Steeds meer basisscholen willen aan de slag om vooroordelen, stereotypering en discriminatie aan te pakken. Dit signaleerde Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS) samen met een aantal partijen uit het werkveld. De vraag is alleen: hoe doe je dat dan? Wat werkt? Welke typen interventies zouden ingezet moeten worden? En op welke leeftijd kan welk type interventies worden toegepast?

Al ‘baat het niet’, dan schaadt het soms wel, zo weten we uit onderzoek naar (jong)volwassenen en discriminatie. Wat je op basis van intuïtie denkt dat werkt, werkt lang niet altijd en soms zelfs averechts (Felten et al., 2020). Dat betekent dat het van belang is om nauwkeurig te weten wat werkt voor wie, zodat deze averechtse effecten worden voorkomen. Daarom zijn de onderzoekers van KIS de wetenschappelijke literatuur ingedoken en hebben ze op een rij gezet wat volgens de wetenschap werkt.

De uitkomsten van dit onderzoek kunnen door basisscholen gebruikt worden om na te gaan welke typen interventies zij het best in kunnen zetten en wanneer. Idealiter worden de uitkomsten van dit onderzoek gebruikt om nog een stap verder te gaan: ze te laten dienen als een onderlegger voor het ontwikkelen van een leerlijn. Met zo’n leerlijn bedoelen we een plan voor wat in welke klas van de basisschool aan de orde zou moeten komen om effectief vooroordelen en discriminatie onder kinderen te verminderen en te voorkomen.

Auteur: 
Hanneke Felten, René Broekroelofs en Jasper van de Kamp
Uitgever: 
Kennisplatform Integratie & Samenleving
Jaar uitgave: 
2020