Overal Vandaan: 'Ik zit tussen twee culturen en landen in'

Bakroes, een wasi met oud en nieuw en een stevige basis waarin respect voor anderen én jezelf centraal staat. Drie belangrijke ingrediënten van de jeugd van Debra Verheij (35). Dochter van een Surinaamse moeder en een ‘oer-Hollandse’ vader. Voor de reeks Overal Vandaan, waarin KIS in gesprek gaat met jonge mensen met verschillende culturele roots, schreef communicatieadviseur Dyonne van Haastert het verhaal van Debra op. Een gesprek over identiteit, hoe je die vormt en hoe je dat doet als je tussen twee culturen opgroeit.

Artikel
Jeugd en opvoeding

Wie ben jij?

‘Ik ben een optimistische, jonge vrouw en ik houd van structuur. Ik ben dubbelbloed: mijn moeder is Surinaams, mijn vader is Nederlands. Een zwarte vrouw en een witte man, dat maakt mij wit én zwart. Een mokkaprinses. Mensen vragen vaak naar waar ik echt vandaan kom. En dat snap ik, door mijn uiterlijk. Maar wie ik ben is niet gerelateerd aan mijn afkomst. Als mensen mij die vraag stellen dan denk ik: waarom vraag je dat? Ik voel me Nederlands want ik ben Nederlands. Misschien zit er ook wat irritatie onder of het gevoel dat ik me moet verdedigen. Dat is de schaduwkant. Ik zit tussen twee culturen en landen in. Dat is heel dubbel. Want ik ben ook heel trots op die Surinaamse kant.’

Debra

Waar voel jij je thuis? 

‘Ik heb eigenlijk nooit zo over die vraag nagedacht. Ik hoor bij mijn man, mijn kinderen, familie en vrienden – zij zijn mijn thuis. Toen ik naar Suriname ging, hoopte ik een gevoel van thuiskomen te ervaren. Maar ook daar ben ik een ‘vreemde’. Hier in Nederland voel ik dat ook. Dat emotioneert me, omdat ik dus eigenlijk nergens echt thuis ben.’ 

Overal Vandaan

Dit portret is onderdeel van de portretreeks Overal Vandaan. Overal Vandaan gaat over wat je op je levenspad wel en niet in je rugzak stopt. Het is een reeks waarin KIS jonge mensen met biculturele roots interviewt over identiteit en met hen zoekt naar een antwoord op de vraag: ‘wie ben jij?’. Wat blijkt? Daar is geen eenzijdig antwoord op te geven. Overal Vandaan is ontwikkeld en geschreven door Celia Okoro en Dyonne van Haastert. De videoportretten zijn geproduceerd door Daniel Boomsma van Falcon Focus Media. De tekeningen zijn gemaakt door Jeroen Krul. Benieuwd naar de andere portretten? Bekijk ze hier.

Hoe was dat vroeger? 

‘Als kind was ik niet bezig met kleur of afkomst. Op mijn basisschool waren meer kinderen van kleur. Ik had Turkse en Marokkaanse klasgenootjes, maar er waren geen kinderen die op mij leken. Mijn beste vriendin, die ik al sinds kleins af aan ken, is Indisch. Zij is compleet het tegenovergestelde van mij. Dat we niet op elkaar leken, daar was ik niet mee bezig. Totdat ik in groep 3 zat. Toen kwam er een Antilliaans meisje in de klas. Ik weet nog goed dat ik dacht: zij lijkt op mij, dat moet mijn vriendin worden. We hadden dezelfde huiskleur en hetzelfde haar. Voor het eerst herkende ik mezelf in iemand op school. Dat had ik nog niet eerder ervaren en vond ik heel interessant.’ 

overal_vandaan

‘Dat ik als kind niet bezig was met mijn ‘anders-zijn’ komt omdat ik een hele stevige basis mee heb gekregen van mijn ouders en grootouders. Mijn Surinaamse opa en oma speelden een belangrijke rol in mijn opvoeding. Ik ben deels door hen opgevoed. Naast respect hebben voor anderen, gaven zij mij mee dat ik moet geloven in wie ik ben en wat ik kan. Zo ontwikkelde ik een basis waarin ik centraal sta, zonder anderen uit het oog te verliezen. Beide culturen waren onderdeel van mijn opvoeding. Ik kan het niet labelen: dit is Surinaams of dit is typisch Nederlands. Maar in vergelijking met vriendinnetjes hadden we wel andere gebruiken en bepaalde rituelen.’
 

Wat is typisch Surinaams voor jou? 

‘In de Surinaamse cultuur krijg je met oud en nieuw een wasi. Dat is een bad met olie en rozenblaadjes. Tijdens een wasi wordt het oude jaar van je ‘afgespoeld’. Bij ons thuis was dat normaal, dus daar stelde ik geen vragen over. Achteraf gezien is dat natuurlijk wel bijzonder. Dat deden klasgenootjes niet. Ik vind de gedachte erachter heel mooi. Je wast je zonden van je af en je laat het oude achter. Voor mij was het bad niet nodig om die gedachte vast te houden. Dat was mijn eigen keuze, maar mijn moeder doet het nog steeds.’

overal_vandaan

‘Een ander voorbeeld zijn de bakroes waar mijn oma altijd over vertelde. Dat zijn kleine wezentjes die na middernacht tevoorschijn komen. Dat zijn geen positieve energieën, je wil ze buiten de deur houden. Daarvoor moet je ze aankijken, dan kunnen ze niet via je rug mee naar binnen. Dus als je na middernacht je huis ingaat, dan moet je omgekeerd naar binnen stappen. Zodat je de bakroes buiten jouw veilige huis houdt. Dat doe ik zelf niet meer, maar ik denk er wel bewust over na.’ 

‘Verder is 1 juli, de dag van Keti Koti, (red. verbroken ketenen, herdenking van de afschaffing van de slavernij) een belangrijke datum bij ons thuis. Het slavernijverleden was niet heel uitvergroot in mijn opvoeding, maar mijn ouders hebben me wel meegegeven dat er ook een andere tijd was. Een tijd waarin zwarte mensen niet vrij waren en niet zelf konden kiezen. Die boodschap wil ik mijn eigen kinderen ook meegeven.’ 

overal_vandaan

Wat is typisch Nederlands voor jou? 

‘Om 18:00 uur eten. Mijn opa en oma aten nooit zo vroeg. In mijn eigen gezin doen we dat wel. Ja, dat is wel typisch Nederlands voor mij. Dat ik van structuur houd komt misschien toch van die Nederlandse kant.’ 

Je hebt twee kinderen. Zij zijn dus kwart Surinaams. Wat stop jij in hun rugzak voor het leven? 

‘Ik heb een zoon en een dochter. Mack van vijf en Bibi van vier. In hun opvoeding ben ik niet bewust bezig met Surinaams of Nederlands ‘zijn’. Ik vind wel het belangrijk om ze de Surinaamse taal mee te geven. Hier en daar een woord, zoals brasa. Dat betekent knuffel. Wat ik ze verder specifiek meegeef van beide kanten, dat vind ik lastig om te zeggen. Zij zien natuurlijk dat mijn moeder zwart is en dat hun andere oma wit is. Daar stellen ze weleens vragen over. Dan vertellen we dat oma uit Suriname komt. Ook al is mijn moeder hier geboren, dat is te verwarrend. We leggen uit dat de wereld uit heel veel andere landen bestaat. En dat de mensen die daar wonen er allemaal anders uitzien. Ik vertel ze bijvoorbeeld dat ze daarom krullen hebben. Wat ik hoop is dat ze opgroeien zonder dat ze te maken krijgen met mensen die hen als ‘anders’ zien. Maar dat ze net zoveel kansen krijgen als ieder ander kind. Dat ze niet benadeeld worden om hun afkomst en uiterlijk. Dat heb ik helaas in mijn omgeving veel gehoord en zelf ervaren.’

overal_vandaan

‘Ik vind het belangrijk dat hun afkomst geen prominente plek heeft in de opvoeding. Het belangrijkste wat ik ze meegeef is dat ze altijd zichzelf mogen zijn. Ik hoop dat door alle veranderingen in de wereld, ze dat ook altijd kunnen zijn en dat ze daar niet over na hoeven te denken. Als ze ouder zijn wil ik ze meer vertellen, ook over het slavernijverleden. Het besef dat er een andere tijd is geweest vind ik heel belangrijk om door te geven. Ik wil ze onderdeel maken van hun geschiedenis. Een reis naar Suriname staat zeker op de planning. Ik wil ze de hele wereld laten zien. Er zijn zoveel andere mooie landen, mensen, smaken en rituelen. Ik wil dat ze ontdekken wat er allemaal te vinden, proeven en te zien is. Omdat ze daarvan kunnen groeien en leren als mens. En dat ze de wereld in zich opnemen zonder oordeel. Zodat ze die ervaringen kunnen toevoegen aan hun rugzak, waarmee ze zelf de wereld gaan verkennen.’

overal_vandaan