijn eigen professionele manier. Jongeren zoeken grenzen op en dat mag, tenzij ze buiten de wettelijke kaders treden, dan wordt er opgetreden. Omdat op de juiste manier te kunnen doen, is begrip voor elkaars situatie noodzakelijk, dus verdieping zoeken in elkaars wereld. Daardoor ontstaat de verbinding.’  

Noor vindt dat het mogelijk is én het gezag van de politie te blijven garanderen én van gelijkwaardigheid uit te gaan. ‘Het is vooral de kunst om gezagsverhouding binnen aan aanpak te voorkomen, juist dan is de kans op verbinding tussen de beide groepen groter.’

Voor wie?

De handreiking is bedoeld voor alle professionals en met name de politie, die een interventie willen inzetten of ontwikkelen die erop gericht is de relatie of samenwerking tussen jongeren en politie te verbeteren. Het rapport met de bijbehorende checklist kan als toetsingsinstrument worden gebruikt om te beoordelen hoe de politie en andere professionals die met jongeren werken een interventie kunnen versterken. Ook kan het inspiratie bieden voor professionals die iets willen doen ter bevordering van de relatie en daarmee het vertrouwen tussen de politie en jongeren, maar niet weten wat daar de juiste ingrediënten voor zijn.

Over het onderzoek

De onderzoeksvraag die centraal stond was: waaraan moeten methoden - interventies - die erop gericht zijn het vertrouwen tussen jongeren en politie te verbeteren, voldoen voor een zo groot mogelijke kans op slagen? Om antwoord hierop te krijgen is literatuuronderzoek uitgevoerd, aangevuld met gesprekken met diverse maatschappelijke organisaties, betrokkenen en de politie. Daarnaast is een survey verricht onder 55 jongeren met een migratieachtergrond.

Hoe vergroot je het vertrouwen tussen jongeren en de politie? Een handreiking voor het versterken van interventies; Sahar Noor en Laura Metwally. Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS). 

Klik hier voor de handreiking. Klik hier voor de korte checklist.

Anderen bekeken ook

Hoe is het gesteld met het vertrouwen dat jongeren in de Schilderswijk hebben in de politie? Corina Duijndam en Baukje Prins van het lectoraat Burgerschap en Diversiteit van De Haagse Hogeschool, analyseerden 180 ervaringsverhalen van jongeren wat uitmondde in het boek Geboren en getuige in de Schilderswijk.

Reageer