Charlotte Wekker is docent sociale studies aan de Hanzehogeschool in Groningen. Ze spant zich al jaren in voor diversiteit en het tegengaan van institutioneel racisme in het hoger onderwijs in haar stad. Inmiddels is er meer aandacht voor. Hoe ging dat in zijn werk en waar heeft dat toe geleid? En wat heeft Wekker ontdekt in haar zoektocht het onderwerp op de agenda te krijgen?

Diversiteit, institutioneel racisme. Het zijn thema’s waar Charlotte Wekker, docent sociale studies, al lang mee bezig is. Zo’n tien jaar geleden wisselden studenten met een migratieachtergrond, mede op haar initiatief, ervaringen uit over waar ze tegenaan liepen in het onderwijs. ‘Het was enerzijds een safe space om de vaak eenzame positie in de klas te bespreken. Anderzijds een klankbordgroep voor beleid, curriculum en toetsing', zegt Wekker. Maar rooster-technische hobbels deden het initiatief verzanden. Niettemin is ze nu toch weer met een groep gestart.

Black Lives Matter

Vorig jaar veranderde er ineens veel. De dood van George Floyd en de daaropvolgende wereldwijde demonstraties, Black Lives Matter en de aandacht voor institutioneel racisme in allerlei geledingen van de samenleving, maakten veel los. Voor 2020 had ze het gevoel de kar alleen te moeten trekken. Op projectbasis waren er soms initiatieven, maar structurele aandacht voor het onderwerp ontbrak. Wekker: ‘Ik dacht vorig jaar, dit is het juiste moment om het ook hier te agenderen, op de Hanzehogeschool. Vanuit mijn enthousiasme en motivatie bracht ik het onder de aandacht bij bestuurders. Van dat proces heb ik veel geleerd. Activistisch taalgebruik en het gebruik van woorden als “moeten” zijn niet helpend om een beladen thema als racisme te agenderen en mensen mee te krijgen.’

Portretfoto Charlotte Wekker

Portretfoto Charlotte Wekker

Verbindend taalgebruik

Wat wel helpend is gebleken is om als bruggenbouwer verbindend taalgebruik te hebben, gekoppeld aan de visie van de hogeschool en studentenwelzijn. Een thema-avond over institutioneel racisme (Dear White Groningen) met experts in het Groningse debatcentrum Forum, geleid door Wekker, deed de discussie kantelen. ‘Daar waren ook bestuurders bij van de gemeente Groningen, de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit Groningen. Ze gingen met elkaar in gesprek over hoe ze dit vraagstuk aan kunnen pakken. Ook onder docenten en studenten heeft de avond veel gesprekken op gang gebracht. Alles bij elkaar heeft het een enorme spin-off gehad. Er is vanaf dat moment meer structurele aandacht voor racisme met een duurzaam perspectief.’

Strategisch plan

Wekker versaagde na die avond zelf ook niet. Ze hield de bestuurders en onderwijscommissies met mailtjes en agendapunten scherp op de toezeggingen die waren gedaan. Onlangs is er een charter diversiteit ondertekend door tal van organisaties, ook van buiten het hoger onderwijs, zoals het Groninger Museum.

Op de Hanzehogeschool zelf hebben de thema’s inclusie en diversiteit een plek gekregen in het strategisch plan. Een werkgroep – waarin tal van disciplines én studenten zitting hebben - buigt zich over de vraag over hoe dit verder te operationaliseren valt in beleid en acties. Uitsluiting kan zich op diverse niveaus voordoen binnen het hoger onderwijs: in het personeelsbeleid en de werving, in de toetsing en in het curriculum bijvoorbeeld.

Docenten schrikken als ze horen dat ze iemand gekwetst hebben, maar weten dan vervolgens niet goed, hoe en wat dan wel

Dialoog over ervaren discriminatie

Wekker: ‘Vanuit de werkgroep hebben we binnen de hele Hanzehogeschool wat we noemen betekenissessies georganiseerd. Daarin stond de vraag centraal: Ervaren mensen discriminatie binnen de Hanzehogeschool? Dat waren gemengde sessies met studenten en docenten, één sessie was met studenten alleen, omdat die behoefte er was.’ De betekenissessies worden door opleidingen nu op eigen initiatief opgepakt en voortgezet. Wat bij het faciliteren van het vrije gesprek lijkt te werken, is dat het buiten het systeem en de taakgerichte structuren om wordt georganiseerd. Een losse verzameling van studenten en medewerkers maakt dat er, onder goede gespreksleiding, een mooie gelaagde dialoog kan ontstaan. De deelnemers hebben met elkaar geen andere dringende taak en de vorm nodigt uit buiten de gebaande paden te denken en te luisteren.

Wekker ziet dat er onder docenten meer begrip is ontstaan voor de worsteling van sommige studenten (zie ook kader). Docenten worstelen soms zelf ook, voegt ze eraan toe. Er is handelingsverlegenheid bij hen. ‘Ze schrikken als ze horen dat ze iemand gekwetst hebben, maar weten dan vervolgens niet goed, hoe en wat dan wel.’ Het begint bij bewustwording, het luisteren naar elkaar. Wekker ziet het als een positief effect dat docenten met elkaar in gesprek gaan over hoe ze zaken anders kunnen aanpakken.

Begin van onderop, mobiliseer docenten en studenten, dat is heel belangrijk om intrinsieke motivatie en eigenaarschap te prikkelen

Veranderprocessen  

Ze benadrukt hoe belangrijk het is om veranderprocessen – zeker rond een beladen thema als institutioneel racisme – goed te begeleiden. Ze is veranderkundige, opgeleid als andragoog en weet van de hoed en de rand over het verloop van die processen. ‘Er is een kopgroep die er energie in wil steken om zaken veranderd te krijgen en die groep wordt groter en groter. Anderen haken aan, zien dat er iets belangrijks gaande is. De sociale norm verandert ook doordat deze groep steeds groter wordt en omdat het door leidinggevenden bevestigd wordt. Je bent bezig met elkaar het narratief van je opleiding te veranderen. Van een narratief waarin het meritocratisch ideaal centraal staat, naar een narratief dat de ongelijke startposities erkent en daar interventies op doet.’

Intrinsieke motivatie

Wat adviseert ze andere hogescholen en universiteiten die de onderwerpen diversiteit en institutioneel racisme willen agenderen? Wekker: ‘Begin van onderop, mobiliseer docenten en studenten, dat is heel belangrijk om intrinsieke motivatie en eigenaarschap te prikkelen. Natuurlijk moet er op een gegeven moment langs formele weg actie worden ondernomen, bijvoorbeeld door de sociale norm te stellen en te bevestigen.’

Voorbeelden van (beleefde) uitsluiting

Wekker geeft voorbeelden hoe studenten op de Hanzehogeschool met een migratieachtergrond ervaringen hebben met uitsluiting en negatieve beeldvorming.

  • Meelifters’: Er wordt veel gewerkt met projectonderwijs waarin opdrachten in groepen worden gemaakt. Studenten met een migratieachtergrond vertellen dat ze bij die samenwerking een grote rol hebben en relevante inbreng hebben. Maar dat ze vaak niet degenen zijn die die inbreng op papier zetten omdat ze kritiek krijgen over de manier waarop ze de opdracht schriftelijk verwoorden. Ze fungeren meer als souffleur. En bij de plenaire presentatie zijn ze daardoor niet degenen die het woord voeren. Dat levert bij medestudenten ten onrechte het beeld van ‘meelifters’ op.
  • Beeldende taal niet begrepen: Een student van Turkse afkomst met een Perzische achtergrond is door de manier waarop hij is gevormd, gewend om zich in beeldende taal uit te drukken. Ook in zijn onderzoeksverslagen. Zijn docent snapt daar weinig van en las zijn zinnen eens hardop voor in de klas. De student voelde zich te kijk gezet. Hij hoorde dat de klemtonen en de accenten anders werden gezet dan hij had bedoeld. Het roept de vraag op of de student zich in het keurslijf van de docent moet voegen. Wekker: ‘De student zegt: “Ik drijf dan zo ver af van mijn boodschap en mijn manier van denken.” De student vraagt ook wederkerigheid aan de docent: “Ik wil dat hij zich in mij verdiept! Ik hoef me niet alleen te verdiepen in hoe hij het kan lezen.”’ Wekker: ‘Van belang is om na te denken over de vraag in welke communicatievorm iemand het beste is en hoe iemand zijn boodschap het beste kan overbrengen. De trend van flexibiliseren van het onderwijs en het toetsen van het behalen van leeruitkomsten, biedt hiertoe veel mogelijkheden.’

Anderen bekeken ook

Jouw bijdrage

1 + 2 =
Geef het antwoord op deze rekenoefening. Voorbeeld voor 1+3: voer 4 in.