Kitlyn Tjin a Djie is familietherapeut. Met haar organisatie Beschermjassen helpt ze families én hulpverleners, door aandacht te besteden aan hun geschiedenis en ervaringen. ‘Stop het verleden niet weg.’

Het is dertig jaar geleden dat Kitlyn Tjin a Djie ‘Beschermjassen’ oprichtte. Ze werkte destijds bij Altra, een hulporganisatie voor tienermoeders in Amsterdam. ‘De tieners die bij ons moesten bevallen, waren losgesneden van hun familie. Afschuwelijk! In die tijd was de gedachte dat we ze moesten redden uit handen van families die niet deugden. Maar we merkten dat deze kinderen ons niet hoorden, juist omdat ze uitgebed waren uit hun familie. Ze waren gezinswaarden en -rituelen vergeten, hoe je kinderen verwelkomt in de wereld, wat goede zorg is. Dus als we zeiden dat het nodig is om naar de vroedvrouw te gaan, dan kwam die boodschap gewoon niet aan.’

Familiegeschiedenis

Tjin a Djie paste haar aanpak als hulpverlener aan. ‘Ik vroeg: “Wat zou je oma hiervan zeggen?” Ineens gebeurde er een wonder: je zag hun houding veranderen, ze gingen luisteren.’ Vervolgens gingen ze aan de slag met genogrammen, zelfgetekende stambomen. ‘Er ging een wereld open voor de meisjes. Tantes, ooms, nichten en neven, ze bleken heel veel familie te hebben. Terwijl we daarvoor dachten dat er helemaal niemand was.’ Tjin a Djie realiseerde zich dat het belangrijk was om de kinderen in te bedden in hun familie. Haar hulporganisatie doet dit aan de hand van familieontmoetingen, waarbij - naast eten - de familiegeschiedenis op tafel komt.

Als je niet weet wat je draagt, dan kan je niet goed je identiteit ontwikkelen

De familietherapeut leerde dat onverwerkte gebeurtenissen vaak een grote rol spelen in families. ‘De eerste generatie Molukkers die naar Nederland kwam, mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, vluchtelingen. Dat zijn mensen met trauma’s. Ze vegen dingen onder het tapijt, om zichzelf en hun kinderen te beschermen. De tweede generatie voelt het verdriet, maar kent niet het verhaal dat erbij hoort. Zij dragen het. Dat noemen we transgenerationele overdracht.’ Nu is de beurt aan de derde generatie. ‘Zij zijn de ontregelaars. Je ziet dat kleinkinderen hun grootouders verleiden om, hoe pijnlijk ook, al die kistjes en schuurtjes met herinneringen te openen. De derde generatie stimuleert zo het voortbestaan van de familie. Want als je niet weet wat je draagt, dan kan je niet goed je identiteit ontwikkelen.’

Ervaringsdeskundige

Tjin a Djie is ervaringsdeskundige. ‘Ik werd zo gek als een deur door de spanningen in mijn familie.’ Ze begeleidt kinderen met soortgelijke familiair gerelateerde spanningsklachten én vastgelopen hulpverleners. De professionals nemen deel aan de familiebijeenkomsten en kijken daarbij ook naar hun eigen familiegeschiedenis. ‘We hebben zelf zoveel bagage’, aldus Tjin a Djie. ‘Het is belangrijk dat je weet wat er speelt, liefst meerdere generaties terug, en hoe dat je eigen handelen beïnvloedt.’ Ze vindt dat hulpverleners in teams moeten werken. ‘Je weet als hulpverlener niet altijd alles beter. In plaats van een moreel oordeel te vellen, kun je uitzoeken waarom bijvoorbeeld ouders hun kinderen slaan. We moeten iets toevoegen, niet afnemen.’

Wat betreft Tjin a Djie wordt in de GGZ nog te veel gewerkt met labels en diagnoses, in plaats van familiegericht. ‘Na onze sessie is de relatie tussen de hulpverlener en het gezin bijna altijd verbeterd. Daar gaat het om. Zodat kinderen zich gezonder kunnen ontwikkelen, binnen hun familie en met kennis van de familiegeschiedenis.’

Toch de podcast beluisteren? Ga naar de podcastpagina.

 

Auteur: Hester Heite