De beste terreurbestrijder is een wijkagent. Aldus een van de heldere lessen van terrorisme-expert Beatrice de Graaf. De gemeente heeft echter een belangrijke rol voor de inzet van preventief beleid op de juiste plek. Hiervoor is het wel van belang dat signalen over een verhoogd risico op radicalisering uit de wijk bij de gemeente terechtkomen. Dit verloopt momenteel niet gestructureerd genoeg: men gaat af op afzonderlijke gegevens, een gevoel over de wijk of gegevens over het aantal uitreizigers.

Dit blijkt uit een inventarisatie die onderdeel is van een project van Kennisplatform Integratie & Samenleving. In gesprekken met partijen die een rol hebben in het tegengaan van radicalisering, bijvoorbeeld op het gebied van signalering, preventie of deradicalisering, is nagegaan wat professionals vinden of zoeken in een signaleringsinstrument dat voedingsbodems voor radicalisering in wijken inventariseert. Kennisplatform Integratie & Samenleving doet momenteel een pilot met een signaleringsinstrument voor voedingsbodems van radicalisering in twee wijken in een grote Nederlandse stad. Dit instrument zal niet zeggen wie radicaliseert of hoeveel mensen gaan radicaliseren in een wijk. Het zegt wel iets over de aanwezigheid van voedingsbodems, waardoor er een verhoogd risico op radicalisering is. Op basis van deze kennis kunnen gemeenten beslissen om extra preventieve maatregelen in te zetten.

Sleutelfiguren weten wat er speelt

Registraties en monitoren van de gemeenten halen veel informatie uit de wijk niet op

Uit de inventarisatie komt duidelijk naar voren dat kennis en informatie uit de haarvaten van de wijken onmisbaar zijn in zo’n instrument. Registraties en monitoren van de gemeenten halen veel van deze informatie niet op. ‘Bijvoorbeeld over dat wat plaatsvindt in de moskee in de buurt’, licht onderzoeker Jolijn Broekhuizen (Verwey-Jonker Instituut) toe, ‘maar ook de aanwezigheid van ronselaren, de sfeer op de scholen en in de wijken, in hoeverre jongeren in de wijken lijken te geloven in complottheorieën en of er veel ervaren onrecht is. Dergelijke informatie kan het beste verzameld worden bij sleutelfiguren in de wijk.’ Sleutelpersonen zijn onder andere medewerkers van het stadsdeel, zelforganisaties, woningcorporaties, moskeeën, wijkagenten, onderwijzers, jeugdhulpverlening en jongerenwerkers uit de buurt. Maar ook ondernemers en bewoners die als sleutelpersoon in de wijk gezien kunnen worden.

Volgens de geïnterviewde professionals zou een instrument een ‘gestructureerde check’ zijn van het beeld dat men van de wijken heeft. Het laat zien waar de risico’s het hoogst zijn. Beleidsmakers van gemeenten kunnen op basis van deze meer volledige informatie beslissen of ze extra preventieve maatregelen in die wijk inzetten.

Vragenlijst

De onderzoekers besloten naar aanleiding van de inventarisatie om het instrument als een gestructureerde vragenlijst vorm te geven. Dit heeft als voordeel dat wanneer het in meerdere wijken of gemeenten wordt afgenomen, de bevindingen met elkaar vergeleken kunnen worden. Ook kunnen ontwikkelingen of trends worden waargenomen wanneer het vaker in dezelfde wijk wordt afgenomen. Momenteel analyseren de onderzoekers de data uit de pilot. Begin 2016 worden de resultaten bekend gemaakt. Broekhuizen voegt toe: ‘Tot nu toe is in onderzoek veel aandacht geweest voor voedingsbodems en beschermende factoren voor radicalisering. Maar die onderzoeken richten zich op de samenleving als geheel of op individuen. Voedingsbodems op wijkniveau zijn zover wij weten nooit eerder onderzocht.’

Jouw bijdrage

2 + 0 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.