Statushouders hebben door de coronacrisis het afgelopen jaar veel minder (intensieve) begeleiding gekregen bij het zoeken naar werk. In bijna driekwart van de gemeenten waren er minder werkervaringsplekken, stages en vrijwilligersbanen beschikbaar voor statushouders. En bijna de helft van de gemeenten zegt dat klantmanagers minder contact hadden met de statushouders die zij begeleiden. Dit blijkt uit de jaarlijkse monitor gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders die KIS in samenwerking met Divosa uitbracht. 83% van de gemeenten deed aan dit onderzoek mee, dat nu voor de zesde keer verschijnt.

Om statushouders met een afstand tot de arbeidsmarkt aan het werk te krijgen, zijn intensieve begeleiding en trajecten waarin werkend de taal wordt geleerd noodzakelijk. De monitor laat zien dat statushouders in veruit de meeste gemeenten ook op deze manier kunnen worden geholpen om een baan te vinden. Onderzoeker Marjan de Gruijter: 'Het aanbod is er, maar door corona is er een groep statushouders die hier veel minder gebruik van heeft kunnen maken. Wij roepen gemeenten op om na te gaan of deze groep alsnog kan deelnemen aan trajecten die hen in staat stellen te participeren en de taal te oefenen.'

Statushouders aan het werk houden

De monitor laat ook zien dat steeds meer gemeenten statushouders mét een baan ondersteunen in het behouden daarvan. Bij een derde van de gemeenten loopt de begeleiding van statushouders altijd nog enige tijd door als ze een baan hebben gevonden. Gemeenten doen er ook meer aan om te voorkomen dat werkloze statushouders weer instromen in de bijstand. Zo start in een kwart van de gemeenten ook bij statushouders die een werkloosheidsuitkering ontvangen via het UWV, direct de gemeentelijke ondersteuning bij re-integratie. De Gruijter: 'Steeds meer gemeenten wachten niet totdat een werkzoekende statushouder na een meestal korte WW-uitkering weer bij de gemeente terecht komt. Het is helemaal mooi als de statushouder weer door de eigen klantmanager begeleid wordt naar nieuw werk.'

Naar de monitor  

Intensieve samenwerking gemeenten nieuwe Wet inburgering

De monitor gaat sinds twee jaar ook over de nieuwe Wet Inburgering 2021, die op 1 januari 2022 in werking treedt. Uit de monitor blijkt dat gemeenten zich volop voorbereiden op de invoering van die nieuwe wet, die gemeenten de regie geeft over de uitvoering van de inburgering. Bijna alle gemeenten werken hierin intensief samen, bijvoorbeeld bij het selecteren en contracteren van taalaanbieders. Dat is ook hard nodig om ervoor te zorgen dat statushouders vanaf volgend jaar ‘op maat’ kunnen inburgeren.

Het is voor de meeste gemeenten een opgave om ervoor te zorgen dat het inburgeringsaanbod beschikbaar is op alle leerniveaus, van analfabeet, tot hoger opgeleiden. Gemeenten werken samen om voldoende gevulde ‘klassen’ te krijgen, maar er zijn grenzen aan bijvoorbeeld de reisafstand die statushouders hiervoor kunnen afleggen.    - Onderzoeker Marjan de Gruijter

Werkgevers

Een van de pijlers van het nieuwe inburgeringsstelsel is dat het leren van de taal en participatie tegelijkertijd en in samenhang plaatsvinden, zodat deze elkaar versterken. De achterliggende gedachte is dat inburgeraars op deze manier het snelst volwaardig meedoen in de Nederlandse maatschappij. Uit de monitor blijkt echter dat er in zes van de tien gemeenten nog niet wordt samengewerkt met werkgevers om het lerend werken mogelijk te maken.

Onderwijsroute

In de nieuwe inburgeringswet is voor jonge statushouders de onderwijsroute belangrijk. Deze route is gericht op het behalen van een erkend diploma binnen het Nederlands onderwijs voor een goede startpositie op de arbeidsmarkt. De route bestaat uit een taalschakeltraject waarin ze de Nederlandse taal minimaal op B1 niveau moeten leren beheersen. En ze leren ook andere vakken en vaardigheden om te kunnen instromen op een mbo-, hbo- of universitaire opleiding.

Het aanbod is er, maar door corona is er een groep statushouders die hier veel minder gebruik van heeft kunnen maken  -  Onderzoeker Marjan de Gruijter

Uit de monitor naar voren dat gemeenten denken dat een flink deel van de jonge statushouders niet in aanmerking komt voor de onderwijsroute omdat ze het B1 taalniveau niet tijdig halen. Daarmee dreigt een groot deel van de jonge statushouders tussen wal en schip te vallen en zich mogelijk niet te kunnen kwalificeren voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Daarnaast constateren gemeenten dat het hen met de huidige financiële kaders niet altijd lukt om een aanbieders voor de taalschakeltrajecten te vinden of contracteren.

Uitvoering vanaf 2022

Al met al laat de monitor zien dat gemeenten hun inmiddels jarenlange ervaring met gerichte arbeidstoeleiding van statushouders benutten bij het vormgeven van hun regierol in het nieuwe inburgeringsstelsel. De Gruijter: 'Het SCP concludeerde recent dat de nieuwe inburgeringswet goed aansluit op onder meer de praktijkervaringen van gemeenten en dat de wet knelpunten van de vorige wet aanpakt. Nu moet in de wet zich in de uitvoeringspraktijk gaan bewijzen. Het is belangrijk om de uitvoering nauwgezet te monitoren om zo nodig het beleid bij te stellen. Met de jaarlijkse monitor leveren wij hieraan een bijdrage.'  

Naar de monitor

Vandaag verscheen ook de Jaarrapportage werk, onderwijs en inburgering 2020 op basis van cijfers uit de Divosa Benchmark Statushouders. 

Anderen bekeken ook