Om discriminatie te voorkomen, wordt kinderen vaak geleerd om kritisch te denken. Dat klinkt heel logisch: vooroordelen zijn juist niet doorspekt van kritische gedachten. Dus om vooroordelen te bestrijden is het geen gekke gedachte om kinderen te leren om kritisch te denken. Echter, tot nu toe ontbreekt er wetenschappelijk bewijs dat deze aanpak echt werkt om vooroordelen te verminderen.

Het omgekeerde van vooroordelen hebben is kritisch denken, zo schrijft Debbie Walsh eind jaren 80 in het tijdschrift ‘Social Education’. Het gaat om 'redelijkerwijs beslissen wat te doen of te geloven' aldus Walsh. Dat betekent dat we niet afgaan op ons automatisch denken maar ergens juist goed over nadenken. Bijvoorbeeld door vragen te stellen, bewust te zijn van meerdere perspectieven, het belang onderkennen van het kennen van alle kanten van een kwestie voordat je een standpunt inneemt en informatie zorgvuldig en eerlijk beoordelen. De gedachte is dat dit ervoor zorgt dat we bewuster worden van onze eigen vooroordelen, meer openstaan voor het heroverwegen van onze standpunten in het licht van tegenstrijdig bewijs en de tijd nemen om na te denken in plaats van alleen automatisch handelen.

Ook al schreef Walsh dit in de jaren 80, het klinkt ook nu nog bekend in de oren. In het bekende en beroemde boek ‘Thinking fast, thinking slow’ van Nobelprijswinnaar en psycholoog Daniel Kahneman (uit 2011) wordt ook onderscheid gemaakt tussen automatisch denken (systeem 1) en ons trage en weloverwogen denken (systeem 2). Systeem 1 werkt met weinig gevoel van inspanning en gevoel van controle en systeem 2 vraagt juist bewuste aandacht voor de mentale inspanningen die worden verricht. Met systeem 1 poets je bijvoorbeeld je tanden en met systeem 2 maakt je een wiskundesom; bij dat tweede zit je voor je gevoel hard na te denken en het eerste gaat voor je gevoel van zelf. Typerend voor de verschillende processen, is dat systeem 2 aandacht vereist en wordt onderbroken als de aandacht wordt verlegd: als je wordt gestoord tijdens het maken van een moeilijke wiskundesom, moet je weer helemaal opnieuw beginnen. Systeem 2 functioneert dan ook niet goed als je moe bent of afgeleid terwijl systeem 1 daar veel minder last van heeft: tandenpoetsen gaat prima als je moe bent maar een wiskundesom oplossen is echt te veel gevraagd als je moe bent.

Als je wordt gestoord tijdens het maken van een wiskundesom, moet je weer opnieuw beginnen

Stereotypering verloopt vaak automatisch

Stereotypering gebeurt vaak automatisch: wanneer je een witte man met grijs haar ziet in een witte jas, krijg je bijvoorbeeld automatisch de associatie dat dit een ‘deskundige’ is. Echter, wanneer je er beter over nadenkt, begrijp je vaak dat dit niet zo hoeft te zijn. Zoals Kahneman uitlegt in zijn boek, en zoals ook beschreven is in het invloedrijke artikel van Devine uit 1989, gebeurt stereotypering vooral in systeem 1; het is een automatisch proces waar niet over nagedacht wordt. Kinderen aanleren om meer hun systeem 2 te gebruiken, lijkt dus een goede oplossing tegen vooroordelen en daarmee een aanpak om discriminatie te verminderen. Echter, er is nauwelijks onderzoek dat heeft onderzocht of kritisch denken stimuleren bij kinderen ook daadwerkelijk een effect heeft op het verminderen van vooroordelen of discriminatie. Of dat bewijs er komt, is nog maar de vraag. We noemen twee redenen waarom we twijfels hebben bij de effectiviteit van kritisch denken aanleren bij kinderen als middel tegen het verminderen van vooroordelen en stereotypen.

Stockfoto kind met vergrootglas

Aandacht nodig voor automatische stereotypen verminderen

Kritisch denken verandert niets aan het feit dat mensen ook automatisch en snel denken (systeem 1). Zoals Kahneman beschrijft hebben we nu eenmaal systeem 1 en systeem 2 en kunnen we systeem 1 niet zomaar even de deur uit doen. Systeem 2 kan ook simpelweg niet altijd functioneren want dit systeem kost bijzonder veel energie en focus. Kinderen leren om alleen systeem 2 (weloverwogen denken) te gebruiken, is geen haalbare kaart. Systeem 1 zal er dus altijd zijn en daarom is het cruciaal om ook juist het meer automatisch stereotiepe denken te verminderen. Dat kan bijvoorbeeld door meer ‘counter stereotypen’ te zien; dus mensen die niet voldoen aan een stereotype. Wanneer je deze onbewust waarneemt, kunnen stereotiepe beelden veranderen. Om te zorgen dat kinderen écht opgroeien met minder vooroordelen en stereotypen, moeten we hen die simpelweg minder voorschotelen. Alhoewel dat makkelijk klinkt, is dat het niet: in schoolboeken komen nog veel stereotypen voor, in kinderboeken worden de hoofdrollen veel vaker vervuld door witte kinderen dan door kinderen van kleur en er is nog weinig ruimte voor culturele diversiteit.

Kinderen leren om met systeem 2 hun systeem 1 bij te sturen, is ook geen haalbare kaart: zoals we uitleggen in dit artikel is het niet aannemelijk dat wanneer kinderen zich bewust zijn geworden van eigen (onbewuste) vooroordelen en stereotypen en hier kritisch op leren reflecteren (met systeem 2) dat zij in staat zijn om hun eigen gedrag (dus systeem 2 dat systeem 1 corrigeert) hier op bij te sturen. Dat komt door de nog niet goed ontwikkelde zelfcontrole bij kinderen en bij pubers.

Kinderen leren om met systeem 2 hun systeem 1 bij te sturen is geen haalbare kaart

Racisme verhuld als redelijk denken

De vraag is of dat wat we ‘kritisch denken’ noemen altijd gepaard gaat met onbevooroordeeld zijn. Dat lijkt in eerste instantie wel het geval zijn: vooroordelen zijn niet redelijk en als je redelijk denkt, zou je logischerwijs minder moeten denken in stereotypen? Echter, als we kijken naar de geschiedenis dan kunnen we er ernstige twijfel bij hebben. Want lange tijd waren discriminatie en racisme geen strafbare feiten maar juist de normale gang van zaken. Konden witte mensen nog niet kritisch denken in tijden van de slavernij? Was het systeem 2 van de nazi-Duitsers volledig afwezig? Dat lijkt niet waarschijnlijk. Sterker nog: de term racisme refereert aan de ideologie over witte superioriteit die ontwikkeld is in het Europa van de negentiende eeuw door toenmalige wetenschappers die juist te boek stonden als ‘redelijk’ en ‘kritisch’.

Deze ongegronde theorie stelde dat er verschillende ‘mensenrassen’ zouden bestaan en dat mensen met een lichte huidskleur superieur zijn aan anderen (zie voor uitleg bijvoorbeeld het boek van Charkaoui, 2019). Deze witte superioriteitsideologie had onder andere als doel om onderdrukking en uitbuiting van niet-witte mensen - in de slavernij en kolonisatie - te legitimeren. Dus ook al weeg je argumenten goed af, stel je vragen en probeer je informatie eerlijk te beoordelen, dan nog kun je helaas uitkomen op racistisch denken en doen. Niet omdat racisme rationeel is (dat is uiteraard niet) maar omdat racistische ideologieën zich onterecht maar wel vaak succesvol voor doen als rationeel. Dit is ook de kritiek van Darren Chetty (zie zijn artikel uit 2018) op filosofie-onderwijs waarin kinderen ‘reasonableness’ (redelijkheid) aanleren; hiermee wordt zowel kritisch denken als creatief denken bedoeld. Chetty’s stelt dat deze redelijkheid vaak geen oog heeft voor bestaande machtsverhoudingen en hoe deze verhoudingen gegroeid zijn. Hij schrijft dat er geen oog lijkt te zijn voor het feit dat racisme geen afwijking is maar jarenlang (en deels nu nog steeds) de norm was die met argumenten - die toen (en soms nu nog steeds) werden gezien als redelijk en rationeel- werden verdedigd.

Ook al weeg je argumenten goed af, dan nog kun je uitkomen op racistisch denken en doen omdat racisme ook juist te maken heeft met gevoelens

Hoe dan wel?

Moeten we kinderen dan niet meer aanleren kritisch te denken? Dat zeker niet. Wel pleiten wij voor meer onderzoek naar kritisch denken aanleren onder kinderen: naar of en wanneer het werkt om vooroordelen, stereotypen en uiteindelijk discriminatie te verminderen. Er zou in de praktijk ook geëxperimenteerd kunnen worden met kritisch denken combineren met aanpakken die wel al bewezen effectief zijn bevonden in het verminderen van vooroordelen en discriminatie. Zo wordt door de docent Anne Galligan (2020) kritisch denken ingevuld als het leren bevragen van de ‘status quo’. Dat is interessant want om racisme en discriminatie tegen te gaan moet je soms juist tegen de stroom in kunnen gaan: wanneer er sociale normen zijn in een omgeving die discriminatie goedkeuren. Deze sociale normen vergroten sterk de kans dat jezelf ook gaat discrimineren (zie het wat werkt dossier discriminatie verminderen). Het vraagt dan ook durf en moed om vast te houden aan de waarde van gelijke behandeling en antidiscriminatie. Maar zeker als omstander van discriminatie kun je een verschil maken door te reageren wanneer je discriminatie ziet gebeuren. Dus als kritisch denken inhoudt dat kinderen een duidelijke sociale norm meekrijgen tegen discriminatie en voor het ingrijpen als omstander bij discriminatie, dan lijkt dit zeer relevant. Verschillende methodes werken al vanuit deze aanpak zoals Playground Heroes en Fair Game.

Kritisch denken combineren met bewezen aanpakken?

De aanpak van Galligan (2020) wordt ook gecombineerd met het aanleren van inleving en empathie en met lessen uit de geschiedenis vanuit het perspectief van mensen van kleur. Een dergelijke combinatie is interessant om te onderzoeken omdat we al weten dat geschiedenis doceren uit een niet-eurocentrisch perspectief van meerwaarde kan zijn, net zoals het luisteren naar de verhalen over discriminatie en je daarin inleven (zie dit filmpje). Het betrekken van mensen van kleur en/of mensen uit de antiracisme beweging bij de leermethodes voor kritisch denken zou dan ook aan te raden zijn: zo voorkomen we dat een abstract thema blijft en zorgen we er voor dat kritisch denken een duidelijke bijdrage levert aan het verminderen van racisme.

Tot slot: het is ook relevant om kritisch denken in relatie tot vooroordelen in combinatie met creatief denken te verbinden: bekend is dat creatief denken namelijk zorgt voor minder stereotiep denken (zie het wat werkt dossier discriminatie verminderen). Want juist als je ‘out of the box’ denkt, ga je niet af op je eerste associatie; stereotypen (onze eerste vaak clichématige associatie als we een persoon zien en indelen in een hokje) worden op deze manier vermeden.  

Kortom: om kritisch denken in te kunnen zetten voor het verminderen van discriminatie onder kinderen is er nog eerst veel te onderzoeken over of en hoe dat kan. Tot die tijd ligt het voor de hand om gebruik te maken van aanpakken in het onderwijs tegen discriminatie waarvoor wel al een wetenschappelijke basis bestaat.

Met dank aan Inti Soeterik en Serena Does voor het meelezen

Anderen bekeken ook