Het begrip segregatie duikt vaak op in discussies over tweedeling. Maar wat is het precies? En hoe is het gesteld met de ruimtelijke segregatie in Nederland? De nieuwe KIS-publicatie ‘Ruimtelijke segregatie’ laat zien dat het verschijnsel niet altijd negatief hoeft te zijn, het ligt genuanceerder dan je misschien zou denken. Het advies voor beleid is dan ook: maak de wijk inclusief, maar accepteer daarbinnen ook verschil.

Wanneer bevolkingsgroepen met verschillende kenmerken niet tot nauwelijks contact hebben, spreken we van segregatie. Er zijn verschillende vormen van segregatie: mentale, sociaal-culturele en ruimtelijke segregatie. Bekijk ook de video hierover.

Direct naar de publicatie

De situatie in Nederland

Er is de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar ruimtelijke segregatie. In Nederlandse steden is segregatie relatief beperkt – zeker vergeleken met steden in de Verenigde Staten. Maar, mensen met weinig financiële middelen komen steeds meer bij elkaar te wonen, net als meer bemiddelde huishoudens. Deze segregatie naar sociaaleconomische positie heeft dus de neiging om te stijgen.

De segregatie naar herkomst blijkt in Nederland te dalen. Dit is niet altijd gunstig; meer diversiteit naar migratieachtergrond zorgt in sommige buurten voor minder contact en minder sociaal vertrouwen. Terwijl een zekere mate van segregatie naar herkomst juist een gunstige invloed kan hebben op de emancipatie van nieuwkomers. Het afmeten van segregatie naar het land van herkomst is dus misschien niet meer zo relevant.

Sturing is nodig

Het kijken naar sociaaleconomische segregatie is daarentegen wél relevant. Mensen in uitkeringssituaties en personen met beperkingen wonen bijvoorbeeld steeds meer bij elkaar in de buurt en minder gemengd met andere groepen. Om deze ontwikkeling tegen te gaan, is sterk beleid nodig. Overheden en corporaties zijn zich daarvan steeds meer bewust. Maar de instrumenten om te sturen op de samenstelling van wijken en buurten – denk aan woningtoewijzing, grootschalige sloop en nieuwbouw en stevige investeringsbudgetten – zijn toe aan vernieuwing. Mogelijk dat de wooncrisis en de vluchtelingenstromen uit Oekraïne tot meer overheidssturing gaan zorgen.

Soms zijn groepen ‘onder elkaar’ beter af dan in situaties waarin ze gedwongen worden om samen met anderen op te trekken

Op andere terreinen, bijvoorbeeld binnen de sport, het religieuze leven of het maatschappelijk initiatief, is segregatie vaak onschuldig. Want, soms zijn groepen ‘onder elkaar’ beter af dan in situaties waarin ze gedwongen worden om samen met anderen op te trekken. Men begrijpt elkaar, deelt een referentiekader, niet alles hoeft te worden uitgelegd.

Wees alert op onvrijwillige vormen van segregatie

Sturing is wel nodig bij onvrijwillige vormen van sociaal-culturele segregatie, bijvoorbeeld wanneer specifieke personen en groepen de toegang tot voorzieningen wordt ontzegd. Ook is het belangrijk om oog te blijven houden voor de openheid van de verschillende groepen ten opzichte van elkaar. Sluit men zich op in de eigen ‘bubbel’? Om te voorkomen dat mensen in superdiverse wijken geen contact met elkaar hebben, is het belangrijk dat overheden investeren in hoogwaardige publieke ruimten – zowel buitenruimten als binnenruimten - waar verschillende groepen elkaar kunnen ontmoeten.

Negatieve effecten verminderen

Het beheersbaar maken en houden van segregatie vraagt dus niet alleen om ruimtelijke maatregelen, maar ook om sociale en economische interventies. Knoppen waaraan gedraaid kan worden staan in de publicatie op een rij.

Naar de publicatie

Anderen bekeken ook

  • Wat is institutioneel racisme? Om te weten of institutioneel racisme voorkomt is allereerst belangrijk om te weten wat het is. Op basis van de...
    Bekijk
  • Nederland is al zeker vijf eeuwen een migratieland. Maar het goed en prettig samenleven tussen mensen die van elkaar verschillen in etnische,...
    Bekijk